DNA
● vormt een code met al je eigenschappen.
● met de code kan het lichaam speciale eiwitten maken
● eiwitten zorgen voor ALLES in het lichaam. Zichtbare en niet zichtbare
eigenschappen.
● DNA heeft 4 bouwstenen: A, T, C en G. Deze vormen 2 vaste paren. AT en CG. De
volgorde van deze paren vormen de DNA-sequentie.
Een karyogram is een schema dat langgerekte draden die grotendeels bestaan uit DNA,
sorteert op grootte in paren.
l
Chromosomen en Genen
Mens:
23 chromosoomparen (1 chromosoom van moeder, 1 van vader)
22 autosomaal
1 geslachtsgebonden (X, Y)
2 keer X=vrouw
1 keer X, 1 keer Y=Man
X=veel langer dan Y
(Downies hebben 3 chromosomen op paar 21)
autosomaal: niet geslachtsgebonden.
geslachtsgebonden: bepaald het gender.
Op chromosomen zitten genen (zo’n 100000)
, Alle genen bij elkaar is het genotype.
genotype: eigenschappen die je NIET van buiten kunt zien. Het is erfelijk. (gedrag enz)
gen: codeert eiwit; een stuk DNA-molecuul met de info voor het maken van een specifiek
eiwit.
fenotype: eigenschappen die je WEL van buiten kunt zien. Hier kan milieu invloed op
hebben. (haar enz)