WERELD Globalisering Hoofdstuk 1:
5V H1 Paragraaf 1.1:
Globalisering of mondialisering is een proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden
en samenlevingen toeneemt. De relatieve afstand neemt af. Door deze toenemende
vervlechting wordt de wereld ook wel global village genoemd. We spreken ook wel van
tijd-ruimtecompressie. Drie processen spelen hierbij een rol:
➢ ligging verandert. Deabsolute ligging verandert niet, maar de relatieve ligging
wel. Wat een enorme rol speelt bij die verandering van de relatieve ligging:
○ positie van gebied t.o.v. de economische centra
○ ligging t.o.v. de vervoersas (corridor), vaak in de buurt van een mainport
➢ afstand krimpt. Derelatieve afstand (uitgedrukt in geld, tijd en moeite) daalt. Maar
het afstandsverval blijft, de interactie tussen neemt af als de afstand groter wordt.
○ Landen doen meer handel met buurlanden, omdat de afstand kleiner is. De
remmende factor zijn de vervoerskosten en absolute afstand.
➢ Grenzen vervagen. Multinationals trekken zich steeds minder van de grenzen aan.
Maar ook de uitwisseling van informatie, ideeën, cultuur, normen en waarden blijft
niet binnen de grenzen.
5V H1 Paragraaf 1.2:
Een van de belangrijkste motoren achter het proces van globalisering is de ontwikkeling
van de transporttechnologie. Drie ontwikkelingen vanhet goederentransport:
1. Reis- en vervoerstijden zijn enorm gedaald (in de 20e eeuw)
2. transport is goedkoper geworden, door: groei van de capaciteit van schepen en
vliegtuigen en de economische crisis van 2008.
a. er is overcapaciteit ontstaan, daardoor daalde de prijzen
3. De infrastructuur is verbeterd (wegen, havens, vliegvelden en telecommunicatie)
Volgens de interactietheorie moet aan drie basisvoorwaarden worden voldaan, om het
tot stand komen van de uitwisseling van goederen tussen gebieden:
1. complementariteit, het ene gebied moet iets leveren waar in het andere gebied
vraag naar is.
2. transporteerbaarheid, Goederen moeten tegen een goede prijs en tijd vervoerd
worden.
3. Geen tussenliggende mogelijkheden
Waardoor goederen van het ene naar het andere gebied vervoerd kunnen worden:
➢ verbeteren van infrastructuur, waardoor de bereikbaarheid toeneemt
○ China legt spoorlijnen in afgelegen afrikaanse landen aan, om
grondstoffen te winnen
➢ politieke barrières verdwijnen tussen gebieden
➢ innovatie (vernieuwing) van het transportgebied
○ De container, deze manier van vervoer is efficiënt. De kosten zijn erg laag.
, ■ Hierdoor kunnen producten gemaakt worde op plekken waar het
het meest efficiënt is: arbeidsintensieve producten in lage lonen
landen, landbouwproducten in gebieden klimatologische het meest
geschikt voor zijn.
Alle transportlijnen en verbonden mainports vormen het transportnetwerk voor goederen.
5V H1 paragraaf 1.3:
De ontwikkeling van communicatie- en informatietechnologie (technieken die het
verspreiden van informatie mogelijk maken) gaat super snel. De volgende factoren
beïnvloeden de richting en intensiteit van de internationale communicatie:
1. economische factoren, informatie-uitwisseling vindt nu nog vooral plaats tussen
centrumlanden. Zij beschikken over de beste informatietechnologie en netwerken.
Bedrijven kunnen op ‘bestelling’ en ‘just in time’ leveren.
2. geografische factoren, welke afstand je van elkaar beïnvloed heeft invloed op de
intensiteit van het contact.
a. landen communiceren veel bij: vroegere kolonie, veel migranten
3. culturele factoren, tussen landen die veel qua cultuur verschillen is geringere
communicatie dan bij landen die veel overeenkomsten hebben, zoals taal.
Dagelijks flitsen er kapitaalstromen over de wereld:
- investerings- en handelskapitaal
- kapitaal van particulieren en bedrijven, op zoek naar het hoogste rendement en
belastingdruk het laagst
- flitskapitaal, geldstromen die samenhangen met de speculatie in valutakoersen.
De moderne informatietechnologie is te beschouwen als een overwinning op klassieke
belemmeringen van grens, afstand en tijd: mondiale netwerken zijn het resultaat.
De grens van onliners en nonliners komt vaak overeen met rijk en arm. Maar tussen
2015-2020 stijgt het aantal smartphones van 3 naar 8 miljard, 80% in Afrika of Azië.
5V H1 paragraaf 1.4:
De vrije markteconomie is het leidende systeem geworden door de toetreding van China
tot de WTO (wereldhandelsorganisatie) en het instorten van het communisme in
Oost-Europa. De liberalisering van de wereldhandel is sterk gestegen. Een gevolg is dat
de handel steeds internationaler werd, dat vooral te danken aan de multinationale
ondernemingen (mno’s). Dit vind plaats door dat ervrijhandel is ontstaan. De gevolgen
van deze economische globalisering zijn bijv. groei van internationaal transport, toename
wereldhandel en buitenlandse investeringen.
We zien ook dat de productieketen - route van het product van grondstof tot consument -
steeds meer wordt verspreid over tal van gebieden. De mno’s kiezen de locaties waar ze
de meeste winst kunnen behalen, waarbij wordt nagedacht over de loonkosten en
transportkosten bijvoorbeeld.
Globalisering verbindt gebieden, maar breekt ze ook af. Dat blijkt uit denieuwe
internationale arbeidsverdeling. verbrokkeling ontstaat door banen die naar goedkopere
5V H1 Paragraaf 1.1:
Globalisering of mondialisering is een proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden
en samenlevingen toeneemt. De relatieve afstand neemt af. Door deze toenemende
vervlechting wordt de wereld ook wel global village genoemd. We spreken ook wel van
tijd-ruimtecompressie. Drie processen spelen hierbij een rol:
➢ ligging verandert. Deabsolute ligging verandert niet, maar de relatieve ligging
wel. Wat een enorme rol speelt bij die verandering van de relatieve ligging:
○ positie van gebied t.o.v. de economische centra
○ ligging t.o.v. de vervoersas (corridor), vaak in de buurt van een mainport
➢ afstand krimpt. Derelatieve afstand (uitgedrukt in geld, tijd en moeite) daalt. Maar
het afstandsverval blijft, de interactie tussen neemt af als de afstand groter wordt.
○ Landen doen meer handel met buurlanden, omdat de afstand kleiner is. De
remmende factor zijn de vervoerskosten en absolute afstand.
➢ Grenzen vervagen. Multinationals trekken zich steeds minder van de grenzen aan.
Maar ook de uitwisseling van informatie, ideeën, cultuur, normen en waarden blijft
niet binnen de grenzen.
5V H1 Paragraaf 1.2:
Een van de belangrijkste motoren achter het proces van globalisering is de ontwikkeling
van de transporttechnologie. Drie ontwikkelingen vanhet goederentransport:
1. Reis- en vervoerstijden zijn enorm gedaald (in de 20e eeuw)
2. transport is goedkoper geworden, door: groei van de capaciteit van schepen en
vliegtuigen en de economische crisis van 2008.
a. er is overcapaciteit ontstaan, daardoor daalde de prijzen
3. De infrastructuur is verbeterd (wegen, havens, vliegvelden en telecommunicatie)
Volgens de interactietheorie moet aan drie basisvoorwaarden worden voldaan, om het
tot stand komen van de uitwisseling van goederen tussen gebieden:
1. complementariteit, het ene gebied moet iets leveren waar in het andere gebied
vraag naar is.
2. transporteerbaarheid, Goederen moeten tegen een goede prijs en tijd vervoerd
worden.
3. Geen tussenliggende mogelijkheden
Waardoor goederen van het ene naar het andere gebied vervoerd kunnen worden:
➢ verbeteren van infrastructuur, waardoor de bereikbaarheid toeneemt
○ China legt spoorlijnen in afgelegen afrikaanse landen aan, om
grondstoffen te winnen
➢ politieke barrières verdwijnen tussen gebieden
➢ innovatie (vernieuwing) van het transportgebied
○ De container, deze manier van vervoer is efficiënt. De kosten zijn erg laag.
, ■ Hierdoor kunnen producten gemaakt worde op plekken waar het
het meest efficiënt is: arbeidsintensieve producten in lage lonen
landen, landbouwproducten in gebieden klimatologische het meest
geschikt voor zijn.
Alle transportlijnen en verbonden mainports vormen het transportnetwerk voor goederen.
5V H1 paragraaf 1.3:
De ontwikkeling van communicatie- en informatietechnologie (technieken die het
verspreiden van informatie mogelijk maken) gaat super snel. De volgende factoren
beïnvloeden de richting en intensiteit van de internationale communicatie:
1. economische factoren, informatie-uitwisseling vindt nu nog vooral plaats tussen
centrumlanden. Zij beschikken over de beste informatietechnologie en netwerken.
Bedrijven kunnen op ‘bestelling’ en ‘just in time’ leveren.
2. geografische factoren, welke afstand je van elkaar beïnvloed heeft invloed op de
intensiteit van het contact.
a. landen communiceren veel bij: vroegere kolonie, veel migranten
3. culturele factoren, tussen landen die veel qua cultuur verschillen is geringere
communicatie dan bij landen die veel overeenkomsten hebben, zoals taal.
Dagelijks flitsen er kapitaalstromen over de wereld:
- investerings- en handelskapitaal
- kapitaal van particulieren en bedrijven, op zoek naar het hoogste rendement en
belastingdruk het laagst
- flitskapitaal, geldstromen die samenhangen met de speculatie in valutakoersen.
De moderne informatietechnologie is te beschouwen als een overwinning op klassieke
belemmeringen van grens, afstand en tijd: mondiale netwerken zijn het resultaat.
De grens van onliners en nonliners komt vaak overeen met rijk en arm. Maar tussen
2015-2020 stijgt het aantal smartphones van 3 naar 8 miljard, 80% in Afrika of Azië.
5V H1 paragraaf 1.4:
De vrije markteconomie is het leidende systeem geworden door de toetreding van China
tot de WTO (wereldhandelsorganisatie) en het instorten van het communisme in
Oost-Europa. De liberalisering van de wereldhandel is sterk gestegen. Een gevolg is dat
de handel steeds internationaler werd, dat vooral te danken aan de multinationale
ondernemingen (mno’s). Dit vind plaats door dat ervrijhandel is ontstaan. De gevolgen
van deze economische globalisering zijn bijv. groei van internationaal transport, toename
wereldhandel en buitenlandse investeringen.
We zien ook dat de productieketen - route van het product van grondstof tot consument -
steeds meer wordt verspreid over tal van gebieden. De mno’s kiezen de locaties waar ze
de meeste winst kunnen behalen, waarbij wordt nagedacht over de loonkosten en
transportkosten bijvoorbeeld.
Globalisering verbindt gebieden, maar breekt ze ook af. Dat blijkt uit denieuwe
internationale arbeidsverdeling. verbrokkeling ontstaat door banen die naar goedkopere