Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Sociologie, periode 2 (hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5, 6, 9, 10, 11)

Beoordeling
4.0
(11)
Verkocht
42
Pagina's
29
Geüpload op
04-12-2015
Geschreven in
2015/2016

Een complete samenvatting van de hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 6, 9, 10 en 11 uit het boek 'samenlevingen', Een handige samenvatting voor Sociale Studies, leerjaar 1 periode 2

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Sociologie – Leerjaar 1, periode 2

Samenlevingen
Hoofdstuk 1 ‘Het terrein van de sociologie’

Wat is sociologie?
Verschillende definities voor het begrip sociologie
I. Sociologie = de wetenschap van de manieren waarop mensen met elkaar samenleven //
wetenschap van de maatschappij.
− Maatschappij abstract: sociale leven in het algemeen, de manieren waarop mensen met
elkaar samenleven;
− Maatschappij wetenschap: ‘een maatschappij’, de grootste sociale eenheid waartoe mensen
behoren.
II. Sociologie = de wetenschap van de menselijke groep
− Een groep wordt in dit verband omschreven als een verzameling van onderling verbonden
mensen die een besef van een gemeenschappelijke identiteit, een ‘wij-gevoel’ kennen;
− Tot het terrein van sociologische studie behoren ook verbindingen tussen mensen die geen
besef hebben van een gemeenschappelijke identiteit hebben en in die zin dus geen groep
vormen.
III. Sociologie = de studie van de sociale netwerken
− Een sociaal netwerk is een te onderscheiden geheel van relaties tussen actoren (groepen of
individuen). Ze variëren onder meer naar omvang, dichtheid (het feitelijke aantal directe
relaties tussen de actoren gedeeld door het maximaal mogelijke aantal directe relaties) en de
openheid (de mate waarin het netwerk verbindingen met andere netwerken heeft);
− Binnen een netwerk kunnen verschillende sociale posities worden onderscheiden; een actor
kan een centrale positie innemen dan wel een meer marginale positie;
− Een groep is een bepaald soort netwerk: één waarvan de individuele deelnemers een besef
van een gemeenschappelijke identiteit hebben en op basis daarvan leden van niet-leden
onderscheiden.

In de sociologie wordt gezocht naar overeenkomsten en verschillen tussen uiteenlopende vormen van
menselijk samenleven, als ook naar samenhangen. Dit betekent dat de sociologie zich niet beperkt tot een
bepaalde, nauw omgrensde ‘sector’ van het maatschappelijke leven. Een maatschappij is geen optelsom
van verschillende (min of meer los van elkaar staande) sectoren of sferen. De bestudering van het
maatschappelijk leven mag ook geen optelsom zijn van specialismen die zich elk tot een bepaalde sector
beperken.
Sociologen laten economische, politieke en juridische verschijnselen niet buiten beschouwing, maar ze
bestuderen die op een andere manier dan de specialisten op deze terreinen, door ze steeds te bezien als
onderdelen, aspecten van de samenlevingsverbanden die mensen met elkaar vormen. Door de breedheid
van het terrein van de sociologie zijn er specialisaties binnen de sociologie.

Het vergelijken van samenlevingen die in tijd en plaats ver van elkaar verwijderd zijn, is voor de sociologie
van essentieel belang:
− Verantwoord te kunnen generaliseren (uitspraken kunnen doen op een algemener niveau dan dat
van een afzonderlijke samenleving);
− Verantwoord te kunnen specialiseren (aan te kunnen geven waarin een bepaalde samenleving zich
van andere onderscheidt);
− Kennis van vroegere samenlevingen is nodig om zicht te krijgen op maatschappelijke
ontwikkelingen, om na te kunnen gaan hoe huidige samenlevingsvormen uit vroegere zijn
voortgekomen.
Sociologie is verwant aan psychologie, doordat beide disciplines zich bezig houden met menselijk gedrag,

Sociologisch verklaren behelst het doen van uitspraken over causale samenhangen tussen sociale
processen. Deze uitspraken worden empirisch gefundeerd door samenlevingen, groeperingen daarbinnen
en historische perioden met elkaar te vergelijken. We moeten ons ook afvragen waarom dat verband er is.
Die vraag proberen we te beantwoorden m.b.v. meer algemene inzichten en wel bij voorkeur door te laten
zien dat de empirische samenhang in een theorie van meer strekking past. In het verklaren komen
theorievorming en empirisch onderzoek samen. Het zijn vaak buitenwetenschappelijke vragen die aan
sociologisch onderzoek ten grondslag liggen. Dit heeft te maken met de derde kant van de
sociologiebeoefening: toepassing in de ruimste zin. Altijd beweegt de socioloog zich in een spanningsveld
tussen betrokkenheid en distantie.

,Over de aard van de sociale werkelijkheid
Sociaal = heeft in de sociologie een ruime betekenis. Het staat voor alles wat zich tussen mensen afspeelt,
en alles wat mensen met elkaar verbindt.

Mensen zijn met elkaar verbonden op manieren die zich ten dele aan de greep van elk van hen afzonderlijk
onttrekken; ze vormen zo met elkaar een sociale werkelijkheid die geen van hen ooit ontworpen heeft. De
franse socioloog Durkheim heeft de sociale werkelijkheid op grond hiervan een werkelijkheid sui generis
genoemd, een eigensoortige werkelijkheid, die niet kan worden herleid tot de eigenschappen van
individuen.
Op vergelijkbare wijze, maar iets voorzichtiger, drukt Elias zich uit, waar hij het heeft over de relatieve
autonomie van sociale processen ten opzichte van individuele bedoelingen. De processen zijn relatief
autonoom, omdat ze niet losstaan van individuen die met bepaalde bedoelingen handelen; ze zijn relatief
autonoom omdat ze niet volledig op individuele bedoelingen kunnen worden herleid.

Interactie =het reageren van mensen op elkaar, zodat het handelen van de één de directe aanleiding is
voor het handelen van de ander.
Cultuur = het aangeleerde gedragsrepertoire dat mensen in een bepaalde groep of samenleving gemeen
hebben
Interdependentie = onderlinge afhankelijkheid

Interactie
Het sociale leven zoals we dat direct om ons heen kunnen waarnemen, bestaat uit interacties.
− Samenwerking versus conflict;
− Directe en indirecte interactie.
Interactie is soms op specifieke doelen gericht die buiten de interactie zelf liggen.
− Interactie instrumenteel  een middel tot een doel buiten de interactie;
− Vaak zoeken en vinden mensen in de interactie zelf emotionele bevrediging.

Sociaal handelen = Volgens Weber handelen dat georiënteerd is op het gedrag van andere mensen.
Volgens deze definitie is vrijwel al het menselijk handelen sociaal te noemen.

De gedragingen van mensen zijn met elkaar vervlochten/verknoopt (voorbeeld voetballers). Deze
onderlinge verwevenheid houdt in dat het interactieproces als geheel door geen der individuen volledig
beheerst kan worden en voor elk van hen een tot op zekere hoogte onvoorspelbaar karakter heeft. Wat
hiervoor voor het sociale leven in het algemeen is opgemerkt, geldt voor ieder interactieproces afzonderlijk:
het proces is relatief autonoom ten opzichte van individuele bedoelingen.

Interacties bevatten echter ook elementen van voorspelbaarheid, dit komt door gewoontevorming. Mensen
reduceren de onvoorspelbaarheid van interacties ook door de formulering, invoering en handhaving van
normen of gedragsregels. Met gedragsregels worden grenzen aangegeven waarbinnen interacties volgens
de deelnemers mogen variëren. Maar die grenzen liggen in feite niet vast: regels worden overtreden, ze
worden vaak verschillend geïnterpreteerd en ze veranderen.

De regelmaat in interacties correspondeert dan ook niet volledig met de normen en verwachtingen van de
deelnemers. Aan de ene kant worden normen overtreden en verwachtingen gelogenstraft. Aan de andere
kant kunnen interacties regelmatigheden vertonen die door de deelnemers bedoeld noch herkend worden.
Sociologen zijn juist in het vinden van dergelijke regelmatigheden geïnteresseerd.

Cultuur
Cultuur = mensen die met elkaar omgaan, beïnvloeden elkaar. En mensen die veel met elkaar omgaan,
ontwikkelen een gemeenschappelijke repertoire van kennis, symbolen, gewoonten, opvattingen,
vaardigheden, normen, kortom cultuur.
− Overdracht van cultuur aan nieuwkomers;
− Door het proces van cultuuroverdracht van generatie op generatie, continueert een samenleving
zich over een lange periode. Maar mede door ditzelfde proces verandert een samenleving.

Socialisatie = proces van cultuuroverdracht. In de ruimste zin is het al het leren, bedoeld en onbedoeld,
door mensen aan en van andere mensen. Meer in het bijzonder is het: leerprocessen die ertoe leiden dat
kinderen tot volwassen leden van de samenleving worden.
Imitatie = kinderen bootsen vaak het gedrag van volwassenen en van andere kinderen in hun omgeving na
Identificatie = het kind wil zijn zoals degenen die hij imiteert
Dwang = het kind leert sociaal aanvaarde normen doordat gedrag met die normen in overeenstemming is,
wordt beloond, terwijl gedrag dat met die normen in strijd is, negatief wordt bejegend.
− Socialisatie wordt door de opvoeders vaak geslaagd geacht, wanneer het kind de regels ‘uit
zichzelf’ navolgt: deze zijn dan geïnternaliseerd;

, − Externe en innerlijke controle;
− Verschillen in socialisatie tussen en binnen samenlevingen;
− Subculturen.

Door sociale ervaringen vormt het opgroeiende individu een beeld van zichzelf, krijgt het een identiteit.
Het individu ziet zichzelf door de ogen van de anderen en vormt zo een zelfbeeld dat de houdingen
weerspiegelt die die anderen tegenover hem of haar aan de dag leggen.

Nature-nurture controverse = tegenstelling tussen natuur en cultuur
− Sociologische kritiek op racistische ideeën en instincttheorieën;
− Samenspel van genetische mogelijkheden en omgevingsinvloeden;
− Biologische voorwaarden voor invloed van sociale omgeving.

De grote betekenis van socialisatie hangt samen met nog een ander kenmerk van de menselijke soort: de
lange periode van biologische onvolwassenheid, waarin kinderen sterk en eenzijdig op de verzorging door
ouderen zijn aangewezen.

De socioloog let ter verklaring van groepsgebonden gedragsverschillen op verschillen in cultuur en
socialisatie, die hij in verband brengt met de maatschappelijke positie van de desbetreffende groepen te
midden van andere groepen en de ontwikkeling die ze in de loop van die tijd hebben doorgemaakt. Toch
zijn aangeboren verschillen tussen mensen voor de sociologie niet onbelangrijk. Ten eerste zijn ze van
belang omdat ze mede ten grondslag liggen aan individuele variaties in gedrag en daarmee een
fundamentele bron vormen van dynamiek en onvoorspelbaarheid in het sociale leven. In de tweede plaats
zijn aangeboren verschillen sociologisch van belang voor zover ze direct waarneembaar zijn als uiterlijke
fysieke kenmerken en mensen daar belang aan hechten.
− Thomas – theoreme  ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.’
− Verschil sekse en leeftijd.

Interdependentie
Mensen zijn fundamenteel van elkaar afhankelijk; iedereen is in zekere mate hulpbehoevend. Federale
kinderen zouden door dieren zijn groot gebracht
− Contracttheorieën = aan de situatie waarin mensen afhankelijk zijn van elkaar, ging een andere
aan vooraf: een meer ‘natuurlijke’ toestand, waarin elk individu volstrekt autonoom was. Op een
bepaald moment zagen de mensen echter in dat een geregelde samenwerking profijtelijker was en
besloten ze om een soort verbond, een sociaal contract te sluiten.
− Durkheim: sociale voorwaarden voor individualisme = hij stelde daar tegenover dat juist mensen
die in stamverband leefden, zozeer deel uitmaakten van het sociale als afzonderlijk individu. In
moderne samenlevingen daarentegen ontstonden juist de sociale voorwaarden waaronder het
gevoel van individuele autonomie zich kon ontwikkelen: sterke arbeidsdeling en centraal
staatsgezag.
− De onderlinge afhankelijkheid van mensen houdt in dat ze elkaar dwingend beïnvloeden, met
andere woorden macht over elkaar uitoefenen. Asymmetrisch  degene die het minst afhankelijk
is, heeft de meeste macht (duidelijk machtsverschil).
− Van individualisering kan worden gesproken wanneer er een tendens is dat mensen zich bij
belangrijke keuzes in hun leven minder laten leiden door druk vanuit hun directe sociale omgeving
en minder gebonden raken aan vaste sociale kaders. Het hangt juist samen met het omvangrijker
worden van netwerken van onderlinge afhankelijkheid.

De verschillende soorten afhankelijkheid kunnen we ordenen door een typologie waarin verschillende
soorten ‘bindingen’ van elkaar worden onderscheiden.
− Economische bindingen; afhankelijkheid die te maken heeft met de productie en de distributie van
schaarse goederen.
− Politieke bindingen; afhankelijkheden die betrekking hebben op de fysieke dwang die mensen op
andere uitoefenen.
− Affectieve bindingen; afhankelijkheden die te maken betrekking hebben op de positieve en
negatieve gevoelens die ze voor elkaar koesteren.
− Cognitieve bindingen; afhankelijkheden die voortvloeien uit processen van kennisvorming en
kennisoverdracht.
Iedere sociale relatie omvat meer bindingen tegelijk. Wel kan een relatie in overwegende mate gebaseerd
zijn op 1 van de typen.  verwevenheid van bindingen

Interactie, cultuur en interdependentie: samenhang en accentverschillen
Door interactie wordt cultuur gevormd, overgedragen en veranderd. Omgekeerd worden interacties tussen
mensen mede bepaald door wat ze in eerdere interacties hebben geleerd, dus door hun cultuur.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5, 6, 9, 10 en 11
Geüpload op
4 december 2015
Aantal pagina's
29
Geschreven in
2015/2016
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.39
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 42 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

7 van 11 beoordelingen worden weergegeven
3 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

great!

5 jaar geleden

5 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

4.0

11 beoordelingen

5
3
4
5
3
3
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
LC97 Fontys Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
139
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
107
Documenten
11
Laatst verkocht
3 jaar geleden

4.0

22 beoordelingen

5
6
4
10
3
6
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen