MDBB en BPS model...............................................................................................................................4
Leerdoel 1: De student kent de 3 dimensies van het MDBB model en kan voorbeelden noemen van
alle 3 dimensies..................................................................................................................................4
Leerdoel 2: De student kent de begrippen belasting en belastbaarheid en kan de metafoor van de
balans uitleggen..................................................................................................................................5
Leerdoel 3: De student kent de begrippen homeostase, ergotrope en trophotrope tuning, adaptief
vermogen en stress............................................................................................................................5
Leerdoel 4: De student kent de toepassing van het model in de voorbeelden Stress en Training.....5
Leerdoel 5: De student kan uitleggen wat het gebruik van het MDBB betekent voor de rol van de
fysiotherapeut....................................................................................................................................6
ICF model................................................................................................................................................6
Leerdoel 1: De student begrijpt het belang van het model binnen de gezondheidszorg....................6
Leerdoel 2: De student heeft basiskennis over biomedische en psychosociale modellen..................6
Leerdoel 3: De student heeft basiskennis en inzicht over de terminologie van het ICF model...........6
Leerdoel 4: De student heeft basiskennis over het plaatsen van data in het RPS formulier en het
gebruik van cirkels en pijlen om het klinisch redeneren inzichtelijk te maken...................................7
Spierfunctie............................................................................................................................................7
Leerdoel 1: De student kan de spierfunctie in relatie met diagnostisch en therapeutisch handelen
begrijpen en toepassen......................................................................................................................7
Leerdoel 2: De student begrijpt de verschillen tussen de vormen van kracht....................................9
Leerdoel 3: De student weet het verschil tussen mono- , bi- en poly-articulaire spieren...................9
Mobiliteit................................................................................................................................................9
Leerdoel 1: De student kan de rol van mobiliteit in diagnostisch en therapeutisch proces
benoemen..........................................................................................................................................9
Leerdoel 2: De student weet het verschil tussen een actieve, half actieve en passieve
mobiliserende oefening....................................................................................................................10
Ketenzorg, multidisciplinair, transmuraal.............................................................................................11
Leerdoel 1: Je kunt globaal benoemen welke gezondheidszorgorganisaties er bestaan en welke
fysiotherapeutische settingen hier binnen vallen.............................................................................11
Leerdoel 2: De student kan de begrippen transmurale zorg en ketenzorg benoemen.....................12
Leerdoel 3: De student kan transmuralisering op verschillende niveaus benoemen en hierin
verschillende organisaties aangeven................................................................................................12
Werkwijze arts en diagnostisch proces.................................................................................................13
Leerdoel 1: De student is in staat om verschillende stappen in het geneeskundig proces te
beschrijven en toe te lichten............................................................................................................13
Leerdoel 2: De student is in staat de verschillende typen diagnosen van elkaar te scheiden...........14
Homeostase..........................................................................................................................................15
2
, Leerdoel 1: De student kan het begrip homeostase definiëren en de homeostatische regulering
uitleggen aan de hand van de begrippen: milieu interieur, metabolisme, fysiologische
regelprincipes en nerveuze en hormonale regeling..........................................................................15
Leerdoel 2: De student kan de rol van het vegetatieve zenuwstelsel en het hormoonstelsel in de
regulatie van lichaamsprocessen beschrijven...................................................................................15
Leerdoel 3: De student kan samenhang tussen ergotrope en trofotrope processen, de functies van
het vegetatief (autonoom) zenuwstelsel en anabole en katabole processen uitleggen...................15
Leerdoel 4: De student kan de diffusie en osmose beschrijven en de invloed van verschillende
factoren op de diffusiesnelheid verklaren........................................................................................16
Cellen....................................................................................................................................................16
Leerdoel 1: Studenten kunnen de celorganellen en de verschillende eigenschappen en primaire
functie benoemen............................................................................................................................16
Leerdoel 2: Studenten kunnen bouw en de verschillende eigenschappen en functies (waaronder de
transportmechanismen) van de celmembraan noemen...................................................................17
Leerdoel 3: Studenten kunnen in hoofdlijnen het proces van de eiwitsynthese beschrijven...........17
Leerdoel 4: Studenten kunnen de bouw, de onderdelen en functie van de zenuwcel beschrijven..18
Leerdoel 5: De student kan van de organisatieniveaus het moleculair niveau beschrijven..............18
Weefsels...............................................................................................................................................20
Leerdoel 1: De student kan de belangrijkste eigenschappen en functies van de 4 belangrijkste
weefseltypen van het lichaam beschrijven.......................................................................................20
Leerdoel 2: De student kan de indeling van bindweefseltypen benoemen. De student kan de basale
samenstelling en globale functies van de bindweefsel types beschrijven........................................20
Leerdoel 3: De student kan het proces van de chondrale verbening en groei van het bot
beschrijven.......................................................................................................................................21
Inleiding in de pathologie.....................................................................................................................21
Leerdoel 1: De student kan belangrijke medische terminologie omtrent ziekte(-processen)
beschrijven.......................................................................................................................................21
Leerdoel 2: De student kan diverse cel aanpassingen (adaptiemechanismen) toelichten...............22
Inleiding in de fractuurleer/ Botten en fracturen.................................................................................23
Leerdoel 1: De student kan de complicaties en symptomen van fracturen toelichten.....................23
Leerdoel 2: De student kan de nomenclatuur en indelingen van fracturen toelichten....................24
Leerdoel 3: De student kan de onderzoek diagnostiek van fracturen uitleggen...............................24
Leerdoel 4: De student kan de behandeltechnieken van fracturen uitleggen..................................25
Infecties en ontstekingen.....................................................................................................................25
Leerdoel 1: De student kan de begrippen infectie en ontsteking en de pathofysiologie ervan
omschrijven......................................................................................................................................25
Leerdoel 2: De student kan de symptomen bij acute en chronische ontstekingen benoemen........25
Leerdoel 3: De student kan de complicaties van een ontsteking benoemen....................................26
Genezing wond.....................................................................................................................................26
3