Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Arresten

Rechtspraak Straf- en strafprocesrecht

Beoordeling
4.0
(2)
Verkocht
8
Pagina's
76
Geüpload op
17-11-2015
Geschreven in
2014/2015

Opgegeven rechtspraak voor het blok Straf- en strafprocesrecht in het tweede jaar Rechtsgeleerdheid. Arresten zijn besproken; feiten, rechtsvraag en rechtsregel. Soms enkel korte samenvatting/essentie als we alleen die hoefden te kennen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Rechtspraak Bijeenkomsten Straf- en Strafprocesrecht
BIJEENKOMST 1
HR 13 maart 2001, LJN AB0494 (Inbeslaggenomen heroïne)
Overweging
De Hoge Raad overweegt dat, met verwijzing naar de Memorie van Toelichting
bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 4 september 1985, Stb. 1985,
495 (kamerstukken II 1982-1983, 17 975, nr. 3), de voorbereiding of
bevordering van een misdrijf als bedoeld in het derde of vierde lid van
art. 10 van de Opiumwet in art. 10a, eerste lid, van de Opiumwet als
zelfstandig delict strafbaar is gesteld. Hiervoor is niet vereist dat van de
handelingen reeds bekend is ter voorbereiding of bevordering van welk
concreet misdrijf (als bedoeld in het derde of vierde lid van art. 10 Opiumwet;
wederom: inmiddels lid 4 of 5) deze dienen. De intentie van de verdachte is van
belang voor de strafbaarheid. Dat geldt ook voor voorbereidings- of
bevorderingshandelingen die na een verhinderende omstandigheid zijn
begonnen, zoals in casu de inbeslagneming van de heroïne geen obstakel is voor
het strafbare karakter van de voorbereidingen ten behoeve van het invoeren van
de heroïne.

HR 17 april 2007, NJ 2007, 436 m.nt. Reijntjes (Poging drugsvervoer)
Boek p. 407 en 420
HR heeft aan het in Opiumwet voorkomende begrip “vervoeren” een ruime betekenis
gegeven. Iemand had zich in het bezit van groot geldbedrag samen met een ander
volgens plan naar woning elders begeven om hoeveelheid cocaïne te kopen die daartoe
in woning gereed lag en die door hen eerst zou worden getest op kwaliteit waarna
cocaïne zou worden aangekocht en vervolgens uit die woning worden vervoerd. Doch van
dit laatste kwam het niet omdat n.a.v. testen schietpartij ontstond. In dit samenstel van
gedragingen zag HR al begin van uitvoering van vervoeren in zin van Opiumwet en dus
strafbare poging tot misdrijf. Deze interpretatie gaat ver als men denk dat er nog slechts
sprake was geweest van optillen van cocaïne om spul te testen.
 Er wordt dus een begin van uitvoering aangenomen. Dat oordeel berust op
zeer subjectieve interpretatie van uiterlijke verschijningsvorm van gedragingen.

Volgens het hof kan het samenstel van de hiervoor aangegeven gedragingen,
naar hun uiterlijke verschijningsvorm bezien, worden aangemerkt als te zijn
gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf om cocaïne (na de
aankoop) te vervoeren en dat de verdachte daarom heeft gehandeld ter
uitvoering van dat misdrijf.

Noot J.M. Reijntjes
Algemeen wordt aangenomen dat daarvoor beslissend is, of de ten laste gelegde
gedragingen beschouwd kunnen worden als gedragingen die naar hun uiterlijke
verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het in de tenlastelegging
genoemde misdrijf. Het gaat om wat de rechter er (achteraf) van ziet. Hij moet,
aan de hand van de tenlastelegging, kunnen vaststellen of de uitvoering van het
daarin genoemde misdrijf is begonnen, niet de man op straat.
Bepalend is het in de tenlastelegging omschreven gedrag. Buiten de
tenlastelegging mag de rechter niet gaan.

De Hoge Raad is zijn A-G zonder verdere uitleg gevolgd. Uit de door het Hof
gebruikte bewijsmiddelen destilleert de Raad twee gedragingen, die hij tezamen
als uitvoeringshandeling aanmerkt: dat men zich heeft begeven naar de plek
waar de koopwaar daadwerkelijk aanwezig is en die koopwaar heeft getest.

,Uit de stukken blijkt namelijk dat het helemaal niet ging om een poging
om cocaïne te verhandelen, maar om een (onvoltooide) oplichting: in
plaats van cocaïne werd lidocaïne aangeboden. A-G Knigge legt haarfijn
uit waarom het ten laste gelegde en bewezen verklaarde een
ondeugdelijke poging oplevert, en dus niet strafbaar is (conclusie onder
35/40).
Hoge Raad, die plotseling wel heel formeel is: dat het niet om cocaïne, maar om
lidocaïne ging, is een feitelijke vraag, die bij het Hof aan de orde had moeten
worden gesteld. De verdachte was dan misschien onschuldig, maar hangen
moest hij wel.

HR 3 maart 2009, NJ 2009, 236 m.nt. Keijzer  Doorgesneden remkabel
Boek p. 443
Studytube: De feiten
Verdachte heeft, nadat hij heeft gehoord van het ‘slecht’ verlopen van een
therapeutisch gesprek i.v.m. een familieconflict (waar de verdachte overigens
niet bij aanwezig was), een remleiding van de auto van die familieleden
doorgesneden onder het mom van: ‘Dan los ik het wel op’. Daarnaast had hij bij
het paadje naar de voordeur, in de sneeuw, DOOD geschreven. Dit laatste werd
door slachtoffer’s schoonmoeder opgemerkt en zij belde het slachtoffer om haar
hiervan op de hoogte te brengen. Het slachtoffer had het vermoeden dat
verdachte dit had gedaan en belde hem op om hem te confronteren. Verdachte
bekende en bekende tevens dat hij een remleiding van de auto had
doorgesneden, dit was pas ruim een uur (rond 24:00 uur) nadat verdachte de
remleiding had doorgesneden.

Rechtsregel
Bij een voltooide poging is voor het aannemen van vrijwillige terugtred een
zodanig optreden van de verdachte vereist dat dit naar aard en tijdstip geschikt
is het intreden van het gevolg te beletten. Hierbij is mede van belang in welke
mate het waarschijnlijk is dat het gevolg zou intreden na de
uitvoeringshandelingen van de verdachte, maar voor de gedragingen waarop
(het beroep op) vrijwillige terugtred is gebaseerd. Hoe waarschijnlijker een
dergelijk intreden van het gevolg is, des te minder ligt het in de rede om
vrijwillige terugtred aan te nemen.

Noot N. Keijzer
2.Straffeloosheid bij vrijwillige terugtred
Vrijwillige terugtred: indien die voltooiing was verhinderd door andere factoren
‘tegen zijn wil’. Deze bepaling heeft ten grondslag gelegen aan de
rechtsontwikkeling op dit punt op het Europese continent. Ook in Duitsland is aan
straffeloosheid bij vrijwillige terugtred een afzonderlijke bepaling gewijd, § 24
StGB. De common law van Engeland en Wales kende de bedoelde uitzondering
niet, en de Criminal Attempts Act (1981) heeft daarin geen verandering gebracht.
In de Verenigde Staten bepleit weliswaar de Model Penal Code (1962) in Section
5.01-(4) straffeloosheid bij vrijwillige terugtred, in veel deelstaten is die regel niet
overgenomen.
Omtrent de vraag waarom vrijwillige terugtred tot straffeloosheid moet leiden 
zijn er 5 hoofdstromen ontwikkeld:

De Strafzwecktheorie komt erop neer dat in geval van vrijwillige terugtred
bestraffing wegens poging niet ter vergelding geboden en noch speciaal
preventief noch generaal preventief doelmatig zou zijn (zij het dat de

,uitvoeringshandeling op zichzelf wel strafbaar kan zijn, zoals in casu de
zaakbeschadiging).
De ‘rechtstheorie’ houdt in dat door vrijwillige terugtred de wederrechtelijkheid
van de gedraging komt weg te vallen.
Volgens de leer van de goldene Brücke, waaraan de namen van Von
Feuerbach en Von Liszt zijn verbonden, dient straffeloosheid bij vrijwillige
terugtred een strafrechtspolitiek doel. De beloningstheorie, welke door onder
anderen Jescheck wordt voorgestaan, houdt in dat wie tijdig vrijwillig terugtreedt,
en daarmee de rechtserschütternden Eindruck van zijn poging weer opheft, met
straffeloosheid wordt beloond omdat hij freiwillig wieder unter die Herrschaft des
Rechts zurückgekehrt ist. Tenslotte noemt Roxin de civilistisch georiënteerde
Schulderfüllungstheorie, volgens welke de dader de door zijn poging
opgelopen schuld door zijn vrijwillige terugtred heeft gedelgd.

Bij een onvoltooide poging kan ‘terugtred’ bestaan uit het enkele afzien van
vervolghandelingen; bij een voltooide poging kan van ‘terugtred’ eerst sprake zijn
indien een handeling is verricht die het opgeroepen gevaar afwendt, een actus
contrarius.

3.Nederlandse rechtspraak
De Hoge Raad overwoog dat of gedragingen van een verdachte
toereikend zijn om te kunnen oordelen dat van vrijwillige terugtred
sprake is afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, en
(wederom:) dat voor het aannemen van vrijwillige terugtred in geval
van een voltooide poging veelal een zodanig optreden van de verdachte
is vereist dat dit naar aard en tijdstip geschikt is om het intreden van
het beoogde gevolg te beletten.
Daaraan voegt hij echter de belangwekkende overweging toe dat, bij de
vraag of van vrijwillige terugtred sprake is, mede van belang is in welke
mate waarschijnlijk is dat na de voltooide poging het beoogde gevolg
zou zijn ingetreden. Hoe waarschijnlijker het intreden van het gevolg,
des te minder ligt het aannemen van vrijwillige terugtred in de rede,
aldus de Hoge Raad in r.o. 2.5.
Het vermoeden lijkt me echter niet ongerechtvaardigd dat eigenhandige
verhindering door de verdachte zelf in beide gaszaken wèl tot
straffeloosheid zou hebben geleid.

opgevat als betrekking hebbende op de kans dat rijden met de auto een dodelijk
gevolg zou meebrengen, zonder dat daarin de kans is betrokken dat de beoogde
slachtoffers met de auto inderdaad zouden zijn gaan rijden. Bij die opvatting lijkt
me ’s Hofs motivering van zijn oordeel dat de verdachte heeft gehandeld met
dolus eventualis ten aanzien van de dood van de beoogde mogelijke slachtoffers
onvoldoende te zijn geweest. Daarover heeft de Hoge Raad zich echter niet
uitgesproken.

4.Geschiktheid
Bij de hier te lande geldende objectieve pogingsleer (zie bijvoorbeeld HR 24
maart 1992, NJ 1992, 815, m.nt. Sch.) past, dat ook die geschiktheid objectief
wordt beoordeeld.

HR 17 november 2009, LJN BJ3566 (Poging hennepteelt)
Overweging
Het hof overwoog dat geen sprake was van een begin van uitvoering van het
telen, bereiden, bewerken, verweken en aanwezig hebben van hennep omdat het

, aanwezig hebben van een voor hennepteelt ingerichte ruimte niet op zichzelf een
gedraging vormt die naar haar uiterlijke verschijningsvorm is gericht op de
voltooiing van de tenlastegelegde misdrijven onvoldoende is voor een strafbare
poging en ook geen andere gedragingen zijn vastgesteld die gericht zijn op de
voltooiing van de tenlastegelegde misdrijven.

Rb Den Bosch 8 december 2010, LJN BO6581 (art. 45 Sr jo. art. 10 + 10a Opw)

Bij het plegen van de strafbare feiten vervulde verdachte een zeer wezenlijke rol.
Amfetamine is een synthetische en zeer verslavende drug waarvan algemeen
bekend is dat deze stoffen grote gevaren opleveren voor de gezondheid van de
gebruikers ervan en dat die gebruikers hun drugsgebruik veelal door diefstal of
ander crimineel gedrag bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige
schade wordt berokkend. Door het drugslaboratorium was er sprake van gevaar
voor brand en/of ontploffing en/of het vrijkomen van giftige gassen. Verder kan
de rechtbank uit de aangetroffen laboratoriumopstelling afleiden dat het de
bedoeling was om op grootschalige wijze amfetamine te produceren. Verdachte
heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft geen
inzicht gegeven in de werkelijke gang van zaken.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
17 november 2015
Bestand laatst geupdate op
17 november 2015
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2014/2015
Type
Arresten

Onderwerpen

$5.97
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

9 jaar geleden

4.0

2 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
kersje Maastricht University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
223
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
146
Documenten
1
Laatst verkocht
3 jaar geleden

3.4

46 beoordelingen

5
8
4
13
3
18
2
5
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen