Oefentoets economie examen
Naam: Klas:
Datum: Docent:
TRL 3A Hoofdstuk 3:
3.02: Een ondernemer bezit een bedrijfspand met een waarde van €650.000. Daarvoor heeft hij een
hypothecaire lening afgesloten van €440.000. De inventaris is aangeschaft voor €100.000, hiervoor is
een banklening afgesloten van €80.000. De voorraad goederen heeft €10.000 gekost, waarvan nog
€7.000 aan leveranciers betaald moet worden. Op de bankrekening staat €19.000, in kas zit €9.000.
De onderneming heeft bij de bank ook een rekening-courant-krediet met de mogelijkheid om tot
€50.000 rood te staan (schuldig te zijn). Hiervan is €20.000 opgenomen. Het overige deel is
gefinancierd met Eigen Vermogen. Stel de balans op.
3.05: Van een onderneming is de volgende balans opgesteld. Geef per financieel feit aan welke
grootboekrekeningen met welke bedragen gedebiteerd of gecrediteerd worden.
Debet Balans 1 maart 20XX (x €1,-) Credit
010 Gebouwen €350.000 055 Eigen Vermogen €142.000
020 Inventaris €60.000
300 Voorraad €20.000 075 Hypothecaire lening €250.000
130 Debiteuren €10.000 085 Banklening €40.000
110 Bank €7.000
100 Kas €3.000 145 Crediteuren €18.000
€450.000 €450.000
, Let op: Maak journaalposten van de volgende financiële feiten. Denk daarbij aan het volgende:
- De rekening met het debetbedrag staat daarbij bovenaan, gevolgd door de
grootboekrekening met het creditbedrag.
- Voor de rekening met creditbedrag staat altijd Aan.
- Vermeld ook de nummers voor de grootboekrekening.
Voorbeeld journaalpost:
D C Uitleg
020 Inventaris €500 B+D
aan 145 Crediteuren €500 S+C
Maak naar aanleiding van onderstaande financiële feiten telkens een journaalpost.
a. BS 15 Op de banklening en €2.000 afgelost. Het bedrag is per bank over gemaakt.
b. BS 16 Ontvangen bankafschrift. Op dit afschrift is aangegeven, dat er van een debiteur in
totaal €400 is ontvangen.
c. KS 42 Nieuwe bureaustoel gekocht en contant afgerekend voor €400.
d. IF 24 Ingekocht op rekening goederen met een inkoopprijs van €500. De goederen zijn in het
magazijn opgeslagen.
e. BS 17 Inkoopfactuur IF 23 is aan een leverancier betaald. Totaalbedrag dat is overgemaakt is
€1200.
f. KS 43 Contant ingekocht goederen met een inkoopprijs van €900. De goederen zijn in het
magazijn opgeslagen.
Grootboekrekening Debet Credit Uitleg
Totaaltelling €450.000 €450.000
A
B
C
D
E
F
Totaaltelling
Naam: Klas:
Datum: Docent:
TRL 3A Hoofdstuk 3:
3.02: Een ondernemer bezit een bedrijfspand met een waarde van €650.000. Daarvoor heeft hij een
hypothecaire lening afgesloten van €440.000. De inventaris is aangeschaft voor €100.000, hiervoor is
een banklening afgesloten van €80.000. De voorraad goederen heeft €10.000 gekost, waarvan nog
€7.000 aan leveranciers betaald moet worden. Op de bankrekening staat €19.000, in kas zit €9.000.
De onderneming heeft bij de bank ook een rekening-courant-krediet met de mogelijkheid om tot
€50.000 rood te staan (schuldig te zijn). Hiervan is €20.000 opgenomen. Het overige deel is
gefinancierd met Eigen Vermogen. Stel de balans op.
3.05: Van een onderneming is de volgende balans opgesteld. Geef per financieel feit aan welke
grootboekrekeningen met welke bedragen gedebiteerd of gecrediteerd worden.
Debet Balans 1 maart 20XX (x €1,-) Credit
010 Gebouwen €350.000 055 Eigen Vermogen €142.000
020 Inventaris €60.000
300 Voorraad €20.000 075 Hypothecaire lening €250.000
130 Debiteuren €10.000 085 Banklening €40.000
110 Bank €7.000
100 Kas €3.000 145 Crediteuren €18.000
€450.000 €450.000
, Let op: Maak journaalposten van de volgende financiële feiten. Denk daarbij aan het volgende:
- De rekening met het debetbedrag staat daarbij bovenaan, gevolgd door de
grootboekrekening met het creditbedrag.
- Voor de rekening met creditbedrag staat altijd Aan.
- Vermeld ook de nummers voor de grootboekrekening.
Voorbeeld journaalpost:
D C Uitleg
020 Inventaris €500 B+D
aan 145 Crediteuren €500 S+C
Maak naar aanleiding van onderstaande financiële feiten telkens een journaalpost.
a. BS 15 Op de banklening en €2.000 afgelost. Het bedrag is per bank over gemaakt.
b. BS 16 Ontvangen bankafschrift. Op dit afschrift is aangegeven, dat er van een debiteur in
totaal €400 is ontvangen.
c. KS 42 Nieuwe bureaustoel gekocht en contant afgerekend voor €400.
d. IF 24 Ingekocht op rekening goederen met een inkoopprijs van €500. De goederen zijn in het
magazijn opgeslagen.
e. BS 17 Inkoopfactuur IF 23 is aan een leverancier betaald. Totaalbedrag dat is overgemaakt is
€1200.
f. KS 43 Contant ingekocht goederen met een inkoopprijs van €900. De goederen zijn in het
magazijn opgeslagen.
Grootboekrekening Debet Credit Uitleg
Totaaltelling €450.000 €450.000
A
B
C
D
E
F
Totaaltelling