Antwoorden zelftestvragen
werkcolleges 1 t/m 4
Werkcollege 1
Question 1
Binnen de organisatie van het openbaar bestuur kennen we naast
het centrale begrip ‘bestuursorgaan’ ook het begrip ‘openbaar
lichaam’. Wat is het belang van het onderscheid en waardoor
kenmerkt zich een openbaar lichaam?
Een bestuursorgaan bezit publiekrechtelijke bevoegdheden die bij of
krachtens de wet zijn toebedeeld. Een openbaar lichaam vormt de
organisatorische samenhang waarin een aantal organen is verenigd. Het
belang van het onderscheid schuilt hierin dat de publiekrechtelijke
bevoegdheid het bestuursorgaan in staat stelt om besluiten te nemen en
dat de in art. 2:1, eerste lid BW genoemde openbare lichamen
rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht bezitten (de
rechtspersoonlijkheid geeft het openbaar lichaam de mogelijkheid om aan
het vermogensrechtelijk verkeer te kunnen deelnemen) waardoor
bijvoorbeeld individuele burgers die schadelijke gevolgen ondervinden van
een besluit van het bestuursorgaan de zekerheid hebben dat die schade
op de overheid verhaalbaar is.
Waardoor kenmerkt zich een openbaar lichaam? Het openbaar lichaam kan
worden gedefinieerd als een publiekrechtelijke gemeenschap met
rechtspersoonlijkheid, die bestaat uit een verband van overheidsorganen
en een personensubstraat en die vatbaar is voor democratisering. Als
zodanig biedt een openbaar lichaam een organisatorische grondslag voor
het democratische aspect van de democratische rechtsstaat. Er is sprake
van een publiekrechtelijke gemeenschap van ‘leden’ met een bestuur op
de samenstelling waarvan deze leden in beginsel invloed kunnen
uitoefenen. De invloed en zeggenschap van de eigen leden van die
publiekrechtelijke gemeenschap die in de constitutie van het openbaar
lichaam worden geregeld, leveren een democratische invulling van de
decentralisatie binnen het Nederlandse staatsverband.
Question 2
Zijn alle publiekrechtelijke rechtspersonen ook openbare
lichamen?
Ingevolge art. 2:1, eerste lid, BW bezit ieder openbaar lichaam rechts-
persoonlijkheid. Als wordt gekeken naar het tweede lid van art. 2:1 BW dan
blijkt dat in wetgeving rechtspersoonlijkheid aan allerlei
overheidsorganisatievormen kan worden toegekend. Het hoeft niet per
definitie te gaan om openbare lichamen, maar het kan ook gaan om
(zelfstandige) bestuursorganen. Voorbeelden zijn: de Koninklijke
Bibliotheek (art. 1.16 WHW) en het Kadaster (art. 2, eerste lid,
Organisatiewet Kadaster).
Question 3
werkcolleges 1 t/m 4
Werkcollege 1
Question 1
Binnen de organisatie van het openbaar bestuur kennen we naast
het centrale begrip ‘bestuursorgaan’ ook het begrip ‘openbaar
lichaam’. Wat is het belang van het onderscheid en waardoor
kenmerkt zich een openbaar lichaam?
Een bestuursorgaan bezit publiekrechtelijke bevoegdheden die bij of
krachtens de wet zijn toebedeeld. Een openbaar lichaam vormt de
organisatorische samenhang waarin een aantal organen is verenigd. Het
belang van het onderscheid schuilt hierin dat de publiekrechtelijke
bevoegdheid het bestuursorgaan in staat stelt om besluiten te nemen en
dat de in art. 2:1, eerste lid BW genoemde openbare lichamen
rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht bezitten (de
rechtspersoonlijkheid geeft het openbaar lichaam de mogelijkheid om aan
het vermogensrechtelijk verkeer te kunnen deelnemen) waardoor
bijvoorbeeld individuele burgers die schadelijke gevolgen ondervinden van
een besluit van het bestuursorgaan de zekerheid hebben dat die schade
op de overheid verhaalbaar is.
Waardoor kenmerkt zich een openbaar lichaam? Het openbaar lichaam kan
worden gedefinieerd als een publiekrechtelijke gemeenschap met
rechtspersoonlijkheid, die bestaat uit een verband van overheidsorganen
en een personensubstraat en die vatbaar is voor democratisering. Als
zodanig biedt een openbaar lichaam een organisatorische grondslag voor
het democratische aspect van de democratische rechtsstaat. Er is sprake
van een publiekrechtelijke gemeenschap van ‘leden’ met een bestuur op
de samenstelling waarvan deze leden in beginsel invloed kunnen
uitoefenen. De invloed en zeggenschap van de eigen leden van die
publiekrechtelijke gemeenschap die in de constitutie van het openbaar
lichaam worden geregeld, leveren een democratische invulling van de
decentralisatie binnen het Nederlandse staatsverband.
Question 2
Zijn alle publiekrechtelijke rechtspersonen ook openbare
lichamen?
Ingevolge art. 2:1, eerste lid, BW bezit ieder openbaar lichaam rechts-
persoonlijkheid. Als wordt gekeken naar het tweede lid van art. 2:1 BW dan
blijkt dat in wetgeving rechtspersoonlijkheid aan allerlei
overheidsorganisatievormen kan worden toegekend. Het hoeft niet per
definitie te gaan om openbare lichamen, maar het kan ook gaan om
(zelfstandige) bestuursorganen. Voorbeelden zijn: de Koninklijke
Bibliotheek (art. 1.16 WHW) en het Kadaster (art. 2, eerste lid,
Organisatiewet Kadaster).
Question 3