Hoofdstuk 13
Stereotypering: generalisatie over een groep mensen waarin vrijwel alle leden van de groep identieke
kenmerken krijgen toebedeeld, ongeacht de daadwerkelijke verschillen tussen de leden Dit kan
leiden tot buitensluiting van hele groepen mensen, wat we in het nabije verleden hebben gezien als
de apartheid
Discriminatie: een ongerechtvaardigde, negatieve en/of schadelijke actie die gericht is tegen de leden
van een groep puur omdat ze lid zijn van die groep
Hoofdstuk 13.1
Vaak is er bij vooroordelen sprake van een tweerichtingsverkeer: de meerderheidsgroep heeft
vooroordelen over de minderheidsgroep, of één persoon heeft vooroordelen over een andere
persoon.
Identiteitskenmerken (o.a. religie, sekse, etniciteit, seksuele voorkeur, regionale afkomst) kunnen je
kwetsbaar maken voor discriminatie.
Vooroordelen zijn attitudes. Attitudes zijn opgebouwd uit drie componenten:
1) Een affectieve of emotionele component, die zowel het type emotie als de intensiteit van de
emotie weergeeft die gekoppeld is aan de attitude (zoals woede)
2) Een cognitieve component, die betrekking heeft op de opvattingen of gedachten (cognities)
waaruit de attitude bestaat
3) Een gedragscomponent, die betrekking heeft op iemands daden – mensen houden er niet alleen
attitudes op na, ze handelen er meestal ook naar
Hoofdstuk 13.1.1 (Emoties)
Vooroordelen worden gekenmerkt door een algemene attitude structuur plus een affectieve
(emotionele) component. Technisch gesproken bestaan er positieve en negatieve vooroordelen.
Hoewel het woord zowel naar positieve als negatieve gevoelens kan verwijzen, gebruiken sociaal
psychologen (en de meeste mensen) het woord ‘vooroordeel’ vooral als ze het hebben over
negatieve attitudes.
Vooroordelen: vijandige of negatieve attitudes tegenover een onderscheidbare groep mensen, puur
gebaseerd op hun lidmaatschap van die groep
Affectieve vooroordelen kun je verminderen door in contact te komen met leden van de groep
waarover je de vooroordelen hebt. Juist wanneer je in een arbeidsrelatie te maken krijgt met die
groepen waarover je eerst in termen van vooroordelen dacht, stijgt de empathie en vermindert de
angst voor die groep.
Hoofdstuk 13.1.2 (Stereotypen)
Net zoals we proberen grip te krijgen op de fysieke wereld door dieren en planten in rangordes te
groeperen, doen we dat voor de sociale wereld door mensen te groeperen op grond van belangrijke
karakteristieken, vooral sekse, geslacht en leeftijd. We gaan af op onze percepties van het gedrag van
mensen met soortgelijke karakteristieken van het verleden, om ons te helpen bepalen hoe we op
iemand met dergelijke karakteristieken moeten reageren.
We zijn geneigd mensen te categoriseren volgens wat wij als normatief beschouwen. En wat mensen
binnen een bepaalde cultuur als normatief beschouwen, vertoont veel overeenkomsten, gedeeltelijk
omdat deze beelden voortdurend door de media van die cultuur worden gepresenteerd.
Stereotypering: generalisatie over een groep mensen waarin vrijwel alle leden van de groep identieke
kenmerken krijgen toebedeeld, ongeacht de daadwerkelijke verschillen tussen de leden Dit kan
leiden tot buitensluiting van hele groepen mensen, wat we in het nabije verleden hebben gezien als
de apartheid
Discriminatie: een ongerechtvaardigde, negatieve en/of schadelijke actie die gericht is tegen de leden
van een groep puur omdat ze lid zijn van die groep
Hoofdstuk 13.1
Vaak is er bij vooroordelen sprake van een tweerichtingsverkeer: de meerderheidsgroep heeft
vooroordelen over de minderheidsgroep, of één persoon heeft vooroordelen over een andere
persoon.
Identiteitskenmerken (o.a. religie, sekse, etniciteit, seksuele voorkeur, regionale afkomst) kunnen je
kwetsbaar maken voor discriminatie.
Vooroordelen zijn attitudes. Attitudes zijn opgebouwd uit drie componenten:
1) Een affectieve of emotionele component, die zowel het type emotie als de intensiteit van de
emotie weergeeft die gekoppeld is aan de attitude (zoals woede)
2) Een cognitieve component, die betrekking heeft op de opvattingen of gedachten (cognities)
waaruit de attitude bestaat
3) Een gedragscomponent, die betrekking heeft op iemands daden – mensen houden er niet alleen
attitudes op na, ze handelen er meestal ook naar
Hoofdstuk 13.1.1 (Emoties)
Vooroordelen worden gekenmerkt door een algemene attitude structuur plus een affectieve
(emotionele) component. Technisch gesproken bestaan er positieve en negatieve vooroordelen.
Hoewel het woord zowel naar positieve als negatieve gevoelens kan verwijzen, gebruiken sociaal
psychologen (en de meeste mensen) het woord ‘vooroordeel’ vooral als ze het hebben over
negatieve attitudes.
Vooroordelen: vijandige of negatieve attitudes tegenover een onderscheidbare groep mensen, puur
gebaseerd op hun lidmaatschap van die groep
Affectieve vooroordelen kun je verminderen door in contact te komen met leden van de groep
waarover je de vooroordelen hebt. Juist wanneer je in een arbeidsrelatie te maken krijgt met die
groepen waarover je eerst in termen van vooroordelen dacht, stijgt de empathie en vermindert de
angst voor die groep.
Hoofdstuk 13.1.2 (Stereotypen)
Net zoals we proberen grip te krijgen op de fysieke wereld door dieren en planten in rangordes te
groeperen, doen we dat voor de sociale wereld door mensen te groeperen op grond van belangrijke
karakteristieken, vooral sekse, geslacht en leeftijd. We gaan af op onze percepties van het gedrag van
mensen met soortgelijke karakteristieken van het verleden, om ons te helpen bepalen hoe we op
iemand met dergelijke karakteristieken moeten reageren.
We zijn geneigd mensen te categoriseren volgens wat wij als normatief beschouwen. En wat mensen
binnen een bepaalde cultuur als normatief beschouwen, vertoont veel overeenkomsten, gedeeltelijk
omdat deze beelden voortdurend door de media van die cultuur worden gepresenteerd.