Beco
Hoofdstuk 30
Btw= belasting toegevoegde waarde = is het zelfde als omzetbelasting
Bedrijf inkoop: omzetbelasting OB krijgt het bedrijf terug
Verkoop: OB wordt door afnemer aan jou betaald en jij/bedrijf betaalt belasting aan fiscus
Bij betaling van de OB salderen (per saldo)
Verkoopprijs excl OB verkoopprijs incl OB
Inkoopprijs+ winstopslag (kan % zijn van in of verkp) = verkoopprijs
Vb: winstopslag 30% van inkp 10,- verkp 10-1,3= 13
Winstopslag 20% van verkp, inkp 10,- verkp= 10;0,7 = 14,29
Omzet (afzetxprijs) – inkoopwaarde omzet = brutowinst
Brutowinst – overige kosten*= netto winst
*= financieringsreslutaat, soms neem je de kosten/opbrengsten van je financiering apart op (rente)
extra tussenstap voor berekening winst
Voordelen: levert meer informatie op
Financiering zegt niks over operationele activiteiten
Begroten winst: winstberekening vooraf voorcalculatie
Werkelijke winst: winstberekening achteraf met werkelijke gegevens nacalculatie
Hoofdstuk 22
Klantwaardepropositie: alle aspecten van een product, waar de klant voor wilt betalen (bv ontbundelen)
Klantwaarde: totale waarde aankopen van de klant, nu en de toekomst, langeterijm; klantloyaliteit
Hoofddoelen marketing Waarde propositie van product: (redenen om je product te kopen
1 informeren 1 functionele voordelen
2 creeren markt 2 verklein nadelen
3 winnen marktandeel 3 emotionele waarde creeren
Het 5 krachtenmodel van Porter
Macht binnen bedrijfstak meten, toetreden of niet?
3c model; succes meten van jou op de markt
1 costumer klantwervaring gebruik product, loyaliteit
2 coörperation imago, kostenstructuur
3 competition onderscheidend, extern
Boston consultancy group BCG- matrix
Meet van ieder product het marktaandeel en de marktgroei
Doel: spreiden van risico, productdifferentiatie en versterken marktpositie
Cc: leegroven (geen recl investeren in ?
?: interessante markt, nu nog klein aandeel
St: begin hoge kosten
Dog: afstoten
Waardestrategie: waarin wil je uitblinken? (1 uitblinker, 2 basis)
-product leiderschap (innovatief werk, nieuwe producten)
-operationele uitmuntendheid, (kostleiderschap, lage koste product
-klantpartnerschap, (lange termijn relatie, loyaliteit, lidmaatschap)
Hoofdstuk 30
Btw= belasting toegevoegde waarde = is het zelfde als omzetbelasting
Bedrijf inkoop: omzetbelasting OB krijgt het bedrijf terug
Verkoop: OB wordt door afnemer aan jou betaald en jij/bedrijf betaalt belasting aan fiscus
Bij betaling van de OB salderen (per saldo)
Verkoopprijs excl OB verkoopprijs incl OB
Inkoopprijs+ winstopslag (kan % zijn van in of verkp) = verkoopprijs
Vb: winstopslag 30% van inkp 10,- verkp 10-1,3= 13
Winstopslag 20% van verkp, inkp 10,- verkp= 10;0,7 = 14,29
Omzet (afzetxprijs) – inkoopwaarde omzet = brutowinst
Brutowinst – overige kosten*= netto winst
*= financieringsreslutaat, soms neem je de kosten/opbrengsten van je financiering apart op (rente)
extra tussenstap voor berekening winst
Voordelen: levert meer informatie op
Financiering zegt niks over operationele activiteiten
Begroten winst: winstberekening vooraf voorcalculatie
Werkelijke winst: winstberekening achteraf met werkelijke gegevens nacalculatie
Hoofdstuk 22
Klantwaardepropositie: alle aspecten van een product, waar de klant voor wilt betalen (bv ontbundelen)
Klantwaarde: totale waarde aankopen van de klant, nu en de toekomst, langeterijm; klantloyaliteit
Hoofddoelen marketing Waarde propositie van product: (redenen om je product te kopen
1 informeren 1 functionele voordelen
2 creeren markt 2 verklein nadelen
3 winnen marktandeel 3 emotionele waarde creeren
Het 5 krachtenmodel van Porter
Macht binnen bedrijfstak meten, toetreden of niet?
3c model; succes meten van jou op de markt
1 costumer klantwervaring gebruik product, loyaliteit
2 coörperation imago, kostenstructuur
3 competition onderscheidend, extern
Boston consultancy group BCG- matrix
Meet van ieder product het marktaandeel en de marktgroei
Doel: spreiden van risico, productdifferentiatie en versterken marktpositie
Cc: leegroven (geen recl investeren in ?
?: interessante markt, nu nog klein aandeel
St: begin hoge kosten
Dog: afstoten
Waardestrategie: waarin wil je uitblinken? (1 uitblinker, 2 basis)
-product leiderschap (innovatief werk, nieuwe producten)
-operationele uitmuntendheid, (kostleiderschap, lage koste product
-klantpartnerschap, (lange termijn relatie, loyaliteit, lidmaatschap)