Werkcolleges samenvatting CM Seline Donkers
Werkcolleges tentamen CM
Werkcollege 1:
pH schaal logaritmische schaal dus elke 1 hoger is factor van 10 hoger.
Vuistregel: pH moet tussen pK-1 of pK+1 liggen anders buffert niet genoeg
Werkcollege 4:
Relatief goed in vet oplosbare, ongeladen moleculen kunnen gemakkelijker de
membraan passeren.
pK en pH afhankelijk want dat bepaald de vorm van een aminozuur (geladen of
ongeladen)
Wanneer erytrocyten in water gebracht worden, nemen ze ten gevolge van osmose
water op. Ze zwellen sterk op en barsten in zeer korte tijd.
Werkcollege 5:
Fysiologische (isotone) zoutoplossing oplossing met (osmotische waarde) die
overeenkomt met die van de lichaamsweefsels.
Concentratie Km ongeveer x 5 om aan concentratie maximale snelheid te komen
Werkcollege 6:
Metabole stoornissen met name een rol bij jonge dieren, omdat het kan gaan om
erfelijke ziekte die je al vroeg in het leven ziet.
Lactaat neemt na het rennen weer af omdat
o Lactaat in het bloed gaat naar de lever en daar wordt het omgezet tot
pyruvaat en dit wordt weer verbrand voor energie.
o Lactaat kan ook weer terug naar glucose (in de lever). CORI CYCLUS
Spiercellen gaan kapot omdat er een ophoping is van bepaalde stoffen wat een
osmotische waarde kan hebben en de spiercel kapot gaat.
Werkcollege 8:
Glucose opgeslagen als glycogeen (polymeer), omdat het anders weer uit de cel gaat
DHAP concentratie vaak hoger dan die van GAP, want GAP gaat verder in glycolyse
Oxidatieve fosforylering heeft indirecte ATP-vorming. Glycolyse direct
Malonyl-CoA remt carnitine-shuttle, zodat TAG goed opgeslagen wordt en niet
meteen weer wordt afgebroken
Ketonlichamen: acetoacetaat, D-3-hydroxybutyraat. Hersenen en spieren. Levert 19
ATP (2 acCoA geeft 20 – 1 voor activatie) D3HB levert 21,5 want extra NADH
Werkcollege 9:
P/O-ratio berekenen door het aantal ADP dat verbruikt is (aantal ATP) te delen door
het aantal O dat verbruikt is.
Werkcolleges tentamen CM
Werkcollege 1:
pH schaal logaritmische schaal dus elke 1 hoger is factor van 10 hoger.
Vuistregel: pH moet tussen pK-1 of pK+1 liggen anders buffert niet genoeg
Werkcollege 4:
Relatief goed in vet oplosbare, ongeladen moleculen kunnen gemakkelijker de
membraan passeren.
pK en pH afhankelijk want dat bepaald de vorm van een aminozuur (geladen of
ongeladen)
Wanneer erytrocyten in water gebracht worden, nemen ze ten gevolge van osmose
water op. Ze zwellen sterk op en barsten in zeer korte tijd.
Werkcollege 5:
Fysiologische (isotone) zoutoplossing oplossing met (osmotische waarde) die
overeenkomt met die van de lichaamsweefsels.
Concentratie Km ongeveer x 5 om aan concentratie maximale snelheid te komen
Werkcollege 6:
Metabole stoornissen met name een rol bij jonge dieren, omdat het kan gaan om
erfelijke ziekte die je al vroeg in het leven ziet.
Lactaat neemt na het rennen weer af omdat
o Lactaat in het bloed gaat naar de lever en daar wordt het omgezet tot
pyruvaat en dit wordt weer verbrand voor energie.
o Lactaat kan ook weer terug naar glucose (in de lever). CORI CYCLUS
Spiercellen gaan kapot omdat er een ophoping is van bepaalde stoffen wat een
osmotische waarde kan hebben en de spiercel kapot gaat.
Werkcollege 8:
Glucose opgeslagen als glycogeen (polymeer), omdat het anders weer uit de cel gaat
DHAP concentratie vaak hoger dan die van GAP, want GAP gaat verder in glycolyse
Oxidatieve fosforylering heeft indirecte ATP-vorming. Glycolyse direct
Malonyl-CoA remt carnitine-shuttle, zodat TAG goed opgeslagen wordt en niet
meteen weer wordt afgebroken
Ketonlichamen: acetoacetaat, D-3-hydroxybutyraat. Hersenen en spieren. Levert 19
ATP (2 acCoA geeft 20 – 1 voor activatie) D3HB levert 21,5 want extra NADH
Werkcollege 9:
P/O-ratio berekenen door het aantal ADP dat verbruikt is (aantal ATP) te delen door
het aantal O dat verbruikt is.