Hoorcollege 7 - Normaal of niet-normaal 2
Literatuur 6
Hoofdstuk 7 - Gehechtheid en hechtingsstoornissen 6
Hoorcollege 8 - Angst 10
Literatuur 13
Hoofdstuk 13 - Angst en angststoornissen 13
Hoorcollege 9 - Depressie 17
Literatuur 20
Hoofdstuk 14 20
Hoorcollege 10 - Trauma en PTSS 25
Literatuur 28
Hoofdstuk 13.3.2 28
Filmpje EMDR 28
Hoorcollege 11 - Eetstoornissen 29
Literatuur 33
Hoofdstuk 15 33
Hoorcollege 12 - Middelengebruik 39
Literatuur 40
Hoofdstuk 16 - middelengebruik en misbruik 40
Hoorcollege 13 - Etiologie 45
Literatuur 47
Hoofdstuk in brightspace 47
1
, Hoorcollege 7 - Normaal of niet-normaal
★ Normale gehechtheid
Gehechtheid niet alleen bij de mens: processen die lijken op de gehechtheid bij veel diersoorten:
- Vooral bij zoogdieren, maar ook bij vogelsoorten kennen we het verschijnsel inprenting
- Als ganzen uit het ei kruipen volgen ze eerst de bewegende persoon die zij zien. Voor hen is
dit ‘levenslang’ moeder → dit noem je ook wel
kritische periode
Kenmerken in de normale ontwikkeling:
- Gericht op de hechtingspersoon
- De relatie is duurzaam (bij weinig mensen)
- De relatie is emotioneel geladen
- Verlangen nabijheid en contact naar
hechtingspersoon
- Verbreking van contact → verdriet en of boosheid
- Troost bij verdriet en pijn wordt bij voorkeur bij deze
persoon gezocht
Voorwaarden voor ontstaan van gehechtheidsrelatie:
- Kind is van nature tot hechtingsgedrag geneigd maar het ontstaan hangt af van de manier
waarop de volwassene handelt
- De relatie is persoonsgebonden en heeft als kenmerk dat het kind liefde en leiding krijgt
- Het effect is vertrouwen in zichzelf en in de ander (basic trust)
Ontstaan van gehechtheid
- Is vooral afhankelijk van kenmerken van de opvoeder:
- Sensitiviteit → signalen van het kind opvangen
- Responsiviteit → handelen
- Continuïteit en regelmatig gedrag
- Ook kenmerken van het kind kunnen een rol spelen:
- Makkelijk te troosten, vrolijk en aantrekkelijk
Ontwikkeling van gehechtheid en leeftijd
● Vóór de geboorte
○ Al tijdens de zwangerschap ontstaan er bij ouders gevoelens
○ Dit wordt gestimuleerd door tekens van leven van het ongeboren kind
● Na de geboorte
○ In de eerste maanden nog geen gehechtheid aan de ouders → elke vriendelijke en
responsieve volwassene kan het kind troosten, voeden en verzorgen
○ Tussen 6 en 9 maanden duidelijke gehechtheid → er ontstaat een gehechtheids
netwerk en daarbinnen een hiërarchie in de relatie
○ Na 2 jaar: gehechtheid gaat meer cognitieve kenmerken krijgen → intern
werkmodel
Het ontstaan van gehechtheid als voorbeeld van een ontwikkelingsopgave
Het idee is: elke levensperiode wordt gekenmerkt door bepaalde ontwikkelingsopgave voor het
kind. Het niet goed volbrengen van ontwikkelingsopgave vergroot de kans dat toekomstige
opgaven ook niet goed volbracht worden.
Gehechtheid: bij onveilige gehechtheid heeft deze persoon later in zijn leven meer moeite met het
aangaan van veilige en warme relaties. Met partner, maar bijvoorbeeld ook met eigen kinderen.
2
, ★ Indeling gehechtheid
● Gehechtheidsrelatie die een vorm van organisatie kennen
○ De opvoedingssituatie is voor het kind voorspelbaar
○ Het heeft geleerd zich zo te gedrag dat het gevoel van veiligheid wordt
vergroot en gevoel van teleurstelling of stress verkleind wordt
○ Veilige en onveilige gehechtheid (ambivalente en vermijdende
gehechtheid)
● Gehechtheidsrelaties waarbij elke vorm van organisatie en coherentie ontbreekt
○ De opvoedingssituatie is onvoorspelbaar en chaotisch
○ Kind weet niet hoe hij daarop moet reageren
○ Gedesorganiseerde gehechtheid
Ainsworth onderscheidde drie vormen van gehechtheid en bij het onderscheiden van de vier
vormen zijn twee dimensies van balang:
1. Gehechtheidsgedrag versus exploratie
2. Communicatie tussen kind en gehechtheidspersoon
Vier types gehechtheid:
● Veilige hechting (65%)
○ Snel weer neiging tot exploreren
○ Weinig vermijding, troostbaar
○ Goede balans tussen contact zoeken en zelfstandig erop uit gaan
○ Sensitieve en responsieve ouders die de signalen van kind goed waarnemen en
reageren, ze zijn voor het kind voorspelbaar en betrouwbaar
● Onveilige: vermijdend (15%)
○ Te veel exploratie, verkennen omgeving
○ Actief vermijden verzorger bij terugkeer
○ Kind richt op bijv. speelgoed om teleurstelling te voorkomen
● Onveilig: ambivalent (10%)
○ Weinig exploratie
○ Aanklampen en afweren, moeilijk troostbaar
● Gedesorganiseerde gehechtheid (15%)
○ Geen strategie
○ Gedrag is doelloos en tegenstrijdig
○ Ouders zijn onvoorspelbaar en angstaanjagend voor kind
Gehechtheidsrelaties:
- Bieden het kind bescherming tegen gevaar en geven een gevoel van emotionele zekerheid
- Gehechtheidsgedrag van kind is contact en nabijheid zoeken bij iemand die sterker
is
- Gevaar of verstoring van de gehechtheidsrelatie zullen leiden tot
gehechtheidsgedrag (vb: aanklampen van jonge kinderen)
- Een kind kan met elk van beide ouders een verschillende gehechtheidsrelatie hebben
- Advies: met beoordelen, moet je altijd kijken naar de relatie tussen ouder en kind
- Kwaliteit van de zorg die het kind wordt geboden leidt tot veilige of onveilige hechting
- De gehechtheidsrelatie beïnvloedt het ontwikkelingstraject van het kind
- Niet deterministisch, vergroot of verkleint de kansen op een gezonde ontwikkeling
- Onveilige hechting is geen stoornis en geen garantie voor niet krijgen van een
stoornis
- Vroege gehechtheidsrelaties worden geïnternaliseerd en zijn van invloed op verwachtingen
over andere belangrijke relaties
- Interne werkmodel → jouw gedachten etc over relaties en anderen
3
, - Model is niet statisch, maar verandert als de ervaringen met relaties ook
veranderen
- Gehechtheid is belangrijk maar niet gelijk aan de gehele ouder-kindrelatie
- Advies voor de praktijk: onderzoek ook andere aspecten van de relatie zoals → kind
onderrichten en disciplineren, lichamelijke behoefte kind etc
★ Hechting en opvoedersgedrag
● Acceptatie versus afwijzing
○ Balans tussen negatieve en positieve gevoelens
○ Tevredenheid en bevrediging die de opvoeder ervaart in zijn rol
● Samenwerking en bemoeienis
○ Te veel bemoeien en controleren van de baby versus samenwerken
● Bereikbaarheid en negeren
○ Psychologische toegankelijkheid van opvoeder in relatie tot behoeften v/h
kind
● Gebrek aan emotionele expressie
● Rigiditeit: compulsief of perfectionistisch
★ Stadia in zelforganisatie
1. Fysieke zelforganisatie
● Ontwikkeling van zenuwstelsel: het kind is in staat om geleidelijk lichamelijke
patronen te stabiliseren (waken/slapen, ademhaling, aandacht richten)
Hechtingopgave = basis hechting (0-6 maanden)
● Contact en ervaringen geven emoties bij het kind
○ Gebrekkige basishechting → geen grenzen tussen kind en omgeving: kind
leeft van moment tot moment en kan niet anticiperen op gedrag en
situaties
2. Sensorische organisatie
● Organiseren van zintuiglijke indrukken in betekenisvolle, herkenbare eenheden
○ Combineren van indrukken (beeld moeder)
○ Focussen en concentreren
○ Deel / geheel kunnen onderscheiden
○ Perspectief zien (empathie)
Hechtingsopgave = grens constantie (6-12 maanden)
● Leren omgaan met angst
○ Angst voor vreemden
○ Besef dat moeder even weg kan gaan → kind leert hiermee omgaan
● Tekort aan zorg in deze fase: kind kan geen beeld vormen van de ander, kinderen
beschouwen je als super goed of superslecht
3. Sensomotorische organisatie
● Doelgericht handelen en bewegen
● Automatische piloot en coördinatie
● Sensomotorische constantie is de vaardigheid om waarnemen en handelen te
integreren (verband tussen jezelf en de omgeving)
4. Persoonlijkheidsorganisatie (Vanaf 2 jaar)
● Eenvoudige opdrachten begrijpen, gedrag aanpassen
● Oefenen met plannen
● Omgaan met frustratie: hulp is nog nodig
● Constantie van persoonlijkheid biedt de mogelijkheid om een interne dialoog aan te
gaan en daardoor emotionele conflicten op te lossen
Hechtingsopgave = verinnerlijking van constantie en identiteit (12-36 maanden)
● Verinnerlijkt de emoties en morele attitudes van de ouders
4