Geschiedenis module 8 samenvatting
Je legt het begrip industriële revolutie uit.
- overgang tussen handmatig en machinaal werk.
- De industriële revolutie begon rond 1750 in Engeland en vervolgde begin
negentiende eeuw in de rest van Europa.
Je beschrijft hoe de samenleving was voor de industriële revolutie.
- veel op boerderijen.
- ze maakten zelf producten en die verkochten ze dan.
- veel handmatig werk.
Je benoemt twee gevolgen van de industriële revolutie.
- de landbouw veranderde.
- er konden nu wel massaproducten gemaakt worden.
Je beschrijft de werk- en leefomstandigheden van de fabrieksarbeiders.
- werkomstandigheden: lange werkdagen, het is onveilig, slecht betaald, zwaar werk,
fabrieken zijn donker en hebben ongezonde lucht.
- leefomstandigheden : kleine huizen, woonden in overbevolkte krottenwijken, geen
stromend water.
Je legt uit wat de sociale kwestie was.
- De sociale kwestie in Nederland (1870-1918) is het sociale vraagstuk over de slechte
leef –en werkomstandigheden van arbeiders.
- De sociale kwestie was een gevolg van de industriële revolutie
Je weet wat sociale wetten zijn.
- de eerste sociale wet was die van samuel van houten in 1874 die zorgden ervoor dat
kinderarbeid verboden werd tot 12 jaar.
- sociale wetten zijn dus Wetten die de gevolgen van armoede, ziekte, ouderdom en
werkloosheid bestrijden.
Je legt uit wat modern imperialisme is.
- in de negentiende eeuw werd het uitbreiden van grondgebied steeds belangrijker.
- De fabrieken hadden grondstoffen nodig, bijvoorbeeld rubber en olie.
Je herkent Napoleon, Willem V, Willem I en Willem II op afbeeldingen.
Je legt het begrip industriële revolutie uit.
- overgang tussen handmatig en machinaal werk.
- De industriële revolutie begon rond 1750 in Engeland en vervolgde begin
negentiende eeuw in de rest van Europa.
Je beschrijft hoe de samenleving was voor de industriële revolutie.
- veel op boerderijen.
- ze maakten zelf producten en die verkochten ze dan.
- veel handmatig werk.
Je benoemt twee gevolgen van de industriële revolutie.
- de landbouw veranderde.
- er konden nu wel massaproducten gemaakt worden.
Je beschrijft de werk- en leefomstandigheden van de fabrieksarbeiders.
- werkomstandigheden: lange werkdagen, het is onveilig, slecht betaald, zwaar werk,
fabrieken zijn donker en hebben ongezonde lucht.
- leefomstandigheden : kleine huizen, woonden in overbevolkte krottenwijken, geen
stromend water.
Je legt uit wat de sociale kwestie was.
- De sociale kwestie in Nederland (1870-1918) is het sociale vraagstuk over de slechte
leef –en werkomstandigheden van arbeiders.
- De sociale kwestie was een gevolg van de industriële revolutie
Je weet wat sociale wetten zijn.
- de eerste sociale wet was die van samuel van houten in 1874 die zorgden ervoor dat
kinderarbeid verboden werd tot 12 jaar.
- sociale wetten zijn dus Wetten die de gevolgen van armoede, ziekte, ouderdom en
werkloosheid bestrijden.
Je legt uit wat modern imperialisme is.
- in de negentiende eeuw werd het uitbreiden van grondgebied steeds belangrijker.
- De fabrieken hadden grondstoffen nodig, bijvoorbeeld rubber en olie.
Je herkent Napoleon, Willem V, Willem I en Willem II op afbeeldingen.