HOOFDSTUK 20: ZINTUIGEN
prikkel: signaal buiten lichaam
impuls: elektrisch signaal dat door zenuwcellen wordt aangemaakt
zintuigen: gespecialiseerde organen, zorgen dat prikkel -> impuls wordt omgezet
bevatten receptoren/sensoren: ontvangen + vertalen prikkel in impulsen
- chemische: verandering chemische samenstelling rondom cellen
-> reuk/smaakstoffen, koolstofdioxide, zuurstof, zuren
-> smaakzintuigcellen tong, reukzintuig neus, chemosensoren wand aorta+halsslagader
- mechanische: verandering eigen celvorm
-> mechanische krachten: druk, trilling, trekspanning, bewegingen omringende vloeistof
-> pijn/tast/drukzintuigen huid, bloeddruksensoren wand aorta, rekkingssensoren spieren/pezen
- temperatuur: temperatuurveranderingen
-> warmte/koudezintuigen huid, temperatuurreceptoren centraal zenuwstelsel
- licht/fotosensoren: licht (vorm elektromagnetische straling)
-> ogen
voorwaarden
- adequate prikkel: bepaald soort prikkel waar zintuig gevoelig voor is
- sterker dan prikkeldrempel: minimale waarde van prikkel die bereikt moet worden voor
waarneming
- nog geen gewenning
HET OOR
2 typen mechanische receptoren-> bewegingen hoofd + geluidstrillingen
buiten-: prikkel opvangende deel; oorschelp, uitwendige gehoorgang, trommelvlies
midden-: prikkelgeleidend; (trommel)holte + gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugels)
- buis van Eustachius: verbinding trommel+keelholte, regelt luchtdruk middenoor
binnen-: contact middenoor dmv vlies
- slakkenhuis: opgerolde buis + vloeistof + orgaan van corti:
-> stijgbeugel+ovale venster -> trillen vloeistof -> trillen basilair membraan -> binnenste
haar(zintuig)cellen zetten om naar impulsen -> via gehoorzenuw naar centrale zenuwstelsel
- evenwichtszintuig: 3 halvecirkelvormige kanalen gevuld met vocht + gehoorsteentjes
DE NEUS
reukslijmvlies: bevat reukzintuigcellen (chemische receptoren)
-> trilharen
DE TONG
smaakknoppen: groepjes smaakzintuigcellen
-> elk knopje kan alle smaken waarnemen (zout, zoet, bitter, zuur, umami)
proeven -> combinaties voedingsstoffen, ruiken, druk/tast/temperatuursensoren tong
DE HUID
- tastzintuigen -> lichte aanrakingen
- drukzintuigen -> gevoel van duwkracht (trillingen: combi tast+druk)
- warmte- en koudezintuigen -> temperatuursveranderingen
, HET OOG
harde oogrok: dikke stevige witte bindweefsellaag, doorbloed, aanhechtingsplaats (6) oogspieren
- hoornvlies: doorzichtig, sterkere bolling
vaatvlies: goed doorbloed vlies binnenkant oogrok
- bloedvaatjes -> zuurstof + voedingsstoffen
- regenboogvlies (iris): platte gepigmenteerde ring met opening: pupil
- straalvormig lichaam
netvlies: vlies binnenkant vaatvlies
- pigmentlaag; zwarte pigmentkorrels -> absorberen licht
- zintuiglaag + lichtreceptoren (-> licht om in impulsen -> zenuwcellen -> zenuwvezeltjes ->
zenuwbundel/oogzenuw -> blinde vlek: opening in oogbol)
glasachtig lichaam(oogbolruimte): gevuld met heldere gelei substantie -> druk
- lens: bol aan beide kanten, met lensbandjes(:vezeltjes) aan straalvormig lichaam vast
- gele vlek: dunne oppervlakkige zintuiglaag -> scherpst zicht
STAAFJES KEGELTJES
Licht-donker (vertalen als grijs) Kleuren (blauw, groen, rood -> wit)
Lage prikkeldrempel Hogere prikkeldrempel
Randen netvlies - Gele vlek: centrum netvlies (groen, rood)
- Tussen staafjes (blauw)
Meerdere op 1 schakelcel 1 per schakelcel
Pupilreflex: aanpassen pupilgrootte aan het invallend licht
-> veel licht=klein, weinig licht=groot
- radiaal+kringspiertjes
accomodatiereflex: accomoderen: aanpassen lensvorm aan de voorwerpsafstand
- lens: elastisch en bol
-> vergrootglas + omkeerlens: beeld verkleind + omgekeerd
- kring/accomodatiespier in straalvormig lichaam
- Bol: Natuurlijke vorm van de lens
-> Lensbandjes los; straalvormig lichaam aangespannen
- Plat: Aangepaste vorm van de lens
-> Lensbandjes strak; straalvormig lichaam ontspannen
Optisch chiasma: kruising zenuwceluitlopers, beide oogzenuwen verlaten via blinde vlek de oogbol
optisch schorscentrum: verwerkingspunt impulsen oog
stereoscopie: samenvoegen beelden van beide ogen tot 1 beeld
Donkerte-adaptatie: gewenning aan het duister
- rodopsine (pigmentsstof staafjes) snel aangemaakt in donker -> grotere lichtgevoeligheid
- pigmentkorrels trekken terug -> max aantal staafjes geprikkeld
lichtadaptatie: ogen wennen/passen aan te veel licht aan
- grote hoeveelheid fotopigmenten (in kegeltjes) verbruikt + pigmentkorrels max absorberende laag
prikkel: signaal buiten lichaam
impuls: elektrisch signaal dat door zenuwcellen wordt aangemaakt
zintuigen: gespecialiseerde organen, zorgen dat prikkel -> impuls wordt omgezet
bevatten receptoren/sensoren: ontvangen + vertalen prikkel in impulsen
- chemische: verandering chemische samenstelling rondom cellen
-> reuk/smaakstoffen, koolstofdioxide, zuurstof, zuren
-> smaakzintuigcellen tong, reukzintuig neus, chemosensoren wand aorta+halsslagader
- mechanische: verandering eigen celvorm
-> mechanische krachten: druk, trilling, trekspanning, bewegingen omringende vloeistof
-> pijn/tast/drukzintuigen huid, bloeddruksensoren wand aorta, rekkingssensoren spieren/pezen
- temperatuur: temperatuurveranderingen
-> warmte/koudezintuigen huid, temperatuurreceptoren centraal zenuwstelsel
- licht/fotosensoren: licht (vorm elektromagnetische straling)
-> ogen
voorwaarden
- adequate prikkel: bepaald soort prikkel waar zintuig gevoelig voor is
- sterker dan prikkeldrempel: minimale waarde van prikkel die bereikt moet worden voor
waarneming
- nog geen gewenning
HET OOR
2 typen mechanische receptoren-> bewegingen hoofd + geluidstrillingen
buiten-: prikkel opvangende deel; oorschelp, uitwendige gehoorgang, trommelvlies
midden-: prikkelgeleidend; (trommel)holte + gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugels)
- buis van Eustachius: verbinding trommel+keelholte, regelt luchtdruk middenoor
binnen-: contact middenoor dmv vlies
- slakkenhuis: opgerolde buis + vloeistof + orgaan van corti:
-> stijgbeugel+ovale venster -> trillen vloeistof -> trillen basilair membraan -> binnenste
haar(zintuig)cellen zetten om naar impulsen -> via gehoorzenuw naar centrale zenuwstelsel
- evenwichtszintuig: 3 halvecirkelvormige kanalen gevuld met vocht + gehoorsteentjes
DE NEUS
reukslijmvlies: bevat reukzintuigcellen (chemische receptoren)
-> trilharen
DE TONG
smaakknoppen: groepjes smaakzintuigcellen
-> elk knopje kan alle smaken waarnemen (zout, zoet, bitter, zuur, umami)
proeven -> combinaties voedingsstoffen, ruiken, druk/tast/temperatuursensoren tong
DE HUID
- tastzintuigen -> lichte aanrakingen
- drukzintuigen -> gevoel van duwkracht (trillingen: combi tast+druk)
- warmte- en koudezintuigen -> temperatuursveranderingen
, HET OOG
harde oogrok: dikke stevige witte bindweefsellaag, doorbloed, aanhechtingsplaats (6) oogspieren
- hoornvlies: doorzichtig, sterkere bolling
vaatvlies: goed doorbloed vlies binnenkant oogrok
- bloedvaatjes -> zuurstof + voedingsstoffen
- regenboogvlies (iris): platte gepigmenteerde ring met opening: pupil
- straalvormig lichaam
netvlies: vlies binnenkant vaatvlies
- pigmentlaag; zwarte pigmentkorrels -> absorberen licht
- zintuiglaag + lichtreceptoren (-> licht om in impulsen -> zenuwcellen -> zenuwvezeltjes ->
zenuwbundel/oogzenuw -> blinde vlek: opening in oogbol)
glasachtig lichaam(oogbolruimte): gevuld met heldere gelei substantie -> druk
- lens: bol aan beide kanten, met lensbandjes(:vezeltjes) aan straalvormig lichaam vast
- gele vlek: dunne oppervlakkige zintuiglaag -> scherpst zicht
STAAFJES KEGELTJES
Licht-donker (vertalen als grijs) Kleuren (blauw, groen, rood -> wit)
Lage prikkeldrempel Hogere prikkeldrempel
Randen netvlies - Gele vlek: centrum netvlies (groen, rood)
- Tussen staafjes (blauw)
Meerdere op 1 schakelcel 1 per schakelcel
Pupilreflex: aanpassen pupilgrootte aan het invallend licht
-> veel licht=klein, weinig licht=groot
- radiaal+kringspiertjes
accomodatiereflex: accomoderen: aanpassen lensvorm aan de voorwerpsafstand
- lens: elastisch en bol
-> vergrootglas + omkeerlens: beeld verkleind + omgekeerd
- kring/accomodatiespier in straalvormig lichaam
- Bol: Natuurlijke vorm van de lens
-> Lensbandjes los; straalvormig lichaam aangespannen
- Plat: Aangepaste vorm van de lens
-> Lensbandjes strak; straalvormig lichaam ontspannen
Optisch chiasma: kruising zenuwceluitlopers, beide oogzenuwen verlaten via blinde vlek de oogbol
optisch schorscentrum: verwerkingspunt impulsen oog
stereoscopie: samenvoegen beelden van beide ogen tot 1 beeld
Donkerte-adaptatie: gewenning aan het duister
- rodopsine (pigmentsstof staafjes) snel aangemaakt in donker -> grotere lichtgevoeligheid
- pigmentkorrels trekken terug -> max aantal staafjes geprikkeld
lichtadaptatie: ogen wennen/passen aan te veel licht aan
- grote hoeveelheid fotopigmenten (in kegeltjes) verbruikt + pigmentkorrels max absorberende laag