Samenvatting staatsrecht H.9 Hoofdlijnen Nederlands Recht.
3 kenmerken staat:
Volksgemeenschap (natie)
Afgegrensd land gebied
Hoogste macht aanwezig
Hoogste macht ook wel staatsapparaat genoemd. Bezit soevereiniteit.
Trias Politica: Scheiding der machten
1. Wetgevende macht
2. Uitvoerende macht
3. Rechtsprekende macht
Staatswerkelijkheid tegenwoordig veel complexer, leidde er toe dat ‘uitvoerende macht’
tegenwoorden al bestuurlijke macht, of bestuur word genoemd.
Decentralisatie: Spreiding van macht
Andere wijze van totstandkoming van spreiding der machten.
Decentralisatie houd dus in dat macht niet alleen in handen is van centrale overheid,
maar ook van lagere niveaus.
Verschillende vormen:
- Territorale decentralisatie bevoegdheden voor afgebakend stuk grond
(provincie, gemeente)
- Functionele decentralisatie specifieke bevoegdheden voor openbare lichamen
(bedrijfschap, productschap)
- Functionele + Territorale decentralisatie Waterschap
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat in, houd in dat:
1. Bevoegdheden die lagere overheden uitoefenen, kan de centrale overheid
overnemen (winkelsluitingswet bijv.)
2. Hogere overheden oefenen controle uit. In de vorm van preventieve toetsing en
ook spontane vernietigingsbevoegdheid kan voorkomen.
De trias politica word toegepast op zowel centrale overheid als op lagere niveau’s.
Wie oefent op welk niveau wetgevende en bestuurlijke bevoegdheden uit?
1. Centrale overheid
Staten Generaal: Eerste en Tweede kamer Samen Parlement, is zelfde
Je kan niet lid zijn van de Eerste en Tweede kamer tegelijk,
Tweede kamer:
150 leden, na 4 jaar verkiezingen. Zijn 2 kiesstelsels:
1. Districtenstelsel Kandidaten voor parlement per district gekozen. Kan erg
onrechtvaardig zijn, in Nederland afgeschaft.
2. Stelsel van evenredige vertegenwoordiging Kandidaten landelijk gekozen, men
gaat uit van de kiesdeler (aantal uitgebr. Stemmen : aantal zetels) en dan aantal
zegels berekenen (Uitgebr. Stemmen op partij : kiesdeler)
Toepassing evenredige vertegenwoordiging Zorgde ervoor dat men de interesse
voor de politiek gaat verliezen omdat afstand kiezer en gekozene groot word.
Eerste kamer:
Bestaat uit 75 leden (Senatoren), ook na 4 jaar verkiezingen:
Niet door burgers gekozen, maar burgers kiezen provinciale staten en de
provinciale staten kiezen de leden van de eerste kamer. (op basis van evenredige
vertegenwoordiging)
, Eerste+Tweede kamer hebben een presidium: voorzitter en plaatsvervangende
voorzitter.
Politieke Partijen
Juridisch gezien is een politieke partij een organisatie waarbij de ledenvergadering
(congres) het hoogste orgaan is.
Iedereen kan lid worden of een partij oprichten
Voor de verkiezing moeten pol. Partijen een kandidatenlijst invullen Bevatten
namen van de mensen die voor hun partij in de Tweede kamer zitting nemen.
Het is belangrijk een plek op de verkiesbare lijst te hebben. (aant. Zetels)
Uitzondering: iemand kan ook via voorkeursstem in de Tweede kamer komen. (Niet
op de lijst maar wel veel voorkeursstemmen)
Iemand die plaats neemt in het parlement, is onafhankelijk. Als die uit partij stapt zit ie
nog steeds in parlement.
De groep personen die voor n partij in parlement komen Fractie genoemd, elke
fractie kent fractievoorzitter en dit is meestal de lijsttrekker.
Regering (Kroon)
Koning+ Ministers
Alle bewindslieden samen (ministers+ staatssecretarissen) = kabinet.
Koning(In)
Nederland is een monarchie, koning via vererving aangewezen.
Koning vervult vooral symbolische functie: land als eenheid naar andere landen
gepresenteerd.
Kabinet
Alle ministers en staatssecretarissen onder aanvoering van de premier.
In de Wet praat men over ministerraad ipv kabinet.
De ministerraad besluit en beraad over t algemene regeringsbeleid. alleen
ministers zitting, niet staatssecretarissen.
Oude kabinet blijft na de verkiezen tot nieuwe kabinet is gereformeerd. (=demissionair
kabinet) niet bevoegd om beslissingen nemen, alleen afhandeling lopende zaken.
- Na verkiezing formateur aangesteld als duidelijk is welke partijen nieuwe kabinet
worden. Als na verkiezingen onduidelijk is wordt informateur aangesteld.
Formateur en fractieleiders stellen regeerakkoord op als dit lukt worden geschikte
ministers + staatssecretarissen gezocht.
In regeerakkoord wordt vastgelegd hoe politieke kwesties worden aangepakt en
welke prioriteit zij hebben.
Leden kabinet hoeven niet uit de Tweede kamer te komen. Wel lid van een van de
politieke partijen.
Minister
Verbonden aan een departement (ministerie) een geeft daaraan leiding. Voorzitter vd
ministerraad is de minister-president en hij staat aan het hoofd van een departement.
(Algemene Zaken). Een departement heeft altijd een minister aan het hoofd. Hoeft
niet aan een departement te zijn verbonden (minister zonder portefeuille)
- Departement = hiërarchisch geheel van ambtenaren die vanuit enkele gebouwen op
specifiek overheidsterrein werkzaam zijn.
Hoogste ambtenaar = secretaris-generaal
Staatssecretaris
3 kenmerken staat:
Volksgemeenschap (natie)
Afgegrensd land gebied
Hoogste macht aanwezig
Hoogste macht ook wel staatsapparaat genoemd. Bezit soevereiniteit.
Trias Politica: Scheiding der machten
1. Wetgevende macht
2. Uitvoerende macht
3. Rechtsprekende macht
Staatswerkelijkheid tegenwoordig veel complexer, leidde er toe dat ‘uitvoerende macht’
tegenwoorden al bestuurlijke macht, of bestuur word genoemd.
Decentralisatie: Spreiding van macht
Andere wijze van totstandkoming van spreiding der machten.
Decentralisatie houd dus in dat macht niet alleen in handen is van centrale overheid,
maar ook van lagere niveaus.
Verschillende vormen:
- Territorale decentralisatie bevoegdheden voor afgebakend stuk grond
(provincie, gemeente)
- Functionele decentralisatie specifieke bevoegdheden voor openbare lichamen
(bedrijfschap, productschap)
- Functionele + Territorale decentralisatie Waterschap
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat in, houd in dat:
1. Bevoegdheden die lagere overheden uitoefenen, kan de centrale overheid
overnemen (winkelsluitingswet bijv.)
2. Hogere overheden oefenen controle uit. In de vorm van preventieve toetsing en
ook spontane vernietigingsbevoegdheid kan voorkomen.
De trias politica word toegepast op zowel centrale overheid als op lagere niveau’s.
Wie oefent op welk niveau wetgevende en bestuurlijke bevoegdheden uit?
1. Centrale overheid
Staten Generaal: Eerste en Tweede kamer Samen Parlement, is zelfde
Je kan niet lid zijn van de Eerste en Tweede kamer tegelijk,
Tweede kamer:
150 leden, na 4 jaar verkiezingen. Zijn 2 kiesstelsels:
1. Districtenstelsel Kandidaten voor parlement per district gekozen. Kan erg
onrechtvaardig zijn, in Nederland afgeschaft.
2. Stelsel van evenredige vertegenwoordiging Kandidaten landelijk gekozen, men
gaat uit van de kiesdeler (aantal uitgebr. Stemmen : aantal zetels) en dan aantal
zegels berekenen (Uitgebr. Stemmen op partij : kiesdeler)
Toepassing evenredige vertegenwoordiging Zorgde ervoor dat men de interesse
voor de politiek gaat verliezen omdat afstand kiezer en gekozene groot word.
Eerste kamer:
Bestaat uit 75 leden (Senatoren), ook na 4 jaar verkiezingen:
Niet door burgers gekozen, maar burgers kiezen provinciale staten en de
provinciale staten kiezen de leden van de eerste kamer. (op basis van evenredige
vertegenwoordiging)
, Eerste+Tweede kamer hebben een presidium: voorzitter en plaatsvervangende
voorzitter.
Politieke Partijen
Juridisch gezien is een politieke partij een organisatie waarbij de ledenvergadering
(congres) het hoogste orgaan is.
Iedereen kan lid worden of een partij oprichten
Voor de verkiezing moeten pol. Partijen een kandidatenlijst invullen Bevatten
namen van de mensen die voor hun partij in de Tweede kamer zitting nemen.
Het is belangrijk een plek op de verkiesbare lijst te hebben. (aant. Zetels)
Uitzondering: iemand kan ook via voorkeursstem in de Tweede kamer komen. (Niet
op de lijst maar wel veel voorkeursstemmen)
Iemand die plaats neemt in het parlement, is onafhankelijk. Als die uit partij stapt zit ie
nog steeds in parlement.
De groep personen die voor n partij in parlement komen Fractie genoemd, elke
fractie kent fractievoorzitter en dit is meestal de lijsttrekker.
Regering (Kroon)
Koning+ Ministers
Alle bewindslieden samen (ministers+ staatssecretarissen) = kabinet.
Koning(In)
Nederland is een monarchie, koning via vererving aangewezen.
Koning vervult vooral symbolische functie: land als eenheid naar andere landen
gepresenteerd.
Kabinet
Alle ministers en staatssecretarissen onder aanvoering van de premier.
In de Wet praat men over ministerraad ipv kabinet.
De ministerraad besluit en beraad over t algemene regeringsbeleid. alleen
ministers zitting, niet staatssecretarissen.
Oude kabinet blijft na de verkiezen tot nieuwe kabinet is gereformeerd. (=demissionair
kabinet) niet bevoegd om beslissingen nemen, alleen afhandeling lopende zaken.
- Na verkiezing formateur aangesteld als duidelijk is welke partijen nieuwe kabinet
worden. Als na verkiezingen onduidelijk is wordt informateur aangesteld.
Formateur en fractieleiders stellen regeerakkoord op als dit lukt worden geschikte
ministers + staatssecretarissen gezocht.
In regeerakkoord wordt vastgelegd hoe politieke kwesties worden aangepakt en
welke prioriteit zij hebben.
Leden kabinet hoeven niet uit de Tweede kamer te komen. Wel lid van een van de
politieke partijen.
Minister
Verbonden aan een departement (ministerie) een geeft daaraan leiding. Voorzitter vd
ministerraad is de minister-president en hij staat aan het hoofd van een departement.
(Algemene Zaken). Een departement heeft altijd een minister aan het hoofd. Hoeft
niet aan een departement te zijn verbonden (minister zonder portefeuille)
- Departement = hiërarchisch geheel van ambtenaren die vanuit enkele gebouwen op
specifiek overheidsterrein werkzaam zijn.
Hoogste ambtenaar = secretaris-generaal
Staatssecretaris