Maatschappijleer-parlementaire democratie
Toetsweek 3
Hoofdstuk 1
Politiek gaat over het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden.
Heeft te maken met de algemene belangen en maken we de keuze of efficiënt
besturen of maximale participatie.
Democratie: Staatsvorm waarbij burgers direct of indirect invloed hebben op de
politieke besluitvorming.
Indirect: burgers kiezen volksvertegenwoordigers die beslissingen nemen
Direct: burgers mogen over belangrijke politieke keuzes meebeslissen.
Burgers hebben politieke grondrechten
Kiesrecht, vrijheid van meningsuiting enz
Vastgelegde regels voor politieke besluitvorming
Tweede kamer direct gekozen, verkiezingen geheim, regering en Staten-
Generaal maken samen wetten
Vrije media
Journalisten bepalen zelf waarover ze schrijven, overheid zorgt dat media
over juiste informatie kunnen beschikken
Ondanks meerderheidsprincipe houdt democratie rekeningen met minderheden
Dictatuur:
Staatsvorm waarbij alle macht in handen van 1 pers of een kleine groep mensen is
Ideologisch: communistische partij heeft alle macht en burgers hebben weining tot
geen individuele vrijheden. Noord-Korea
Religieus/ theocratie: geregeerd op basis van geloof, Iran
Militair: het leger heeft de macht, Syrië
Machtenscheiding ontbreekt
Grondrechten niet gerespecteerd (overheid)
Geen vrije pers, censuur: overheid controleert mediaberichten
Oppositiepartijen verboden
Oppositiepartijen: partij met afwijkende mening dan de macht houders
Belangrijke politieke rol voor leger
(vaak) verkiezingsfraude
De regering kan snel en efficiënt politieke besluiten nemen
Politiek: het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden
Dilemma: daadkrachtig besturen of burger meer invloed
Efficiënt besturen maximale participatie
Nederland heeft een representatieve democratie: volk kiest
volksvertegenwoordigers die verantwoording aan bevolking afleggen.
Voordelen: - geen stemming door de hele bevolking over elk onderwerp
- verschillende instituties controleren elkaar (trias politica)
, Nadelen: - sommigen mensen voelen zich niet gehoord
Parlementair stelsel Nederland, Duitsland, Engeland, Canada
- Gekozen parlement is hoogste orgaan
- Uitvoerende macht gekozen door parlement en moet verantwoording
afleggen aan parlement
- Staatshoofd meestal niet gekozen en heeft beperkte macht
Constitutionele monarchie: landen met koning(in) als staatshoofd, wiens macht
wordt beperkt door grondwet
Presidentieel stelstel: Amerika, Frankrijk
- Volk kiest parlement en president
- President heeft veel politieke macht
- President is hoofd van regering en kan ministers benoemen/ ontslaan
- President heeft meest geen ontbindingsrecht: parlement ontbinden
Hoofdstuk 2
Links en rechts op ideologische wijze
Ideologie: samenhangend denkbeeld over aard van de mens gewenste normen,
waarden en sociaaleconomische verhoudingen
Links Midden Rechts
Actieve overheid Passieve overheid
Eerlijke verdeling van inkomens Lage belastingen
Uitgebreide verzorgingsstaat Mensen hebben eigen
verantwoordelijkheid
Gelijke kansen Economische vrijheid
Stromingen:
Liberalisme ‘vrijheid’
Economisch: - minder regels
-vrijemarkteconomie
-lagere belastingen
Persoonlijk: -geloofs- en levensovertuiging
-euthanasie
-homohuwelijk
-genotsmiddelen
D66, vvd, partij van democratie
Socialisme ‘solidariteit en gelijkheid’
Gelijkheid realiseren -> communisten; revolutie
->sociaaldemocraten; via parlement
Eerlijke verdeling kennis, inkomen en macht: ‘links’
Sociaaldemocratie: vrijemarkt economie maar wel met uitgebreide verzorgingsstaat
Sp, groenlinks, partijd dieren, pvda
Confessionalisme ‘harmonie’
Confessie= geloofsovertuiging
Toetsweek 3
Hoofdstuk 1
Politiek gaat over het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden.
Heeft te maken met de algemene belangen en maken we de keuze of efficiënt
besturen of maximale participatie.
Democratie: Staatsvorm waarbij burgers direct of indirect invloed hebben op de
politieke besluitvorming.
Indirect: burgers kiezen volksvertegenwoordigers die beslissingen nemen
Direct: burgers mogen over belangrijke politieke keuzes meebeslissen.
Burgers hebben politieke grondrechten
Kiesrecht, vrijheid van meningsuiting enz
Vastgelegde regels voor politieke besluitvorming
Tweede kamer direct gekozen, verkiezingen geheim, regering en Staten-
Generaal maken samen wetten
Vrije media
Journalisten bepalen zelf waarover ze schrijven, overheid zorgt dat media
over juiste informatie kunnen beschikken
Ondanks meerderheidsprincipe houdt democratie rekeningen met minderheden
Dictatuur:
Staatsvorm waarbij alle macht in handen van 1 pers of een kleine groep mensen is
Ideologisch: communistische partij heeft alle macht en burgers hebben weining tot
geen individuele vrijheden. Noord-Korea
Religieus/ theocratie: geregeerd op basis van geloof, Iran
Militair: het leger heeft de macht, Syrië
Machtenscheiding ontbreekt
Grondrechten niet gerespecteerd (overheid)
Geen vrije pers, censuur: overheid controleert mediaberichten
Oppositiepartijen verboden
Oppositiepartijen: partij met afwijkende mening dan de macht houders
Belangrijke politieke rol voor leger
(vaak) verkiezingsfraude
De regering kan snel en efficiënt politieke besluiten nemen
Politiek: het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden
Dilemma: daadkrachtig besturen of burger meer invloed
Efficiënt besturen maximale participatie
Nederland heeft een representatieve democratie: volk kiest
volksvertegenwoordigers die verantwoording aan bevolking afleggen.
Voordelen: - geen stemming door de hele bevolking over elk onderwerp
- verschillende instituties controleren elkaar (trias politica)
, Nadelen: - sommigen mensen voelen zich niet gehoord
Parlementair stelsel Nederland, Duitsland, Engeland, Canada
- Gekozen parlement is hoogste orgaan
- Uitvoerende macht gekozen door parlement en moet verantwoording
afleggen aan parlement
- Staatshoofd meestal niet gekozen en heeft beperkte macht
Constitutionele monarchie: landen met koning(in) als staatshoofd, wiens macht
wordt beperkt door grondwet
Presidentieel stelstel: Amerika, Frankrijk
- Volk kiest parlement en president
- President heeft veel politieke macht
- President is hoofd van regering en kan ministers benoemen/ ontslaan
- President heeft meest geen ontbindingsrecht: parlement ontbinden
Hoofdstuk 2
Links en rechts op ideologische wijze
Ideologie: samenhangend denkbeeld over aard van de mens gewenste normen,
waarden en sociaaleconomische verhoudingen
Links Midden Rechts
Actieve overheid Passieve overheid
Eerlijke verdeling van inkomens Lage belastingen
Uitgebreide verzorgingsstaat Mensen hebben eigen
verantwoordelijkheid
Gelijke kansen Economische vrijheid
Stromingen:
Liberalisme ‘vrijheid’
Economisch: - minder regels
-vrijemarkteconomie
-lagere belastingen
Persoonlijk: -geloofs- en levensovertuiging
-euthanasie
-homohuwelijk
-genotsmiddelen
D66, vvd, partij van democratie
Socialisme ‘solidariteit en gelijkheid’
Gelijkheid realiseren -> communisten; revolutie
->sociaaldemocraten; via parlement
Eerlijke verdeling kennis, inkomen en macht: ‘links’
Sociaaldemocratie: vrijemarkt economie maar wel met uitgebreide verzorgingsstaat
Sp, groenlinks, partijd dieren, pvda
Confessionalisme ‘harmonie’
Confessie= geloofsovertuiging