Je beschrijft de weg van een geluidstrilling van de bron tot de ontvanger.
geluidsbron - tussenstof - ontvanger
(En je kan er bij elke bron een voorbeeld noemen)
Je berekent de snelheid van geluid door verschillende stoffen met de formule s=v*t.
Formule: Afstand = geluidssnelheid x tijd (staat op het bord tijdens toets)
Je beschrijft het verband tussen frequentie en toonhoogte.
Een hoge toon heeft meer golven per seconde dan een lage toon. Zo heeft een hoog
klinkende piccolo ook een hele hoge frequentie met duizenden trillingen per seconde.
Je beschrijft hoe je geluidssterkte meet met een decibelmeter.
- Je richt de decibelmeter naar de plek waar je wilt meten en dan kan je aflezen op het
scherm hoeveel decibel het geluid is. (Boven de 80 decibel is het geluid schadelijk)
Je leest de eigenschappen van trillingen af van een oscilloscoop.
- (Je kan het aflezen van een plaatje)
- Je kan de toonhoogte en geluidssterkte zien en aflezen in een grafiek.
Je beschrijft welke factoren gehoorschade kunnen veroorzaken.
Als je oren worden blootgesteld aan meer dan 140 db (decibel) bijvoorbeeld een harde knal
(vuurwerk) vlak naast je oor dan heb je onmiddellijk last. Ook kan harde muziek bijvoorbeeld
een concert een factor zijn.
Je beschrijft wanneer er sprake is van geluidhinder en welke maatregelen je kunt
nemen om dat te voorkomen.
Als je te vaak hard geluid hoort dan is er sprake van een geluidhinder. Je kan als
maatregelen de geluidsbron beperken in de hoeveelheid geluid. Je kan ook maatregelen
nemen tussen de geluidsbron en ontvanger. Je kan ook nog de geluidshinder aanpakken bij
de ontvanger.
geluidsbron - tussenstof - ontvanger
(En je kan er bij elke bron een voorbeeld noemen)
Je berekent de snelheid van geluid door verschillende stoffen met de formule s=v*t.
Formule: Afstand = geluidssnelheid x tijd (staat op het bord tijdens toets)
Je beschrijft het verband tussen frequentie en toonhoogte.
Een hoge toon heeft meer golven per seconde dan een lage toon. Zo heeft een hoog
klinkende piccolo ook een hele hoge frequentie met duizenden trillingen per seconde.
Je beschrijft hoe je geluidssterkte meet met een decibelmeter.
- Je richt de decibelmeter naar de plek waar je wilt meten en dan kan je aflezen op het
scherm hoeveel decibel het geluid is. (Boven de 80 decibel is het geluid schadelijk)
Je leest de eigenschappen van trillingen af van een oscilloscoop.
- (Je kan het aflezen van een plaatje)
- Je kan de toonhoogte en geluidssterkte zien en aflezen in een grafiek.
Je beschrijft welke factoren gehoorschade kunnen veroorzaken.
Als je oren worden blootgesteld aan meer dan 140 db (decibel) bijvoorbeeld een harde knal
(vuurwerk) vlak naast je oor dan heb je onmiddellijk last. Ook kan harde muziek bijvoorbeeld
een concert een factor zijn.
Je beschrijft wanneer er sprake is van geluidhinder en welke maatregelen je kunt
nemen om dat te voorkomen.
Als je te vaak hard geluid hoort dan is er sprake van een geluidhinder. Je kan als
maatregelen de geluidsbron beperken in de hoeveelheid geluid. Je kan ook maatregelen
nemen tussen de geluidsbron en ontvanger. Je kan ook nog de geluidshinder aanpakken bij
de ontvanger.