Geschiedenis
Nederland (1948-2008)
3.1 De remmen los
Leidende vraag: Waardoor veranderde de maatschappelijke verhoudingen
in Nederland van 1948 tot 1978?
Bakker Klaas de Jong kreeg als eerste een douche en een televisie, dat gaf
aan dat er snel veranderingen kwamen in de 20e eeuw.
Verzuiling was een kenmerk van de Nederlandse samenleving. Er waren 4
zuilen waartoe je je aangetrokken kon voelen, namelijk: de katholieke, de
protestants-christelijke, de socialistische en de liberalistische. De leiders
die het land bestuurden waarbij geen enkele zuil de meerderheid had. Er
werden zakelijke afspraken gemaakt die ook wel compromissen worden
genoemd. De leiders wilden vooral dat alles gebeurden via hun eigen
principes. Na de 2e Wereldoorlog is er geprobeerd om een nieuwe start te
maken zonder zuilen, maar deze verzuilde politiek mislukte.
De vreugde over het einde van de 2e Wereldoorlog was maar van korte
duur, want mensen hadden geen huizen en kleren meer. Daarnaast ging
het ook niet goed met de economie, dus de Verenigde Staten besloot
Nederland te helpen met de wederopbouw dmv het Marshallplan. Een
gevolg hiervan was dat Nederland koos voor de kant van de Amerikanen,
terwijl Nederland tijdens de 2e Wereldoorlog neutraal bleef. De les van de
2e Wereldoorlog is dat de neutraliteitspolitiek niet langer houdbaar was,
maar er kwam steeds meer samenwerking tussen de Westerse-landen.
Na de bevrijding gingen veel mannen en vrouwen met elkaar trouwen. Een
gevolg daarvan was dat er een babyboom ontstond, waarbij het aantal
geboortes heel hoog lag. De groep mensen die in die tijd geboren werden
heten de babyboomers. De snelgroeiende bevolking was voor de
Nederlandse regering een uitdagen, want een babyboom zorgt voor extra
voorzieningen, zoals: scholen, banen en huizen.
Gevolgen actieve rol overheid:
Industrialisatiepolitiek
Geleide politiek (de rooms-rode coalitie)
Maakbare samenleving
Verzorgingsstaat
Consumptiemaatschappij
In de jaren 30 geloofde de regering dat de werkloosheid vanzelf zou
verdwijnen, maar dat was niet gebeurt. Na de 2e Wereldoorlog kreeg de
overheid een actieve rol bij het herstellen van de economie, waardoor er
een koerswijziging ontstond. Het zwaartepunt bij de landbouw, de handel
en de scheepsvaart verdween en veranderde naar de industrie. De
overheid kreeg niet heel veel te zeggen over het produceren in Nederland,
maar gaf wel de juiste voorwaarden. Dit heet de industrialisatiepolitiek.
, Deze politiek zorgde ervoor dat er veel arbeidsplaatsen kwamen in de
industrie, waardoor er minder werkloosheid was.
Het ging slecht, want het land was geruïneerd en er was geen geld meer.
De oplossing was om veel te overleggen en compromissen te sluiten. Er
werd een coalitie gevormd tussen de katholieken (KVP) en de socialisten
(PvdA) genaamd: ‘’de rooms-rode regeringen’’. De regering besloot dat er
een geleide loonpolitiek kwam, waarbij als de lonen laag zouden zijn dat
de producten ook een lagere prijs zouden hebben.
Dat zorgt ervoor dat de economie groeit, want er wordt meer geld
verdiend dan dat er wordt uitgegeven. De geleide politiek is alleen
succesvol als de vakbonden het ermee eens zijn. De belangrijkste
vakbonden zijn:
- De katholieke zuil
- De socialistische zuil
Uit deze twee zuilen is de regering gevormd, waardoor er weinig protesten
en stakingen meer waren. Deze politiek zorgde ervoor dat Nederland een
exportland werd.
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 waren er dijkdoorbraken in
Zuidwest-Nederland. Om deze rampen in de toekomst te voorkomen
kwam er een Deltaplan, waarbij de dijken werden verhoogd en versterkt.
De ingenieurs lieten de maakbaarheid van het land zien door het werk uit
te voeren met de technici. Ook kwam er een maakbare samenleving.
Nadat de welvaart de goede kant op ging was het welzijn aan de beurt. De
Nederlandse burgers werden nog deugdzamer opgevoed. Dit zorgde later
voor een negatief imago, waarbij het leven erg kleinburgerlijk, saai en
braaf geweest zou zijn.
Door de toenemende invloed van de overheid kwam er meer sociale
zekerheid. Bij ouderdom of werkloosheid kreeg men een uitkering, want
niemand wilde weer terug in de jaren 30 waarbij er onvoldoende inkomen
was. Willem Drees schreef een Noodwet waarmee alle ouderen het
minimumloon konden krijgen. Even later veranderde de Noodwet naar de
Algemene Ouderdomswet (AOW). In de jaren 50 en 60 kwamen er sociale
wetten waarbij kwetsbare groepen (bejaarden, weduwen, mensen met
beperking) het recht hadden op hulp. De Bijstandswet (1965) was erg
belangrijk tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat. Deze wet zorgde
ervoor dat iedereen die tijdelijk of langdurig niet voor zichzelf kan zorgen
op financiële hulp kon rekenen. Het stelsel met de sociale wetten heeft
dus voor meer gelijkheid gezorgd, want iedere Nederlander kan bezitten
over het minimumloon.
De Nederlandse economie is gegroeid door de industrialisatiepolitiek en de
geleide loonpolitiek. Ook werd de economische groei gestimuleerd door
het snelle economische herstel van West-Duitsland, want Nederland
handelde veel met West-Duitsland. Daarnaast is er in Groningen in 1959
een aardgasveld aangeboord waardoor er veel winst werd behaald dmv
Nederland (1948-2008)
3.1 De remmen los
Leidende vraag: Waardoor veranderde de maatschappelijke verhoudingen
in Nederland van 1948 tot 1978?
Bakker Klaas de Jong kreeg als eerste een douche en een televisie, dat gaf
aan dat er snel veranderingen kwamen in de 20e eeuw.
Verzuiling was een kenmerk van de Nederlandse samenleving. Er waren 4
zuilen waartoe je je aangetrokken kon voelen, namelijk: de katholieke, de
protestants-christelijke, de socialistische en de liberalistische. De leiders
die het land bestuurden waarbij geen enkele zuil de meerderheid had. Er
werden zakelijke afspraken gemaakt die ook wel compromissen worden
genoemd. De leiders wilden vooral dat alles gebeurden via hun eigen
principes. Na de 2e Wereldoorlog is er geprobeerd om een nieuwe start te
maken zonder zuilen, maar deze verzuilde politiek mislukte.
De vreugde over het einde van de 2e Wereldoorlog was maar van korte
duur, want mensen hadden geen huizen en kleren meer. Daarnaast ging
het ook niet goed met de economie, dus de Verenigde Staten besloot
Nederland te helpen met de wederopbouw dmv het Marshallplan. Een
gevolg hiervan was dat Nederland koos voor de kant van de Amerikanen,
terwijl Nederland tijdens de 2e Wereldoorlog neutraal bleef. De les van de
2e Wereldoorlog is dat de neutraliteitspolitiek niet langer houdbaar was,
maar er kwam steeds meer samenwerking tussen de Westerse-landen.
Na de bevrijding gingen veel mannen en vrouwen met elkaar trouwen. Een
gevolg daarvan was dat er een babyboom ontstond, waarbij het aantal
geboortes heel hoog lag. De groep mensen die in die tijd geboren werden
heten de babyboomers. De snelgroeiende bevolking was voor de
Nederlandse regering een uitdagen, want een babyboom zorgt voor extra
voorzieningen, zoals: scholen, banen en huizen.
Gevolgen actieve rol overheid:
Industrialisatiepolitiek
Geleide politiek (de rooms-rode coalitie)
Maakbare samenleving
Verzorgingsstaat
Consumptiemaatschappij
In de jaren 30 geloofde de regering dat de werkloosheid vanzelf zou
verdwijnen, maar dat was niet gebeurt. Na de 2e Wereldoorlog kreeg de
overheid een actieve rol bij het herstellen van de economie, waardoor er
een koerswijziging ontstond. Het zwaartepunt bij de landbouw, de handel
en de scheepsvaart verdween en veranderde naar de industrie. De
overheid kreeg niet heel veel te zeggen over het produceren in Nederland,
maar gaf wel de juiste voorwaarden. Dit heet de industrialisatiepolitiek.
, Deze politiek zorgde ervoor dat er veel arbeidsplaatsen kwamen in de
industrie, waardoor er minder werkloosheid was.
Het ging slecht, want het land was geruïneerd en er was geen geld meer.
De oplossing was om veel te overleggen en compromissen te sluiten. Er
werd een coalitie gevormd tussen de katholieken (KVP) en de socialisten
(PvdA) genaamd: ‘’de rooms-rode regeringen’’. De regering besloot dat er
een geleide loonpolitiek kwam, waarbij als de lonen laag zouden zijn dat
de producten ook een lagere prijs zouden hebben.
Dat zorgt ervoor dat de economie groeit, want er wordt meer geld
verdiend dan dat er wordt uitgegeven. De geleide politiek is alleen
succesvol als de vakbonden het ermee eens zijn. De belangrijkste
vakbonden zijn:
- De katholieke zuil
- De socialistische zuil
Uit deze twee zuilen is de regering gevormd, waardoor er weinig protesten
en stakingen meer waren. Deze politiek zorgde ervoor dat Nederland een
exportland werd.
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 waren er dijkdoorbraken in
Zuidwest-Nederland. Om deze rampen in de toekomst te voorkomen
kwam er een Deltaplan, waarbij de dijken werden verhoogd en versterkt.
De ingenieurs lieten de maakbaarheid van het land zien door het werk uit
te voeren met de technici. Ook kwam er een maakbare samenleving.
Nadat de welvaart de goede kant op ging was het welzijn aan de beurt. De
Nederlandse burgers werden nog deugdzamer opgevoed. Dit zorgde later
voor een negatief imago, waarbij het leven erg kleinburgerlijk, saai en
braaf geweest zou zijn.
Door de toenemende invloed van de overheid kwam er meer sociale
zekerheid. Bij ouderdom of werkloosheid kreeg men een uitkering, want
niemand wilde weer terug in de jaren 30 waarbij er onvoldoende inkomen
was. Willem Drees schreef een Noodwet waarmee alle ouderen het
minimumloon konden krijgen. Even later veranderde de Noodwet naar de
Algemene Ouderdomswet (AOW). In de jaren 50 en 60 kwamen er sociale
wetten waarbij kwetsbare groepen (bejaarden, weduwen, mensen met
beperking) het recht hadden op hulp. De Bijstandswet (1965) was erg
belangrijk tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat. Deze wet zorgde
ervoor dat iedereen die tijdelijk of langdurig niet voor zichzelf kan zorgen
op financiële hulp kon rekenen. Het stelsel met de sociale wetten heeft
dus voor meer gelijkheid gezorgd, want iedere Nederlander kan bezitten
over het minimumloon.
De Nederlandse economie is gegroeid door de industrialisatiepolitiek en de
geleide loonpolitiek. Ook werd de economische groei gestimuleerd door
het snelle economische herstel van West-Duitsland, want Nederland
handelde veel met West-Duitsland. Daarnaast is er in Groningen in 1959
een aardgasveld aangeboord waardoor er veel winst werd behaald dmv