Hoofdstuk 1
Gevangenendilemma
Speltheorie
Algemene Regels
via een spel wordt getracht het gedrag van spelers te verklaren en te voorspellen.
spelers: individuele personen, bedrijven of landen zijn.
1. strategie: de wijzen waarop een speler in een bepaalde situatie zou handelen.
2. uitkomst: resultaat van de kosten strategie.
3. uitkomsten matrix.
Gevangenendilemma houdt in dat beide spelers een dominante strategie heeft en de
uitkomst moet voor beiden niet het beste resultaat zijn.
Hoofdstuk 2
Wij spreken van ruilen over de tijd wanneer het moment van inkomen verdienen een ander
moment is dan dat je dat inkomen uitgeeft.
Periode 1: inkomen wordt verdient ------>(sparen) Periode 2: inkomen wordt uitgegeven.
Periode 1: inkomen wordt uitgegeven -------> (lenen) Periode 2: inkomen wordt verdient.
Zodra er sprake is van rente is er altijd sprake van ruilen over de tijd.
Hoofdstuk 3
Belasting
Indirecte Belasting: BTW, Accijns, Invoerrechten
Directe Belasting: Loonbelasting, Erfbelasting, Vennootschapsbelasting,
Accijns: alcohol, benzine, sigaretten, suiker
Driestappenplan:
V.B. Bruto jaarloon
€7000,-
Hypotheekschuld:
€30000,-
Rente 2%
2% van €30000,- = €60000,-
70000-60000 = €64000,-
Driestappenplan:
Stap 1: Bereken het belastbaar inkomen.
Belastbaar inkomen= Bruto jaarloon- Aftrekposten.
Aftrekposten:
, 1. Hypotheek rente.
2. Giften goede doelen.
3. Pensioenpremies.
Stap 2:
Ga met het belastbaar inkomen door het schijventarief.
Schijf 1: 0-- €19922,- 36,55%
Schijf 2: €19992-- €33715,- 40,4%
Schijf 3: €33715-- €66421,- 40,4%
Schijf 4: €66421-- oneindig 52%
Stap 3:
Haal van het bedrag dat je bij stap 2 berekent hebt de heffingskortingen eraf.
Heffingskortingen:
1. De algemene heffingskorting.
2. Arbeidskorting.
3. Ouderenkorting
Loonheffing= Loonbelasting + Premies Volksverzekering
Marginale heffingsdruk: Hoeveel loonheffing moet iemand betalen als hij 1 euro bruto meer
gaat verdienen.
Gemiddelde heffingsdruk= Te betalen loonheffing/Bruto jaarloon X 100
Bruto rentelasten= Bedrag betaald aan de bank
Netto rentelasten= Bruto rentelast - belastingvoordeel
Box 1 is een voorbeeld van een progressief belastingstelsel.
Naarmate je brutoloon stijgt ga je relatief meer loonheffing betalen.
Gemiddelde loonheffing = te betalen loonheffing/ Brutojaarloon.
Wat maakt box 1 tot een progressief belastingstelsel.
1. Het stijgende belastingtarief zorgt ervoor dat box 1 progressief is.
2. Heffingskortingen zijn vaste bedragen dus mensen met een laag inkomen hebben
daar relatief meer voordeel van dan mensen met een hoog inkomen.
Marginaal is altijd €1,-
Nivelleren:
Bij nivelleren worden de inkomensverschillen kleiner naar een bepaalde actie.
Box 1 is een voorbeeld van progressief belastingstelsel en een progressief belasting leidt
altijd tot nivellering.
Gevangenendilemma
Speltheorie
Algemene Regels
via een spel wordt getracht het gedrag van spelers te verklaren en te voorspellen.
spelers: individuele personen, bedrijven of landen zijn.
1. strategie: de wijzen waarop een speler in een bepaalde situatie zou handelen.
2. uitkomst: resultaat van de kosten strategie.
3. uitkomsten matrix.
Gevangenendilemma houdt in dat beide spelers een dominante strategie heeft en de
uitkomst moet voor beiden niet het beste resultaat zijn.
Hoofdstuk 2
Wij spreken van ruilen over de tijd wanneer het moment van inkomen verdienen een ander
moment is dan dat je dat inkomen uitgeeft.
Periode 1: inkomen wordt verdient ------>(sparen) Periode 2: inkomen wordt uitgegeven.
Periode 1: inkomen wordt uitgegeven -------> (lenen) Periode 2: inkomen wordt verdient.
Zodra er sprake is van rente is er altijd sprake van ruilen over de tijd.
Hoofdstuk 3
Belasting
Indirecte Belasting: BTW, Accijns, Invoerrechten
Directe Belasting: Loonbelasting, Erfbelasting, Vennootschapsbelasting,
Accijns: alcohol, benzine, sigaretten, suiker
Driestappenplan:
V.B. Bruto jaarloon
€7000,-
Hypotheekschuld:
€30000,-
Rente 2%
2% van €30000,- = €60000,-
70000-60000 = €64000,-
Driestappenplan:
Stap 1: Bereken het belastbaar inkomen.
Belastbaar inkomen= Bruto jaarloon- Aftrekposten.
Aftrekposten:
, 1. Hypotheek rente.
2. Giften goede doelen.
3. Pensioenpremies.
Stap 2:
Ga met het belastbaar inkomen door het schijventarief.
Schijf 1: 0-- €19922,- 36,55%
Schijf 2: €19992-- €33715,- 40,4%
Schijf 3: €33715-- €66421,- 40,4%
Schijf 4: €66421-- oneindig 52%
Stap 3:
Haal van het bedrag dat je bij stap 2 berekent hebt de heffingskortingen eraf.
Heffingskortingen:
1. De algemene heffingskorting.
2. Arbeidskorting.
3. Ouderenkorting
Loonheffing= Loonbelasting + Premies Volksverzekering
Marginale heffingsdruk: Hoeveel loonheffing moet iemand betalen als hij 1 euro bruto meer
gaat verdienen.
Gemiddelde heffingsdruk= Te betalen loonheffing/Bruto jaarloon X 100
Bruto rentelasten= Bedrag betaald aan de bank
Netto rentelasten= Bruto rentelast - belastingvoordeel
Box 1 is een voorbeeld van een progressief belastingstelsel.
Naarmate je brutoloon stijgt ga je relatief meer loonheffing betalen.
Gemiddelde loonheffing = te betalen loonheffing/ Brutojaarloon.
Wat maakt box 1 tot een progressief belastingstelsel.
1. Het stijgende belastingtarief zorgt ervoor dat box 1 progressief is.
2. Heffingskortingen zijn vaste bedragen dus mensen met een laag inkomen hebben
daar relatief meer voordeel van dan mensen met een hoog inkomen.
Marginaal is altijd €1,-
Nivelleren:
Bij nivelleren worden de inkomensverschillen kleiner naar een bepaalde actie.
Box 1 is een voorbeeld van progressief belastingstelsel en een progressief belasting leidt
altijd tot nivellering.