Hoorcolleges Pathologie van het Bewegen
Thema 1 – Mobiliteitsproblemen bij veroudering:
Leeftijdsopbouw Nederlands bevolking
Dubbele vergrijzing, relatief steeds meer ouderen in de populatie en we
worden ook steeds ouder
Oorzaken van mobiliteitsproblemen bij veroudering:
De gemiddelde levensverwachting is toegenomen, maar we zijn ook langer chronisch
ziek (omdat we eerder ziektes kunnen vaststellen).
Consequenties van veroudering afname van mobiliteit: het vermogen om te
kunnen bewegen en de mate van fysieke activiteit
- Genen bepalen 20% van de achteruitgang
- 80% is levensstijl
Als de mobiliteit onder een bepaald punt komt, wordt zelfredzaamheid een probleem.
Fysiologische veroudering:
Spierskeletstelsel:
- Sarcopenie: verlies van spiermassa
o Spiermassa wordt vervangen door vet- en bindweefsel
o Automatisch proces bij het ouder worden
, o Wordt versterkt door mate van inactief gedrag
Diapenie: verlies spierkracht
Jongvolwassenen: 50% van lichaamsmassa is spier, bij 70-80 jarigen is dat nog
maar 25%.
Spierkracht neemt vanaf 40e met 5% per jaar af, hoe hoog je piek vroeg in je leven is,
hoe voordeliger het is voor je verdere leven.
Mechanismen voor verlies spierkracht:
- Cross sectional area ↓
- Bindweefsel/vet ↑
- Diameter spiervezel ↓
- Aantal spiervezels ↓
- Aantal motorunits ↓
o Omdat aantal spiervezels afneemt
o Omdat elke zenuwvezel meer spiervezels aanstuurt
Minder en grotere motorunits
- ↓ type II > ↓ type I vezels
o Ouderen gebruiken minder power, waardoor type II vezels meer/sneller
afsterven
Ook afname in snelheid van krachtsopbouw
- Power = kracht x snelheid
o Neemt vanaf 40e met 10% per jaar af
Hoe komt dit?
- Atrofie
- ↓ type II vezels
o Zijn de explosieve vezels die voor de power zorgen
- ↓ pees-stijfheid
o Worden dus steeds slapper
- Afname recrutering vanuit CZS
Dit uit zich voornamelijk in explosieve bewegingen, bv. sprintvermogen.
Osteoporose: verlies van botmassa (botontkalking)
- Verlaagde botdichtheid
- Toename kans op fracturen
, Hartvaatstelsel
Uithoudingsvermogen:
- VO2max
- Internationale standaard voor fysieke fitheid
- Lage waarde relateert aan hartvaatziekte en mortaliteit
- Vanaf 30e: ca. 1% afname per jaar
- 30-75 jaar > 50% verlies!
-
Alledaagse activiteiten zijn voor ouderen dus bijna op de maximale capaciteit. Dit
zorgt ervoor dat de activiteiten vaak vermeden worden, maar daarmee wordt het
systeem ook niet getraind en zorgt het voor een verdere afname.
Kritieke grens voor onafhankelijkheid: ongeveer 15 ml/kg/min, lastig om dagelijkse
activiteiten nog zelfstandig uit te voeren
Mechanismen voor verlies uithoudingsvermogen:
‘Perifeer’ – spier:
- O2 consumptie
o Spieratrofie
o Afname doorbloeding
o Atroveneuze O2 verschil kleiner
‘Centraal’ – cardiovasculair systeem:
- Afname O2 voorziening
o Atrofie hartspier
o Verdikking vaatwand
- Afname bloedvolume
- Toename bloeddruk
- Afname max frequentie
- Afname max slagvolume
Sensorisch stelsel:
Vestibulair systeem:
- Registratie lineaire/angulaire versnellingen van het hoofd en de
zwaartekrachtversnelling
- Veroudering: verlies van sensoren; afname sterkte van vestibulaire reflexen
Thema 1 – Mobiliteitsproblemen bij veroudering:
Leeftijdsopbouw Nederlands bevolking
Dubbele vergrijzing, relatief steeds meer ouderen in de populatie en we
worden ook steeds ouder
Oorzaken van mobiliteitsproblemen bij veroudering:
De gemiddelde levensverwachting is toegenomen, maar we zijn ook langer chronisch
ziek (omdat we eerder ziektes kunnen vaststellen).
Consequenties van veroudering afname van mobiliteit: het vermogen om te
kunnen bewegen en de mate van fysieke activiteit
- Genen bepalen 20% van de achteruitgang
- 80% is levensstijl
Als de mobiliteit onder een bepaald punt komt, wordt zelfredzaamheid een probleem.
Fysiologische veroudering:
Spierskeletstelsel:
- Sarcopenie: verlies van spiermassa
o Spiermassa wordt vervangen door vet- en bindweefsel
o Automatisch proces bij het ouder worden
, o Wordt versterkt door mate van inactief gedrag
Diapenie: verlies spierkracht
Jongvolwassenen: 50% van lichaamsmassa is spier, bij 70-80 jarigen is dat nog
maar 25%.
Spierkracht neemt vanaf 40e met 5% per jaar af, hoe hoog je piek vroeg in je leven is,
hoe voordeliger het is voor je verdere leven.
Mechanismen voor verlies spierkracht:
- Cross sectional area ↓
- Bindweefsel/vet ↑
- Diameter spiervezel ↓
- Aantal spiervezels ↓
- Aantal motorunits ↓
o Omdat aantal spiervezels afneemt
o Omdat elke zenuwvezel meer spiervezels aanstuurt
Minder en grotere motorunits
- ↓ type II > ↓ type I vezels
o Ouderen gebruiken minder power, waardoor type II vezels meer/sneller
afsterven
Ook afname in snelheid van krachtsopbouw
- Power = kracht x snelheid
o Neemt vanaf 40e met 10% per jaar af
Hoe komt dit?
- Atrofie
- ↓ type II vezels
o Zijn de explosieve vezels die voor de power zorgen
- ↓ pees-stijfheid
o Worden dus steeds slapper
- Afname recrutering vanuit CZS
Dit uit zich voornamelijk in explosieve bewegingen, bv. sprintvermogen.
Osteoporose: verlies van botmassa (botontkalking)
- Verlaagde botdichtheid
- Toename kans op fracturen
, Hartvaatstelsel
Uithoudingsvermogen:
- VO2max
- Internationale standaard voor fysieke fitheid
- Lage waarde relateert aan hartvaatziekte en mortaliteit
- Vanaf 30e: ca. 1% afname per jaar
- 30-75 jaar > 50% verlies!
-
Alledaagse activiteiten zijn voor ouderen dus bijna op de maximale capaciteit. Dit
zorgt ervoor dat de activiteiten vaak vermeden worden, maar daarmee wordt het
systeem ook niet getraind en zorgt het voor een verdere afname.
Kritieke grens voor onafhankelijkheid: ongeveer 15 ml/kg/min, lastig om dagelijkse
activiteiten nog zelfstandig uit te voeren
Mechanismen voor verlies uithoudingsvermogen:
‘Perifeer’ – spier:
- O2 consumptie
o Spieratrofie
o Afname doorbloeding
o Atroveneuze O2 verschil kleiner
‘Centraal’ – cardiovasculair systeem:
- Afname O2 voorziening
o Atrofie hartspier
o Verdikking vaatwand
- Afname bloedvolume
- Toename bloeddruk
- Afname max frequentie
- Afname max slagvolume
Sensorisch stelsel:
Vestibulair systeem:
- Registratie lineaire/angulaire versnellingen van het hoofd en de
zwaartekrachtversnelling
- Veroudering: verlies van sensoren; afname sterkte van vestibulaire reflexen