Inhoud
Week 1/2 (H5) 2
Week 3 (H6) 8
Week 4 (H7) 11
Week 5 (H8) 14
Week 6/7 (H9) 18
1
,Week 1/2 H5
Investeren = het vastleggen van vermogen in activa
Vervangingsinvesteringen = gericht op behouden van productiecapaciteit
Uitbreidingsinvesteringen = gericht op vergroten van productiecapaciteit
Investeringsproject = geheel van investeringen in bij elkaar behorende vaste en vlottende
activa. Worden gekenmerkt door: cashflows = netto ontvangsten (ontvangsten -
uitgaven)
Vrije kasstromen = bruto-ontvangsten uit hoofde van de verkoop van producten - de
uitgaven in verband met aanschaf en aanwending van productiemiddelen. Ontvangsten
en uitgaven die samenhangen met de financiering zijn geen onderdeel van de vrije
kasstroom.
Bepaling cashflows
Desinvestering = restwaarde van de machine
Beoordeling van investeringsprojecten
2
, Bij de beoordeling van de investeringsprojecten wordt er gekeken naar de hoogte van de
vrije kasstroom en niet naar de winst. Waarom?:
- Winst is geen eenduidig begrip
- Winst houdt slechts rekening met het tijdstip
Als rentabiliteit van een investering gelijk is aan de gemiddelde vermogenskostenvoet,
dan levert de investering precies genoeg op om de eisen van de vermogensverschaffers
te kunnen voldoen in de vorm van winstuitkeringen en rentebetalingen.
Desinvesteringen = veroorzaken een extra ontvangst in het laatste jaar van het
investeringsproject. Bij het. Einde van het project zijn aangeschafte activa niet meer nodig
voor de uitvoering van het project. Het vastliggende activa valt dan weer vrij (=restwaarde)
Vrije kasstroom = periodewinst na belastingen + afschrijvingen - investeringen +
desinvesteringen.
Contante waarde = A / (1 + ir) ^ n
Eindwaarde = A * (1 + ir) ^ n
3