1. IDEE EN OORSPRONG VAN DE RECHTSTAAT
totalitaire staat: staat beheerst leven van mensen volledig (dictatuur)
rechtstaat: staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen de machtsmisbruik en
willekeur van de overheid
- sociale rechtstaat; wetten + voorzieningen om welvaart + welzijn burgers te bevorderen
- vertrouwen + wederkerigheid tussen burgers onderling + tussen staat en burgers
-> rechtszekerheid; wetten nageleefd door burgers + staat
grondbeginselen rechtstaat:
beginsel van grondrechten; alle mensen geboren in vrijheid+gelijkheid, moeten zo kunnen
samenleven
soevereiniteits- en democratiebeginsel; mensen sluiten gezamenlijk vredesakkoord(sociaal contract)
legaliteitsbeginsel; er is een staat die het sociaal contract tussen mensen kan afdwingen, maar die
wel strikt gebonden is aan de wetten die de partijen zelf opgesteld hebben
trias politica: interne scheiding staatsmacht begrenst de macht van de staat
Amerikaanse constitutie;
onafhankelijkheidsverklaring; gebaseerd op vrijheid + gelijkheid + het recht om eigen geluk na te
streven (1776)
grondwet; staat moet vrijheid en veiligheid burgers beschermen
Bill of Rights; staatsmacht gebonden aan recht/grondrechten burgers
De verklaring van de rechten van de mens en burger (1789 FR.); recht op veiligheid, vrijheid van
meningsuiting/drukpers, godsdienstvrijheid, recht op bescherming eigendom
2. GRONDWET EN GRONDRECHTEN
preambule; hierin staat beschreven welke idealen de samenleving koestert, welke historische fouten
ze niet willen herhalen, welke identiteit ze nastreeft, en op welke wijze de staat moet worden
ingericht om de idealen te realiseren (gaat vooraf aan grondwet)
grondwet:
begrenst macht staat + garandeert vrijheden burgers
legt fundamentele rechten burgers vast
geeft aan hoe de belangrijkste organen (ministers, parlement etc) in grote lijnen zijn georganiseerd
drukt eenheid natie uit; binnen staatsverband vormen alle burgers ondanks verschillen een eenheid
klassieke grondrechten: vrijheid + gelijkheid
- gelijke behandeling; geen discriminatie
- persoonlijke vrijheid; gaan en staan, privacy, onaantastbaarheid lichaam, vrijheid godsdienst +
onderwijs, recht op eigendom
- politieke vrijheid: algemene kiesrecht, meningsuiting/drukpers, verenigingen, vergaderingen
sociale grondrechten: recht op werkgelegenheid, bescherming positie werknemers, sociale
zekerheid, volksgezondheid, sociale woningbouw, onderwijs (verantwoordelijkheid staat)
-> sociale rechtstaat; verzorgingsstaat
grondrechten
- uitgeoefend ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’ (wederkerige erkenning)
- hebben geen absolute gelding -> kunnen beperkt worden
- verticale werking: kunnen door burgers uitgeoefend worden tegenover de staat
- (horizontaal = als burgers zich tegenover elkaar op grondrechten beroepen)
totalitaire staat: staat beheerst leven van mensen volledig (dictatuur)
rechtstaat: staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen de machtsmisbruik en
willekeur van de overheid
- sociale rechtstaat; wetten + voorzieningen om welvaart + welzijn burgers te bevorderen
- vertrouwen + wederkerigheid tussen burgers onderling + tussen staat en burgers
-> rechtszekerheid; wetten nageleefd door burgers + staat
grondbeginselen rechtstaat:
beginsel van grondrechten; alle mensen geboren in vrijheid+gelijkheid, moeten zo kunnen
samenleven
soevereiniteits- en democratiebeginsel; mensen sluiten gezamenlijk vredesakkoord(sociaal contract)
legaliteitsbeginsel; er is een staat die het sociaal contract tussen mensen kan afdwingen, maar die
wel strikt gebonden is aan de wetten die de partijen zelf opgesteld hebben
trias politica: interne scheiding staatsmacht begrenst de macht van de staat
Amerikaanse constitutie;
onafhankelijkheidsverklaring; gebaseerd op vrijheid + gelijkheid + het recht om eigen geluk na te
streven (1776)
grondwet; staat moet vrijheid en veiligheid burgers beschermen
Bill of Rights; staatsmacht gebonden aan recht/grondrechten burgers
De verklaring van de rechten van de mens en burger (1789 FR.); recht op veiligheid, vrijheid van
meningsuiting/drukpers, godsdienstvrijheid, recht op bescherming eigendom
2. GRONDWET EN GRONDRECHTEN
preambule; hierin staat beschreven welke idealen de samenleving koestert, welke historische fouten
ze niet willen herhalen, welke identiteit ze nastreeft, en op welke wijze de staat moet worden
ingericht om de idealen te realiseren (gaat vooraf aan grondwet)
grondwet:
begrenst macht staat + garandeert vrijheden burgers
legt fundamentele rechten burgers vast
geeft aan hoe de belangrijkste organen (ministers, parlement etc) in grote lijnen zijn georganiseerd
drukt eenheid natie uit; binnen staatsverband vormen alle burgers ondanks verschillen een eenheid
klassieke grondrechten: vrijheid + gelijkheid
- gelijke behandeling; geen discriminatie
- persoonlijke vrijheid; gaan en staan, privacy, onaantastbaarheid lichaam, vrijheid godsdienst +
onderwijs, recht op eigendom
- politieke vrijheid: algemene kiesrecht, meningsuiting/drukpers, verenigingen, vergaderingen
sociale grondrechten: recht op werkgelegenheid, bescherming positie werknemers, sociale
zekerheid, volksgezondheid, sociale woningbouw, onderwijs (verantwoordelijkheid staat)
-> sociale rechtstaat; verzorgingsstaat
grondrechten
- uitgeoefend ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’ (wederkerige erkenning)
- hebben geen absolute gelding -> kunnen beperkt worden
- verticale werking: kunnen door burgers uitgeoefend worden tegenover de staat
- (horizontaal = als burgers zich tegenover elkaar op grondrechten beroepen)