Week 1 – innovatie
Bijdrage aan competenties:
• De hboverpleegkundige kan een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de
kwaliteit.
• Rol van ontwerper, domeinspecificatie ‘Kwaliteitszorg’ Pool e.a. (2001)
• Daarnaast kunnen de studenten zich door het uitvoeren van een verbeterproject
ontwikkelen in hun rol van regisseur en coach.
Doorbreek de rituelen:
• Veel verpleegkundige en verzorgende interventies zijn ontstaan vanuit ervaring en
tradities, steeds meer handelingen inmiddels ook wetenschappelijk onderbouwd.
• Deze ‘evidencebased’ handelingen worden echter niet altijd toegepast.
• Redenen:
– resultaten van onderzoek bereiken de praktijk van de verpleegkundigen en
verzorgenden onvoldoende
– men is te zeer gewend is geraakt aan bepaalde handelingen waardoor het
rituelen zijn geworden: algemeen aanvaarde routinematige handelingen die
niet onderbouwd zijn met wetenschappelijke inzichten maar gebaseerd zijn op
gewoonte en traditie.
• Zinloze rituelen: algemeen aanvaarde routinematige handelingen die ontkracht kunnen
worden op basis van wetenschappelijke inzichten
Verbetertrajecten en implementatie:
Kern: Kwaliteit van zorg
Actualiteit: berichten over situaties waarin de zorg niet optimaal is.
Naast gesignaleerde problemen kan ook het beschikbaar komen van nieuwe
wetenschappelijke inzichten leiden tot de implementatie van een zorgvernieuwing.
Begrippen:
Vernieuwing: De nieuwe werkwijze, organisatievorm of technologie die men in de praktijk
wil invoeren
Innovatie: Vernieuwing of verandering (van bewezen waarde) die leidt tot verbetering
Voorbeelden: richtlijn, werkwijze, techniek, instrument, best practice
Implementatie: Een procesmatige en planmatige invoering van vernieuwingen en/of
verbeteringen
Stappen in veranderingsproces:
, Organisatie analyse:
Instrument om te komen tot beleid dat aansluit bij de eisen van de omgeving én de
eigenschappen van de organisatie
Externe analyse:
• Trends in de omgeving die voor de organisatie kansen of bedreigingen vormen, en die
niet door de organisatie zelf beïnvloed kunnen worden.
• Onderscheid: contextuele omgeving en transactionele omgeving
Contextueel: omgevingsanalyse zie volgende dia
Transactioneel: stakeholdersanalyse zie volgende dia
Omgevingsanalyse: hierbij worden aspecten als demografie, maatschappelijke issues,
culturele en sociale aspecten, economie, technologie en politiek/wetgeving/ juridische
aspecten geanalyseerd. Ezelsbruggetje hierbij:
DESTEP: demografische, ecologische, sociale, technologische, economische en politieke
ontwikkelingen.
Stakeholdersanalyse: hierbij worden de concurrenten, toeleveranciers (van producten maar
ook van cliënten middels diverse verwijzers), klanten en eventueel andere belanghebbenden
geanalyseerd.
Interne analyse:
Kader voor de analyse van (sterke en zwakke) aspecten van de organisatie zelf. Dit zijn
aspecten als personeelsbeleid, regels en procedures, de cultuur van de organisatie, etc.
ESHmodel:
* Kenmerk Evenwicht
– Ieder element is even belangrijk.
* Kenmerk Samenhang
– Iedere verandering in één van de elementen
zal altijd een verandering, hoe klein ook, in de
andere vijf elementen tot gevolg zal hebben.
* Kenmerk Heterogeniteit
– Diverse, heterogene aspecten:
– formele, en informele aspecten
– meetbare en nietmeetbare verschijnselen
– interne en extern bepaalde facetten van de zes
elementen.
* Strategie:
– De manier waarop (en het geheel van de middelen waarmee) vooraf gestelde doelen
nagestreefd worden
* Managementstijl