Natuurkunde
Hoofdstuk 9
Elektrische energie
Het elektriciteitsverbruik van een apparaat hangt af van:
- Hoeveel energie het verbruikt = Vermogen (P van Power) in Watt of kiloWatt
- Hoe lang het apparaat aan staat = tijd (t) in seconden of uur
Het totale energieverbruik bereken je met:
E=Pxt
E = energie in kWh of J (Joule)
P = vermogen in W of kW
t = tijd in s of uur
- Er zijn 2 manieren om het elektrisch energieverbruik te berekenen:
E=Pxt E=Pxt
E = …. Watt (W) x …… seconden (s) E = …… kiloWatt (kW) x ….. Uur
E = ……. Joule (J) E = ……. kiloWattuur (kWh)
3.600.000 Joule = 1 kWh
: 3.600.000
Joule v
kWh
x 3.600.000
Het vermogen (P), hoeveel energie een apparaat verbruikt hangt af van 2 dingen :
- De spanning (U) in Volt (V)
- De stroomsterkte (I) in Ampère (A)
P=UxI
P = vermogen in Watt (W)
U = spanning in Volt (V)
I = stroomsterkte in Ampère (A)
Als iets word aangesloten op het stopcontact (netspanning) is de spanning altijd 230 Volt!
, Hoofdstuk 7
7.1 Energievoorzieningen
De meeste energie komt van het verbranden van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas en
steenkool).
Deze raken echter op EN er ontstaat bij verbranding CO2, wat het broeikaseffect veroorzaakt.
Daarom gebruiken we liever duurzame energiebronnen zoals:
- Zon
- Wind
- Stromend water
- Aardwarmte
Deze raken niet op en zijn niet schadelijk voor mens en milieu!
7.2 Zuinig met energie
Het zou goed zijn als we energie besparen.
Dat kunnen we doen door:
- Overbodige apparaten niet kopen
- Apparaten met een A-label kopen
- Kieren dichten (met tochtstrips)
- Dubbel glas installeren (de stilstaande lucht ertussen isoleert goed)
- Muren, Vloeren en Daken isoleren (een schuimlaag aanbrengen waarin belletjes zitten)
- Apparaten niet onnodig aan laten staan (bv. lamp, tv, verwarming)
3 soorten warmtetransport zijn:
- Geleiding (de warmte wordt doorgegeven)
- Stroming (de warmte stroomt zelf naar een ander kouder punt)
- Straling (de warmte springt over, zonder tussenstof)
De hoeveelheid warmte die verdwijnt hangt af van:
- Het temperatuurverschil (veel verschil tussen binnen en buiten zorgt voor veel warmte
verlies)
- De soort stof (een warmtegeleider zorgt voor meer warmteverlies dan een isolator,
zoals schuim met luchtbelletjes erin)
- De dikte van de wand
Hoofdstuk 9
Elektrische energie
Het elektriciteitsverbruik van een apparaat hangt af van:
- Hoeveel energie het verbruikt = Vermogen (P van Power) in Watt of kiloWatt
- Hoe lang het apparaat aan staat = tijd (t) in seconden of uur
Het totale energieverbruik bereken je met:
E=Pxt
E = energie in kWh of J (Joule)
P = vermogen in W of kW
t = tijd in s of uur
- Er zijn 2 manieren om het elektrisch energieverbruik te berekenen:
E=Pxt E=Pxt
E = …. Watt (W) x …… seconden (s) E = …… kiloWatt (kW) x ….. Uur
E = ……. Joule (J) E = ……. kiloWattuur (kWh)
3.600.000 Joule = 1 kWh
: 3.600.000
Joule v
kWh
x 3.600.000
Het vermogen (P), hoeveel energie een apparaat verbruikt hangt af van 2 dingen :
- De spanning (U) in Volt (V)
- De stroomsterkte (I) in Ampère (A)
P=UxI
P = vermogen in Watt (W)
U = spanning in Volt (V)
I = stroomsterkte in Ampère (A)
Als iets word aangesloten op het stopcontact (netspanning) is de spanning altijd 230 Volt!
, Hoofdstuk 7
7.1 Energievoorzieningen
De meeste energie komt van het verbranden van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas en
steenkool).
Deze raken echter op EN er ontstaat bij verbranding CO2, wat het broeikaseffect veroorzaakt.
Daarom gebruiken we liever duurzame energiebronnen zoals:
- Zon
- Wind
- Stromend water
- Aardwarmte
Deze raken niet op en zijn niet schadelijk voor mens en milieu!
7.2 Zuinig met energie
Het zou goed zijn als we energie besparen.
Dat kunnen we doen door:
- Overbodige apparaten niet kopen
- Apparaten met een A-label kopen
- Kieren dichten (met tochtstrips)
- Dubbel glas installeren (de stilstaande lucht ertussen isoleert goed)
- Muren, Vloeren en Daken isoleren (een schuimlaag aanbrengen waarin belletjes zitten)
- Apparaten niet onnodig aan laten staan (bv. lamp, tv, verwarming)
3 soorten warmtetransport zijn:
- Geleiding (de warmte wordt doorgegeven)
- Stroming (de warmte stroomt zelf naar een ander kouder punt)
- Straling (de warmte springt over, zonder tussenstof)
De hoeveelheid warmte die verdwijnt hangt af van:
- Het temperatuurverschil (veel verschil tussen binnen en buiten zorgt voor veel warmte
verlies)
- De soort stof (een warmtegeleider zorgt voor meer warmteverlies dan een isolator,
zoals schuim met luchtbelletjes erin)
- De dikte van de wand