Onderwerp en hoofdgedachte
Onderwerp van een tekst: beschrijft in één woord of in een paar woorden
waarover de tekst gaat.
Hoofdgedachte: wat erin de tekst over het onderwerp wordt gezegd in één
zin weergegeven. Is dus de kortst mogelijke samenvatting van een tekst.
Je vindt het onderwerp en de hoofgedachte vaak in de titel en inleiding
van een tekst. Soms wordt hij letterlijk geformuleerd, soms moet je hem
zelf uit de tekst afleiden.
Doel en publiek
Tekstdoelen:
1. Informeren
2. Instrueren
3. Overtuigen of betogen
4. Overhalen of activeren
Betrouwbaarheid van een tekst
Betrouwbare informatie: bestaat uit feiten. Je kunt controleren waar de
informatie vandaan komt en de precieze informatiebron terugvinden. Ook
is het belangrijk dat de informatie actueel is. Ook het doel van de tekst is
belangrijk.
De indeling van teksten
Titel: bevat het onderwerp en/of trekt de aandacht. Sommige teksten
hebben een lead (vetgedrukte tekst onder de titel) die de tekst kort
samenvat of extra aandacht trekt.
In het begin van de tekst wordt het onderwerp geïntroduceerd. Dit kan op
verschillende manieren:
Met de deur in huis vallen. Vanaf de eerste zin weet je waarover de
tekst gaat en wat de bedoeling van de schrijver is.
Belangstelling wekken voor het onderwerp. De schrijver begint
bijvoorbeeld met een anekdote of een voorbeeld.
Met een inleiding. Daarin wordt het onderwerp nader toegelicht en
staat soms hoe de tekst is opgebouwd.
Na de introductie van het onderwerp worden in het middenstuk de
verschillende kanten van het onderwerp behandeld. Bij langere teksten
gaat dit vaak volgens een vaste structuur.
Het slot van een tekst kan bijvoorbeeld bestaan uit:
De laatste beschrijving van een deel van het onderwerp.
Een verwijzing naar het voorbeeld of de anekdote uit het begin van
de tekst.
Een samenvatting of conclusie.
, Tekststructuren
Vraag-antwoordstructuur
Inleiding: vraag
Middenstuk: antwoorden
Slot: samenvatting of conclusie
Aspectenstructuur
Inleiding: aankondiging onderwerp
Middenstuk: diverse aspecten van een onderwerp
Slot: samenvatting
Verleden-heden-toekomststructuur
Inleiding: introductie onderwerp
Middenstuk: situatie vroeger, situatie nu, situatie in de toekomst
Slot: conclusie
Verklaring structuur
Inleiding: noemen van een bepaald verschijnsel
Middenstuk: kenmerken, voorbeelden, oorzaken en gevolgen
Slot: samenvatting
Probleem-oplossingsstructuur
Inleiding: probleem
Middenstuk: gevolgen, oorzaken, oplossingen
Slot: afweging (bijvoorbeeld de beste oplossing), conclusie
Voor- en nadelenstructuur
Inleiding: Vraag of stelling
Middenstuk: voor- en nadelen
Slot: afweging, conclusie
Argumentatiestructuur
Inleiding: standpunt
Middenstuk: argumenten voor je standpunt ondersteund door uitleg of
voorbeelden, weerlegging tegenargumenten
Slot: herhaling standpunt