Casus 3 – Meiose en Mitose (de celcyclus)
Leerdoel 1: hoe zit de celcyclus eruit?
Het basis principe van een celcyclus is het dupliceren van het DNA en vervolgens 2 (of 4 in
het geval van gameten, dan zijn ze ook niet identiek) identieke dochtercellen produceren.
Ofwel de interfase en de m-fase. Tijdens de interfase word de cel groter en wordt al het DNA
en de chromosomen gedupliceerd
Een van de fasen van interfase is de S-fase, die staat voor DNA synthesis en betreft
de fase waarin de chromosomen gedupliceerd worden. Deze fase duurt ong. 10 tot
12 uur en is daarmee de langste fase uit de cyclus.
Ook is er G1 en G2 tijdens de interfase
o G1 is “eerste pauze fase” in deze fase groeien de cellen, worden belangrijke
organellen gekopieerd en worden moleculaire bouwstenen gemaakt die nodig
zijn in volgende fases
o In de G1 fase is een zijtak G0 deze fase is voor cellen die niet hoeven te delen
of cellen waarbij het proces heel langzaam verloopt.
o G2 is de “tweede pauze fase” in deze fase groeit de cel nog een beetje, maakt
het eiwitten en organellen en het maakt de cel klaar voor de mitosis.
M-fase staat voor mitosis, deze fase bestaat uit twee belangrijke gebeurtenissen,
nucleaire deling waarin de gekopieerde chromosomen worden verdeeld in 2
dochtercellen. En de 2e is cytokinesis ofwel cytoplasmatische deling dus het
daadwerkelijke delen van de cel in 2
dochtercellen.
Als de chromosomen in de S-fase zijn gedupliceerd, worden de 2 kopieën strak bij elkaar
gebonden als identieke zuster-chromatiden en deze worden bij elkaar gehouden door
cohesins (eiwitcomplexen). Deze complexen zijn belangrijk voor een goede en
gestructureerde chromosomen deling en ze worden pas verbroken aan het einde van de M-
fase wanneer de 2 dochtercellen ontstaan.
Voordat de M-fase kan beginnen moet al het DNA gerepliceerd zijn en het centrosoom moet
gedupliceerd worden.
Het centrosoom is het microtubule-organizing-centrum van de cel en als het dus
gedupliceerd is kan het aan 2 kanten van de cel helpen waardoor er dus in iedere dochtercel
eentje overblijft. De functie is om vanuit de mitotische spoelen de chromosomen uit elkaar te
halen.
, Ieder centrosoom bestaat uit een matrix van enkel eiwitten die honderden gamma-
tubulin ringen bevatten. Deze dienen als kerncentrum voor de groei van microtubules.
Tijdens de interfase wordt het centrosoom gedupliceerd en zolang de m-fase niet
begint blijven de 2 kopieën bij elkaar. Zodra de mitosis gaat beginnen splitsen de
centrosomen en vormen ze ieder hun eigen aster (complex van een centrosoom en
bijbehorende microtubules)
De 2 asters trekken naar de tegenovergestelde kant van de nucleus.
Zodra de M-fase begint, worden de chromosomen gecondenseerd (chromosoom
condensatie) met behulp van codensins (eiwitten).
Om 2 identieke dochtercellen te kunnen produceren moet van ieder gekopieerde
chromosoom de helft naar dochtercel 1 en de andere helft naar de 2e dochtercel. Dit
gebeurd met behulp van mitotische spoelen (mitotic spindles), deze bestaan uit
microtubules en speciale eiwitten.
Om de cel vervolgens daadwerkelijk te kunnen splitsen is er een contractie ring
nodig. Deze bestaan uit actine en myosine filamenten. Door het samentrekken van
deze filamenten wordt het membraan in het midden naar binnen getrokken waardoor
er dus een splitsing ontstaat. lees verder bij de telofase
Leerdoel 1: hoe zit de celcyclus eruit?
Het basis principe van een celcyclus is het dupliceren van het DNA en vervolgens 2 (of 4 in
het geval van gameten, dan zijn ze ook niet identiek) identieke dochtercellen produceren.
Ofwel de interfase en de m-fase. Tijdens de interfase word de cel groter en wordt al het DNA
en de chromosomen gedupliceerd
Een van de fasen van interfase is de S-fase, die staat voor DNA synthesis en betreft
de fase waarin de chromosomen gedupliceerd worden. Deze fase duurt ong. 10 tot
12 uur en is daarmee de langste fase uit de cyclus.
Ook is er G1 en G2 tijdens de interfase
o G1 is “eerste pauze fase” in deze fase groeien de cellen, worden belangrijke
organellen gekopieerd en worden moleculaire bouwstenen gemaakt die nodig
zijn in volgende fases
o In de G1 fase is een zijtak G0 deze fase is voor cellen die niet hoeven te delen
of cellen waarbij het proces heel langzaam verloopt.
o G2 is de “tweede pauze fase” in deze fase groeit de cel nog een beetje, maakt
het eiwitten en organellen en het maakt de cel klaar voor de mitosis.
M-fase staat voor mitosis, deze fase bestaat uit twee belangrijke gebeurtenissen,
nucleaire deling waarin de gekopieerde chromosomen worden verdeeld in 2
dochtercellen. En de 2e is cytokinesis ofwel cytoplasmatische deling dus het
daadwerkelijke delen van de cel in 2
dochtercellen.
Als de chromosomen in de S-fase zijn gedupliceerd, worden de 2 kopieën strak bij elkaar
gebonden als identieke zuster-chromatiden en deze worden bij elkaar gehouden door
cohesins (eiwitcomplexen). Deze complexen zijn belangrijk voor een goede en
gestructureerde chromosomen deling en ze worden pas verbroken aan het einde van de M-
fase wanneer de 2 dochtercellen ontstaan.
Voordat de M-fase kan beginnen moet al het DNA gerepliceerd zijn en het centrosoom moet
gedupliceerd worden.
Het centrosoom is het microtubule-organizing-centrum van de cel en als het dus
gedupliceerd is kan het aan 2 kanten van de cel helpen waardoor er dus in iedere dochtercel
eentje overblijft. De functie is om vanuit de mitotische spoelen de chromosomen uit elkaar te
halen.
, Ieder centrosoom bestaat uit een matrix van enkel eiwitten die honderden gamma-
tubulin ringen bevatten. Deze dienen als kerncentrum voor de groei van microtubules.
Tijdens de interfase wordt het centrosoom gedupliceerd en zolang de m-fase niet
begint blijven de 2 kopieën bij elkaar. Zodra de mitosis gaat beginnen splitsen de
centrosomen en vormen ze ieder hun eigen aster (complex van een centrosoom en
bijbehorende microtubules)
De 2 asters trekken naar de tegenovergestelde kant van de nucleus.
Zodra de M-fase begint, worden de chromosomen gecondenseerd (chromosoom
condensatie) met behulp van codensins (eiwitten).
Om 2 identieke dochtercellen te kunnen produceren moet van ieder gekopieerde
chromosoom de helft naar dochtercel 1 en de andere helft naar de 2e dochtercel. Dit
gebeurd met behulp van mitotische spoelen (mitotic spindles), deze bestaan uit
microtubules en speciale eiwitten.
Om de cel vervolgens daadwerkelijk te kunnen splitsen is er een contractie ring
nodig. Deze bestaan uit actine en myosine filamenten. Door het samentrekken van
deze filamenten wordt het membraan in het midden naar binnen getrokken waardoor
er dus een splitsing ontstaat. lees verder bij de telofase