Algemene Economie Hoofdstuk 6 Conjunctuur en bedrijfsbeleid
Ondanks een goed bedrijfsbeleid kan het bedrijfsresultaat toch tegenvallen door macro-economische
tegenwind. Met slim bedrijfsbeleid kun je de gevolgen van schommelingen in de conjunctuur
enigszins opvangen, waardoor het bedrijfsresultaat een grotere stabiliteit gaat vertonen.
6.1 De invloed van de conjunctuur op het bedrijfsresultaat
Elke conjunctuurfase heeft een positieve en negatieve gevolgen voor het bedrijfsresultaat.
Onderstaand figuur laat zien dat de conjunctuur zowel invloed heeft op de omzet als de kosten.
Een hoogconjunctuur helpt je verkopen flink omhoogstuwen, maar gaat ook gepaard met stijgende
loonkosten en oplopende grondstof- en olieprijzen. Omdat deze kosten in een hoogconjunctuur
relatief eenvoudig kunnen worden doorberekend, neemt de inflatie toe, waardoor ook de rente
stijgt. Banken en andere geldverschaffers zullen immers hun rentetarieven verhogen om zodoende
het waardeverlies van hun geld te compenseren.
Een hoogconjunctuur gaat ook vaak gepaard met een stijgende wisselkoers door extra interesse van
buitenlandse beleggers of te investeren. Dit is nou eenmaal interessant om te beleggen in een goed
draaiend land. De vraag naar de munt van het betreffende land neemt toe, waardoor de munt, de
wisselkoers, stijgt. Ook kan export hierin een belangrijke groei zijn. Exportgroei betekent ook groei en
vraag naar de munt van het exportland. Hogere lonen en rente en oplopende grondstoffen drukken
het bedrijfsresultaat, maar niet voor elk bedrijf in dezelfde mate. Uitzendbureaus moeten in een
hoogconjunctuur meer betalen voor het aantrekken van uitzendpersoneel, terwijl afnemende
bedrijven steeds vaker gedwongen worden vaste contracten aan te bieden. De marges (wat
uiteindelijk overblijft) voor uitzendbedrijven komen dus in de verdrukking.
Bedrijven met een goede marktpositie kunnen kostenstijgingen makkelijk afwentelen op hun
afnemers dan bij scherpe concurrentie. Bovendien is het zo dat als je markt vooral in het binnenland
zit, hogere lonen ook meer afzetmogelijkheden betekenen. Als je producten importeert en deze
vervolgens afzet op de binnenlandse markt heb je voordeel van een hogere wisselkoers. Je krijgt
bijvoorbeeld meer dollars voor een euro waardoor producten uit Amerika voor jou goedkoper
worden en je winstmarge vergroot. Daar staat tegenover dat de exporteurs hun producten moeilijker
kwijtraken in het buitenland. Amerikanen betalen immers meer voor een euro. Dat kan je
marktaandeel kosten tenzij je de europrijs verlaagt of akkoord gaat met een dollarbetaling. Voor de
opbrengst in euro`s maakt het niet uit, want die daalt.
Ondanks een goed bedrijfsbeleid kan het bedrijfsresultaat toch tegenvallen door macro-economische
tegenwind. Met slim bedrijfsbeleid kun je de gevolgen van schommelingen in de conjunctuur
enigszins opvangen, waardoor het bedrijfsresultaat een grotere stabiliteit gaat vertonen.
6.1 De invloed van de conjunctuur op het bedrijfsresultaat
Elke conjunctuurfase heeft een positieve en negatieve gevolgen voor het bedrijfsresultaat.
Onderstaand figuur laat zien dat de conjunctuur zowel invloed heeft op de omzet als de kosten.
Een hoogconjunctuur helpt je verkopen flink omhoogstuwen, maar gaat ook gepaard met stijgende
loonkosten en oplopende grondstof- en olieprijzen. Omdat deze kosten in een hoogconjunctuur
relatief eenvoudig kunnen worden doorberekend, neemt de inflatie toe, waardoor ook de rente
stijgt. Banken en andere geldverschaffers zullen immers hun rentetarieven verhogen om zodoende
het waardeverlies van hun geld te compenseren.
Een hoogconjunctuur gaat ook vaak gepaard met een stijgende wisselkoers door extra interesse van
buitenlandse beleggers of te investeren. Dit is nou eenmaal interessant om te beleggen in een goed
draaiend land. De vraag naar de munt van het betreffende land neemt toe, waardoor de munt, de
wisselkoers, stijgt. Ook kan export hierin een belangrijke groei zijn. Exportgroei betekent ook groei en
vraag naar de munt van het exportland. Hogere lonen en rente en oplopende grondstoffen drukken
het bedrijfsresultaat, maar niet voor elk bedrijf in dezelfde mate. Uitzendbureaus moeten in een
hoogconjunctuur meer betalen voor het aantrekken van uitzendpersoneel, terwijl afnemende
bedrijven steeds vaker gedwongen worden vaste contracten aan te bieden. De marges (wat
uiteindelijk overblijft) voor uitzendbedrijven komen dus in de verdrukking.
Bedrijven met een goede marktpositie kunnen kostenstijgingen makkelijk afwentelen op hun
afnemers dan bij scherpe concurrentie. Bovendien is het zo dat als je markt vooral in het binnenland
zit, hogere lonen ook meer afzetmogelijkheden betekenen. Als je producten importeert en deze
vervolgens afzet op de binnenlandse markt heb je voordeel van een hogere wisselkoers. Je krijgt
bijvoorbeeld meer dollars voor een euro waardoor producten uit Amerika voor jou goedkoper
worden en je winstmarge vergroot. Daar staat tegenover dat de exporteurs hun producten moeilijker
kwijtraken in het buitenland. Amerikanen betalen immers meer voor een euro. Dat kan je
marktaandeel kosten tenzij je de europrijs verlaagt of akkoord gaat met een dollarbetaling. Voor de
opbrengst in euro`s maakt het niet uit, want die daalt.