je beschrijft waarom nederland een transport land is.
- omdat ze in nederland goede infrastructuur hebben.
- omdat nederland een goede ligging heeft, aan zee.
-
je legt de volgende begrippen uit in je eigen woorden:
transportland, doorvoer, invoer, uitvoer, mainport en
infrastructuur.
- transport land = een land waar veel wordt gehandeld
in producten tussen allerlei landen.
- doorvoer = spullen gaan eerst naar nederland en
gaan daarna weer verder naar de eindbestemming
(een ander land dus)
- invoer = spullen uit het buitenland die naar nederland
komen.
- uitvoer = spullen uit nederland kunnen naar het
buitenland gaan.
- mainport = is een knooppunt in het vervoeren van
mensen en spullen.
- infrastructuur = autowegen, spoorwegen en kanalen.
je beschrijft verschillende transportmogelijkheden. =
trein, schepen, fiets, auto, vliegtuig
je beschrijft hoe de ontwikkeling van die
transportmiddelen in grote lijnen van het begin tot nu is
verlopen. =
bijvoorbeeld vroeger deden ze alles met paard en wagen en
nu doen we het meeste met de auto.
je weet wat de langste rijksweg in nederland is. =
de A7, van Amsterdam naar de duitse grens.
je beschrijft dat spullen uit veel verschillende landen
komen. =
je hebt waarschijnlijk best wel veel spullen en die komen uit
veel verschillende landen zoals :
bananen uit costa rica
een telefoon uit japan
een etui uit china
je weet 2 voorbeelden van nederlandse fietsfabrieken.=
batavus en gazelle, stella
- omdat ze in nederland goede infrastructuur hebben.
- omdat nederland een goede ligging heeft, aan zee.
-
je legt de volgende begrippen uit in je eigen woorden:
transportland, doorvoer, invoer, uitvoer, mainport en
infrastructuur.
- transport land = een land waar veel wordt gehandeld
in producten tussen allerlei landen.
- doorvoer = spullen gaan eerst naar nederland en
gaan daarna weer verder naar de eindbestemming
(een ander land dus)
- invoer = spullen uit het buitenland die naar nederland
komen.
- uitvoer = spullen uit nederland kunnen naar het
buitenland gaan.
- mainport = is een knooppunt in het vervoeren van
mensen en spullen.
- infrastructuur = autowegen, spoorwegen en kanalen.
je beschrijft verschillende transportmogelijkheden. =
trein, schepen, fiets, auto, vliegtuig
je beschrijft hoe de ontwikkeling van die
transportmiddelen in grote lijnen van het begin tot nu is
verlopen. =
bijvoorbeeld vroeger deden ze alles met paard en wagen en
nu doen we het meeste met de auto.
je weet wat de langste rijksweg in nederland is. =
de A7, van Amsterdam naar de duitse grens.
je beschrijft dat spullen uit veel verschillende landen
komen. =
je hebt waarschijnlijk best wel veel spullen en die komen uit
veel verschillende landen zoals :
bananen uit costa rica
een telefoon uit japan
een etui uit china
je weet 2 voorbeelden van nederlandse fietsfabrieken.=
batavus en gazelle, stella