China
Vanaf 1842 tot 2001
Paragraaf 1
China kent een lange geschiedenis aan dynastieën. Dat begon in 206 v.C. tot de
Qing-Dynastie in 1911. De Qing familie kwam oorspronkelijk uit Mantsjoerije, maar nam veel
over van de Chinese cultuur. Onder de dynastieën groeide Chian uit tot het grootste en
welvarendste land ter wereld. Keizers hadden het mandaat van de hemel en regeerden
absoluut.
Het keizerlijke gezag was gebaseerd op het Confucianisme; het keizerschap was ondeelbaar,
het volk was gezagsgetrouw. Daarnaast ontbrak het China aan nieuwsgierigheid naar het
buitenland. China was welvarender dan elk ander en waren verantwoordelijk voor 30% van
de wereldproductie. Er was geen behoefte aan ontdekkingsreizen en Chinese keizers
plaatsten zichzelf boven andere keizers. Buitenlands bezoek verliep via het
Kantonsysteem/Tribuutsysteem. Vanaf 1757 was Kanton de enige stad waar China handel
deed met Europa. Daarbij bepaalden geschenken aan de koning in hoeverre een handelsman
kon gaan handelen.
De keizer werd ondersteunt door een groot-ambtenarenapparaat. Deze Mandarijnen
moesten een zeer streng staatsexamen afleggen, Waarin zij Confucius exact moesten kunnen
citeren. Hierbij was het doel om loyaliteit en bureaucratie veilig te stellen.
Confucius stond voor orde, harmonie en vermijding van chaos. Zijn uitgangspunten waren:
1. Het leven bestaat uit tegendelen, denk aan yin-yang
2. Ondergeschikten gehoorzamen hun meerderen
3. Doe de ander niet aan wat jij niet wil dat ze jou aan doen
4. Intelligentie weegt zwaarder dan komaf
Echter in tijden van de Qing-dynastie begon China te verzwakken. Zo ontstonden
hongersnoden als reactie op overbevolking, was er veel corruptie in de overheid en verziekte
China door buitenlandse inmenging. Door die inmenging nam het modern imperialisme in
China toe. De combinatie van het tribuutsysteem en het Chinese superioriteitsgevoel verliep
de handel moeizaam. Groot-Brittannië wist echter de markt op illegale wijze te bereiken met
opium. Hierdoor liep er meer zilver uit China, dan er in. Miljoenen Chinezen raakten
verdslaafd en China werd zieker en zieker. Tot op 1839, wanneer de Chinese keizer 1 miljoen
kilo aan opium in het openbaar verbrandt. Groot-Brittannië riep de Eerste Opiumoorlog uit,
met gevolg tot het Verdrag van Nanking.
Door dat verdrag konden de Britten in vijf Chinese steden handel drijven, ontving
Groot-Brittannië enorme schuldbedragen, werd Hong-Kong een kolonie van en moest de
Chinese keizer gelijkwaardigheid erkennen aan die van het Britse volk.
Door de alliantie tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, de zoektocht naar extra macht van de
Verenigde Staten en de grotere eisen aan het verdrag van de Britten, brak in 1856 de Tweede
Opiumoorlog uit. Als Peking dan veroverd wordt heeft China ook deze oorlog verloren en het
volgende ‘ongelijke’ verdrag volgde. Het buitenland kon nu met heel China handelen.
Vanaf 1842 tot 2001
Paragraaf 1
China kent een lange geschiedenis aan dynastieën. Dat begon in 206 v.C. tot de
Qing-Dynastie in 1911. De Qing familie kwam oorspronkelijk uit Mantsjoerije, maar nam veel
over van de Chinese cultuur. Onder de dynastieën groeide Chian uit tot het grootste en
welvarendste land ter wereld. Keizers hadden het mandaat van de hemel en regeerden
absoluut.
Het keizerlijke gezag was gebaseerd op het Confucianisme; het keizerschap was ondeelbaar,
het volk was gezagsgetrouw. Daarnaast ontbrak het China aan nieuwsgierigheid naar het
buitenland. China was welvarender dan elk ander en waren verantwoordelijk voor 30% van
de wereldproductie. Er was geen behoefte aan ontdekkingsreizen en Chinese keizers
plaatsten zichzelf boven andere keizers. Buitenlands bezoek verliep via het
Kantonsysteem/Tribuutsysteem. Vanaf 1757 was Kanton de enige stad waar China handel
deed met Europa. Daarbij bepaalden geschenken aan de koning in hoeverre een handelsman
kon gaan handelen.
De keizer werd ondersteunt door een groot-ambtenarenapparaat. Deze Mandarijnen
moesten een zeer streng staatsexamen afleggen, Waarin zij Confucius exact moesten kunnen
citeren. Hierbij was het doel om loyaliteit en bureaucratie veilig te stellen.
Confucius stond voor orde, harmonie en vermijding van chaos. Zijn uitgangspunten waren:
1. Het leven bestaat uit tegendelen, denk aan yin-yang
2. Ondergeschikten gehoorzamen hun meerderen
3. Doe de ander niet aan wat jij niet wil dat ze jou aan doen
4. Intelligentie weegt zwaarder dan komaf
Echter in tijden van de Qing-dynastie begon China te verzwakken. Zo ontstonden
hongersnoden als reactie op overbevolking, was er veel corruptie in de overheid en verziekte
China door buitenlandse inmenging. Door die inmenging nam het modern imperialisme in
China toe. De combinatie van het tribuutsysteem en het Chinese superioriteitsgevoel verliep
de handel moeizaam. Groot-Brittannië wist echter de markt op illegale wijze te bereiken met
opium. Hierdoor liep er meer zilver uit China, dan er in. Miljoenen Chinezen raakten
verdslaafd en China werd zieker en zieker. Tot op 1839, wanneer de Chinese keizer 1 miljoen
kilo aan opium in het openbaar verbrandt. Groot-Brittannië riep de Eerste Opiumoorlog uit,
met gevolg tot het Verdrag van Nanking.
Door dat verdrag konden de Britten in vijf Chinese steden handel drijven, ontving
Groot-Brittannië enorme schuldbedragen, werd Hong-Kong een kolonie van en moest de
Chinese keizer gelijkwaardigheid erkennen aan die van het Britse volk.
Door de alliantie tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, de zoektocht naar extra macht van de
Verenigde Staten en de grotere eisen aan het verdrag van de Britten, brak in 1856 de Tweede
Opiumoorlog uit. Als Peking dan veroverd wordt heeft China ook deze oorlog verloren en het
volgende ‘ongelijke’ verdrag volgde. Het buitenland kon nu met heel China handelen.