communiceren en leveren, en dient de klantrelaties te beheren ten gunste van de organisatie en de stakeholders
“Alle activiteiten die een bedrijf uitvoert om de verkoop van producten of diensten te bevorderen”
doel = waardecreatie
Shareholders = aandeelhouders
Stakeholders = belanghebbenden
“Door te verkopen creëer je een grotere naamsbekendheid”
Waardecreatie = waarde creëeren in een bedrijf aan de hand van verschillende aspecten
voldoen aan behoefte van de klant (klantrelaties zijn het belangrijkste
loyaal, ervaringen (je moet ervoor zorgen dat je klanten terugkomen)
kwaliteiten
originaliteit
milieubewust
Organisatievisie = Kijk op de wereld (wat wil je zijn en waar gaat het naartoe met de wereld)
Organisatiemissie = Wat wil een bedrijf bereiken (waar kan mijn bedrijf een rol inspelen en hoe ga je dat doen, wat doe je
als organisatie en hoe ga je invulling geven aan het toekomst beeld wat je hebt)
Uit de missie en visie komen doelstellingen (zoals concurrentiedoelstellingen)
Organisatie missie
|
Organisatie visie →
Big Hairy Audatios Goal
BHAG = (Doelen die heel erg out of the
organisatiewaarden box zijn)
(kernwaarden)
&
↓
principes
Heel concreet op
Organisatie doelstellingen =
de werkvloer
Voorbeeld Apple
Visie = Think different (mensen aantrekken die ook anders denken)
missie = geavanceerde technologie eenvoudig maken voor mensen (gebruikersgemak creëeren)
Holistisch marketingconcept = alles omvattend marketingconcept
Organisatiedoelstellingen
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Peoples
(mensen)
leefbaar
duurzaam -
heid
Planet profit
)
even ,
_
(aarde) (resultaat
vatbaar
Businessmodel canvas = hoe wil je je bedrijf inrichten
Rechts = klanten kant moet aansluiten bij waardepropositie
Links = hoe richt je dat in en organiseer je alles
, Business model Canvas = alles houdt verband met je waardepropositie
KS = klantensegment
WP = waardepropositie (behoefte van klanten, wat voor problemen los je op voor je klanten) (visie en missie)
KR = klantrelaties (binding met het bedrijf, hoe hou je klanten binnen)
KRes = key resource (Alle het onderzoek dat je nodig hebt om waardepropositie mogelijk te maken)
KA = Key activities (hoofdtaken)
KP = Key partners (belangrijkste partners, wat is essentieel om je hoofdproduct te regelen)
KN = (kanalen, hoe bereik je je klanten)
KStr = kostenstructuur (wat kost het)
IS = inkomstenstructuur (wat verdien je eraan)
Unique sellingpoints = waarom is jouw bedrijf beter dan een ander bedrijf
Voorbeeld = Wanneer nespresso opeens thee gaat verkopen zal de waardepropositie veranderen waardoor alle delen
van het business model canvas veranderen
Ook kan je beginnen bij het veranderen van je doelgroep en dan veranderen ook alle andere delen van het business
model canvas omdat alles in verband staat met elkaar
Trend = Iets wat in verandering is in de maatschappij (dus geen hype/ rage wat maar eventjes duurt en meer voor
algemene leeftijd)
Hype = veel media-aandacht (meestal meer jongere leeftijd)
Rage = verspreid zich onderling meer (meestal meer jongere leeftijd)
Look at the environment = gaat over alles wat rond het BMC gebeurd