De student:
• past taxatiemethoden uit de comparatieve benadering toe;
• past taxatiemethoden uit de inkomstenbenadering toe;
• past taxatiemethoden uit de kostenbenadering toe;
• kent de waardebegrippen die voor de taxatie van een winkelruimte relevant zijn en is
in staat deze toe te passen;
• kent de stappen in het taxatieproces;
• taxeert een winkelpand en maakt hierbij gebruik van de NEN 2580.
BOG = bedrijfs onroerend vastgoed.
K.K. = kosten koper.
V.O.N. = vrij op naam.
Overdrachtsbelasting
Overdrachtsbelasting is een belasting die je betaald wanneer je een woning, of ander pand,
koopt.
Overdrachtsbelasting BOG = 6%.
Overdrachtsbelasting woning = 2%.
Transactiekosten
De koper neemt de wettelijke transactiekosten voor zijn rekening. Bestaande uit:
overdrachtsbelasting/BTW, notaris en kadaster.
K.K. is exclusief wettelijke transactiekosten.
V.O.N. is inclusief wettelijke transactiekosten (7%)
Is het niet duidelijk wat de notaris/kadasterkosten zijn? → dan 1% aannemen.
Oppervlakten
BVO = bruto vloer oppervlakte.
VVO = verhuurbaar voer oppervlakte. (BVO – muren, technische ruimten,
trapgaten/liftschachten, schalmgaten groter dan of gelijk aan 4 m2, ruimten lager dan 1,5 m
hoog)
Frontbreedte = breedte van de voorzijde van een
pand (gevel).
Comparatieve benadering
De comparatieve benadering is de vergelijkende methode.
Vooral gebruikt bij commerciële onroerende zaken.
Het te taxeren object wordt vergeleken met soortgelijke objecten.
ITZA = in termen van zone a.
Zone a is waar je het pand binnenkomt, de duurste vierkante meters.
Let op! Wanneer er een obstakel is (kolom, trap) stopt de zone.
Let op! Voor overige ruimte geldt 20%. (winkel met kelder, magazijn op verdieping enz.)