Algemene Economie Hoofdstuk 7 Arbeidsmarktontwikkelingen en
bedrijfsbeleid
Voor bedrijven die voornamelijk exporteren brengt de landelijke loonkostenstijging alleen maar extra
kosten met zich mee. Voor conjunctuurgevoelige bedrijven die voornamelijk binnenlandse markt
afhankelijk zijn, levert een loonkostenstijging ook extra afzet op. Dit bestedingseffect van een
loonstijging compenseert op zijn minst gedeeltelijk het kosteneffect van een loonstijging. Een
loonstijging heeft dan geen of minder ernstige gevolgen voor je winst.
7.1 Loonkostenbepalende factoren
80 procent van de werknemers valt onder een collectieve arbeidsovereenkomst. (CAO). Een cao is
een schriftelijke overeenkomst tussen een of meer werkgevers en een werknemersorganisatie
waarin afspraken over de arbeidsvoorwaarden zoals loon, werktijden en verlof zijn vastgelegd.
Hoeveel ruimte er is om het loon te verhogen is afhankelijk van de arbeidsproductiviteit en
prijsontwikkeling. Als de de prijs van je producten verhoogt of je werknemers per persoon meer
produceren, ontstaat er een financiële ruimte om de lonen te verhogen zonder toename van de
loonkosten per eenheid product. Dit wordt loonruimte genoemd. Met andere woorden, als het loon
per werknemer stijgt als de som van de stijging van de arbeidsproductiviteit en de prijs, blijven de
loonkosten per eenheid product en de winstmarge gelijk.
Een belangrijk voorwaarde is evenwel dat de prijsstijging ook daadwerkelijk ruimte biedt voor een
loonstijging. Een hogere prijs voor het product levert niet altijd loonruimte op. Denk maar als de
grondstofprijs gewoon is verhoogd. Dit kan betekenen dat een geringer deel van de nationale
productie aan kapitaal gaat toevallen, omdat werknemers een dalende koopkracht door hogere
prijzen niet accepteren en hogere lonen zullen afdwingen.
Dit komt tot een uitdrukking in een oplopende arbeidsinkomensquote (AIG). Vereenvoudigd
weergegeven is de AIG in het loonaandeel in de nationale productie. De formule is als volgt:
AIG = Loon x aantal werknemers / inflatie x nationaal inkomen
De mate waarin de loonruimte wordt benut, hangt sterk af van de arbeidsmarktsituatie. In een
periode met oplopende werkloosheid zullen looneisen onder de loonruimte blijven, waardoor de
winstmarge stijgt. In een hoogconjunctuur kan het voorkomen dat de loonruimte kleiner is dan de
daadwerkelijke loonstijgingen. Niet alleen door looneisen, maar ook door een wage drift. Een wage
drift ontstaat wanneer bedrijven werknemers bij elkaar wegkopen.
Loonvoet bedrijven
De gemiddelde stijging van de verdiende lonen bij de bedrijven, inclusief de sociale lasten die de
werkgever moet afdragen.
bedrijfsbeleid
Voor bedrijven die voornamelijk exporteren brengt de landelijke loonkostenstijging alleen maar extra
kosten met zich mee. Voor conjunctuurgevoelige bedrijven die voornamelijk binnenlandse markt
afhankelijk zijn, levert een loonkostenstijging ook extra afzet op. Dit bestedingseffect van een
loonstijging compenseert op zijn minst gedeeltelijk het kosteneffect van een loonstijging. Een
loonstijging heeft dan geen of minder ernstige gevolgen voor je winst.
7.1 Loonkostenbepalende factoren
80 procent van de werknemers valt onder een collectieve arbeidsovereenkomst. (CAO). Een cao is
een schriftelijke overeenkomst tussen een of meer werkgevers en een werknemersorganisatie
waarin afspraken over de arbeidsvoorwaarden zoals loon, werktijden en verlof zijn vastgelegd.
Hoeveel ruimte er is om het loon te verhogen is afhankelijk van de arbeidsproductiviteit en
prijsontwikkeling. Als de de prijs van je producten verhoogt of je werknemers per persoon meer
produceren, ontstaat er een financiële ruimte om de lonen te verhogen zonder toename van de
loonkosten per eenheid product. Dit wordt loonruimte genoemd. Met andere woorden, als het loon
per werknemer stijgt als de som van de stijging van de arbeidsproductiviteit en de prijs, blijven de
loonkosten per eenheid product en de winstmarge gelijk.
Een belangrijk voorwaarde is evenwel dat de prijsstijging ook daadwerkelijk ruimte biedt voor een
loonstijging. Een hogere prijs voor het product levert niet altijd loonruimte op. Denk maar als de
grondstofprijs gewoon is verhoogd. Dit kan betekenen dat een geringer deel van de nationale
productie aan kapitaal gaat toevallen, omdat werknemers een dalende koopkracht door hogere
prijzen niet accepteren en hogere lonen zullen afdwingen.
Dit komt tot een uitdrukking in een oplopende arbeidsinkomensquote (AIG). Vereenvoudigd
weergegeven is de AIG in het loonaandeel in de nationale productie. De formule is als volgt:
AIG = Loon x aantal werknemers / inflatie x nationaal inkomen
De mate waarin de loonruimte wordt benut, hangt sterk af van de arbeidsmarktsituatie. In een
periode met oplopende werkloosheid zullen looneisen onder de loonruimte blijven, waardoor de
winstmarge stijgt. In een hoogconjunctuur kan het voorkomen dat de loonruimte kleiner is dan de
daadwerkelijke loonstijgingen. Niet alleen door looneisen, maar ook door een wage drift. Een wage
drift ontstaat wanneer bedrijven werknemers bij elkaar wegkopen.
Loonvoet bedrijven
De gemiddelde stijging van de verdiende lonen bij de bedrijven, inclusief de sociale lasten die de
werkgever moet afdragen.