Samenvatting COVA
Wat is verbale communicatie?
Iets duidelijk te maken doormiddel van iets te zeggen bijv. Mevrouw moet een infuus, is voor een
verpleegkundige voldoende om te weten wat de arts bedoelt.
Non-verbale communicatie
Hier proberen we iets duidelijk te maken met ons lichaamstaal (lichaamshouding en de mimiek) bijv.
Iemand verteld je wat door af en toe te knikken maak je duidelijk dat je luistert.
Verschillende soorten vragen bij actief luisteren:
Open vragen: De ander veelruimte geven in zijn/haar antwoord.
Gesloten vragen: De vraag roept vraag korte (bevestigende of ontkennende) antwoorden.
In-vragen: Doorvragen over datgene wat de ander net gezegd heeft.
Ex-vragen: Een nieuw onderwerp aansnijden.
Informatieve vragen: Vragen naar specifieke informatie, om iets/iemand duidelijk in beeld te krijgen.
Appellerende vragen: In de vraag wordt er iets anders gevraagd dan bedoeld wordt, waarbij er een
beroep op de ander gedaan wordt. Bijvoorbeeld: Kunt u mij vertellen hoe laat het is? Of mag ik u een
vraag stellen?
Dubbele/meervoudige vragen: Meerdere vragen in een keer stellen. Zodoende kan het verwarrend
zijn waar iemand antwoord op geeft. Bijvoorbeeld: Wat heb je vorig weekend gedaan en met wie was
je? Ging je laat naar bed?
Suggestieve vragen: Het antwoord voor de ander invullen in de vraag. Bijvoorbeeld: Heeft u lekker
geslapen?
Retorische vragen: Een vraag waar de ander eigenlijk geen antwoord op hoeft te geven. Deze vraag
kan aansporend werken of verzet oproepen.
Concretiseer-vragen: (hoe, wat, wanneer, welke-vragen): vragen om erachter te komen wat iemand
precies bedoelt (concrete gebeurtenissen, voorbeelden, etc.)
Waarom vragen: Bij het stellen van een waarom-vraag kan iemand het gevoel krijgen verantwoording
te moeten afleggen. Het kan dwingend en betuttelend overkomen. Het is wenselijk om waarom-
vragen zo veel mogelijk te vermijden. Overigens heeft dit vooral met de toon te maken waarmee de
waarom-vraag gesteld wordt.
Gespreksniveaus
Formele communicatie is zakelijke communicatie en professioneel.
Beroepsmatig communiceren
Je bent alert op de verbale en non-verbale signalen die de patiënt geeft. Als de signalen zich op
somatisch vlak bevinden is het aan jou te bepalen welke interventies nodig zijn. De interventies
kunnen verschillen tussen rapporteren tot direct de arts bellen. Je moet de problemen met de patiënt
bespreken zodat je duidelijk weet wat de patiënt wil en nodig heeft.
Professionele communicatie
Het gesprek is gericht op het realiseren van een duidelijk doel. In het gesprek zijn de zaken gerelateerd
aan de gezondheidsproblematiek of behandeling. Het beroepsmatig begeleiden van de patiënt staat
centraal. De patiënt verwacht dat hij/zij bij jou terecht kan en als verpleegkundige wordt er van je
verwacht dat je dit kan hanteren. Het referentiekader van de patiënt wordt als uitgangspunt genomen,
ook speelt je eigen referentiekader een rol zoals bij het interpreteren van signalen van de patiënt.
, Informele communicatie is dagelijkse communicatie thuis op school veel sociaal talk.
Vriendschappelijke communicatie
Tijdens het gesprek is er geen sprake van een doel. De gevoelens staan centraal in deze communicatie.
Er is geen kader waarbinnen gesproken wordt de onderwerpen kunnen overal over gaan. Er wordt
niet van je verwacht dat je systematisch begeleidt.
Het inhoudsniveau omvat de verbale communicatie de overige 3 niveau bevatten meer non-verbale
communicatie. Je hebt 4 niveaus van communiceren.
Het inhoudsniveau
Hiermee wordt bedoeld: de letterlijke, woordelijke boodschap die de ander uitzendt. De verbale
communicatie: feitenkennis, onderzoeken, protocollen, laboratoriumuitslagen, prognoses enzovoort. Je
informeert de patiënt over de gang van zaken.
Verbale communicatievalkuilen
Het gevaar is dat er veel aandacht gaat naar het zo correct mogelijk woordelijke tekst en uitleg t geven
en of vragen te stellen aan de patiënt dat het gevoelsniveau wordt vergeten. De verpleegkundige moet
verduidelijking beiden aan de patiënt wanneer de arts in te moeilijke taal praat wat veel voorkomend
is, anders kan er onduidelijkheid en onbegrip ontstaan.
Het gevoelsniveau
De patiënt geeft aan hoe hij/zij het in emotioneel opzicht beleeft. Als verpleegkundige is het belangrijk
dat je de gevoelens kan signaleren en de patiënt laat blijken dat je het opmerkt en begrijpt.
Angst
Definitie: angst is de emotie die wordt opgeroepen als zich een verandering voordoet die als
bedreigend of gevaarlijk voor het eigen welzijn wordt waargenomen.
Angst maakt de mens alert. Om duidelijk te krijgen of er sprake is van angst is het belangrijk om er
niet alleen naar te vragen maar ook het gedrag van de patiënt goed te observeren.
Afweer
Definitie: afweer betekent, het vervormen of vertekenen van een emotionele werkelijkheid om de
daarmee samenhangende angst te verminderen.
Dit is doorgaans een onbewust proces. Iedereen gebruikt een vorm van afweer en een niet te
overschatten overlevingsmechanisme. Als verpleegkundige moet je onderscheid kunnen maken.
Afweer is onder te verdelen in afweer op rationeel vlak (loochening en ontkenning) en op het
emotionele vlak ( affectiosolatie en intellectualiseren)
Afweer op rationeel vlak
Loochening = bedreigende of onacceptabele ervaringen, gedachten, gevoelens of neigingen volledig
buiten bewustzijn houden, dit kan er toe leiden dat bijvoorbeeld iemand zich niks herinnerd van een
slechte uitslag.
Ontkenning = is ongeveer hetzelfde als loochening alleen hier kan de verpleegkundige actief kan
luisteren en een veilige omgeving voor de patiënt kan creëren. Vormen van ontkenning zijn:
bagatelliseren(er zijn ergere dingen in de wereld)
relativeren (het is even een tijdje afzien)
benadrukken van positieve aspecten van een bedreigende situatie
afweer op het emotionele vlak
affectisolatie = iemand neemt een emotionele gebeurtenis correct waar en herinnerd het zich maar de
daarbij behorende gevoelens laat hij/zij niet tot zich doordringen.
Intellectualiseren = milde variant van affectisolatie, iemand neemt dan emotioneel afstand van een
dreigende situatie door en op een abstracte en intellectuele manier mee om te gaan.
Verpleegkundige interventies
Wat is verbale communicatie?
Iets duidelijk te maken doormiddel van iets te zeggen bijv. Mevrouw moet een infuus, is voor een
verpleegkundige voldoende om te weten wat de arts bedoelt.
Non-verbale communicatie
Hier proberen we iets duidelijk te maken met ons lichaamstaal (lichaamshouding en de mimiek) bijv.
Iemand verteld je wat door af en toe te knikken maak je duidelijk dat je luistert.
Verschillende soorten vragen bij actief luisteren:
Open vragen: De ander veelruimte geven in zijn/haar antwoord.
Gesloten vragen: De vraag roept vraag korte (bevestigende of ontkennende) antwoorden.
In-vragen: Doorvragen over datgene wat de ander net gezegd heeft.
Ex-vragen: Een nieuw onderwerp aansnijden.
Informatieve vragen: Vragen naar specifieke informatie, om iets/iemand duidelijk in beeld te krijgen.
Appellerende vragen: In de vraag wordt er iets anders gevraagd dan bedoeld wordt, waarbij er een
beroep op de ander gedaan wordt. Bijvoorbeeld: Kunt u mij vertellen hoe laat het is? Of mag ik u een
vraag stellen?
Dubbele/meervoudige vragen: Meerdere vragen in een keer stellen. Zodoende kan het verwarrend
zijn waar iemand antwoord op geeft. Bijvoorbeeld: Wat heb je vorig weekend gedaan en met wie was
je? Ging je laat naar bed?
Suggestieve vragen: Het antwoord voor de ander invullen in de vraag. Bijvoorbeeld: Heeft u lekker
geslapen?
Retorische vragen: Een vraag waar de ander eigenlijk geen antwoord op hoeft te geven. Deze vraag
kan aansporend werken of verzet oproepen.
Concretiseer-vragen: (hoe, wat, wanneer, welke-vragen): vragen om erachter te komen wat iemand
precies bedoelt (concrete gebeurtenissen, voorbeelden, etc.)
Waarom vragen: Bij het stellen van een waarom-vraag kan iemand het gevoel krijgen verantwoording
te moeten afleggen. Het kan dwingend en betuttelend overkomen. Het is wenselijk om waarom-
vragen zo veel mogelijk te vermijden. Overigens heeft dit vooral met de toon te maken waarmee de
waarom-vraag gesteld wordt.
Gespreksniveaus
Formele communicatie is zakelijke communicatie en professioneel.
Beroepsmatig communiceren
Je bent alert op de verbale en non-verbale signalen die de patiënt geeft. Als de signalen zich op
somatisch vlak bevinden is het aan jou te bepalen welke interventies nodig zijn. De interventies
kunnen verschillen tussen rapporteren tot direct de arts bellen. Je moet de problemen met de patiënt
bespreken zodat je duidelijk weet wat de patiënt wil en nodig heeft.
Professionele communicatie
Het gesprek is gericht op het realiseren van een duidelijk doel. In het gesprek zijn de zaken gerelateerd
aan de gezondheidsproblematiek of behandeling. Het beroepsmatig begeleiden van de patiënt staat
centraal. De patiënt verwacht dat hij/zij bij jou terecht kan en als verpleegkundige wordt er van je
verwacht dat je dit kan hanteren. Het referentiekader van de patiënt wordt als uitgangspunt genomen,
ook speelt je eigen referentiekader een rol zoals bij het interpreteren van signalen van de patiënt.
, Informele communicatie is dagelijkse communicatie thuis op school veel sociaal talk.
Vriendschappelijke communicatie
Tijdens het gesprek is er geen sprake van een doel. De gevoelens staan centraal in deze communicatie.
Er is geen kader waarbinnen gesproken wordt de onderwerpen kunnen overal over gaan. Er wordt
niet van je verwacht dat je systematisch begeleidt.
Het inhoudsniveau omvat de verbale communicatie de overige 3 niveau bevatten meer non-verbale
communicatie. Je hebt 4 niveaus van communiceren.
Het inhoudsniveau
Hiermee wordt bedoeld: de letterlijke, woordelijke boodschap die de ander uitzendt. De verbale
communicatie: feitenkennis, onderzoeken, protocollen, laboratoriumuitslagen, prognoses enzovoort. Je
informeert de patiënt over de gang van zaken.
Verbale communicatievalkuilen
Het gevaar is dat er veel aandacht gaat naar het zo correct mogelijk woordelijke tekst en uitleg t geven
en of vragen te stellen aan de patiënt dat het gevoelsniveau wordt vergeten. De verpleegkundige moet
verduidelijking beiden aan de patiënt wanneer de arts in te moeilijke taal praat wat veel voorkomend
is, anders kan er onduidelijkheid en onbegrip ontstaan.
Het gevoelsniveau
De patiënt geeft aan hoe hij/zij het in emotioneel opzicht beleeft. Als verpleegkundige is het belangrijk
dat je de gevoelens kan signaleren en de patiënt laat blijken dat je het opmerkt en begrijpt.
Angst
Definitie: angst is de emotie die wordt opgeroepen als zich een verandering voordoet die als
bedreigend of gevaarlijk voor het eigen welzijn wordt waargenomen.
Angst maakt de mens alert. Om duidelijk te krijgen of er sprake is van angst is het belangrijk om er
niet alleen naar te vragen maar ook het gedrag van de patiënt goed te observeren.
Afweer
Definitie: afweer betekent, het vervormen of vertekenen van een emotionele werkelijkheid om de
daarmee samenhangende angst te verminderen.
Dit is doorgaans een onbewust proces. Iedereen gebruikt een vorm van afweer en een niet te
overschatten overlevingsmechanisme. Als verpleegkundige moet je onderscheid kunnen maken.
Afweer is onder te verdelen in afweer op rationeel vlak (loochening en ontkenning) en op het
emotionele vlak ( affectiosolatie en intellectualiseren)
Afweer op rationeel vlak
Loochening = bedreigende of onacceptabele ervaringen, gedachten, gevoelens of neigingen volledig
buiten bewustzijn houden, dit kan er toe leiden dat bijvoorbeeld iemand zich niks herinnerd van een
slechte uitslag.
Ontkenning = is ongeveer hetzelfde als loochening alleen hier kan de verpleegkundige actief kan
luisteren en een veilige omgeving voor de patiënt kan creëren. Vormen van ontkenning zijn:
bagatelliseren(er zijn ergere dingen in de wereld)
relativeren (het is even een tijdje afzien)
benadrukken van positieve aspecten van een bedreigende situatie
afweer op het emotionele vlak
affectisolatie = iemand neemt een emotionele gebeurtenis correct waar en herinnerd het zich maar de
daarbij behorende gevoelens laat hij/zij niet tot zich doordringen.
Intellectualiseren = milde variant van affectisolatie, iemand neemt dan emotioneel afstand van een
dreigende situatie door en op een abstracte en intellectuele manier mee om te gaan.
Verpleegkundige interventies