Verschillen tussen I2 en I1 inferior zijn:
- Kroon van de laterale onderincisief is breder.
- Wortel van de laterale onderincisief is langer.
- Incisale rand van de laterale onderincisief vertoont meestal 2 slijtfacetten (die van de centrale
onderincisief maar één).
- Bij incisaal aanzicht verloopt de incisale rand van de laterale onderincisief in distale richting naar
linguaal.
- Massakenmerk is bij de laterale onderincisief sterker aanwezig (dan bij de centrale onderincisief).
Algemene informatie over de bovencuspidaten:
, - De cuspidaten hebben tot taak het voedsel te grijpen en te verkleinen.
- Cuspidaten hebben de langste wortel van alle elementen.
- Bovencuspidaten zijn betreft hun vorm de overgang tussen incisieven en premolaren.
(incisieven hebben geen knobbels, cuspidaten hebben 1 knobbel, premolaren hebben 2 knobbels)
- Kroon van cuspidaten zijn forser dan die van incisieven.
(Het palatinale vlak en de incisaal rand van de bovencuspidaat zijn vaak bepalend voor de geleiding
van de onderkaak naar lateraal. Dit heet hoektandgeleiding)
(Cuspidaten vormen geen belemmering voor laterale bewegingen van de kaak bij het kauwen)
- Cuspidaat is het krachtigste element uit de gehele gebitsboog.
- Het middelste labiale deel van het cuspidaat heeft zich ontwikkeld tot een duidelijke punt.
Naast de punt bevindt zich de mesio-incisale en disto-incisale helling.
- Het palatinale zijde bij de bovencuspidaat is het cingulum sterk/beter ontwikkeld dan bij incisieven.
Element 13
Element 13, mesiaal (pijl, links, afb1) ligt het contactpunt verder naar incisaal (dan distaal (pijl, rechts, afb1)),
Contactpunt is het punt waar het element contact maakt met de buurman.
, Element 13, hoekkenmerk: mesio-incisale hoek is scherper (links, 1e lijn)
Element 13, vlakkenmerk: distale vlak sterker gekromd (rode lijn rechts, afb1) dan mesiale vlak.
Element 13, 3 welvingen op buccale vlak (tussen rode lijnen, afb1)