Hoofdstuk 1 (marketing: een inleiding)
Marketing; zijn alle activiteiten die een bedrijf onderneemt om de verkoop van
producten of diensten te bevorderen/ het onderzoek naar wie en op welke manier het
verkocht moet worden.
Twee soorten doelstellingen namelijk een ondernemingsdoelstelling en een
marketingdoelstelling.
Ondernemingsdoelstelling; is een algemene doelstellingen
Marketingdoelstelling; doelstellingen die vooral worden gerealiseerd met de 4 p's
Smart staat voor;
specifiek: (concreet, wat ga je precies doen)
meetbaar: (hoe is de situatie nu en welke verandering wil je concreet bereiken)
acceptabel: (voor jezelf, maar ook voor je organisatie meerwaarde opleverend)
realistisch: (praktisch uitvoerbaar en haalbaar)
tijdsgebonden: (het bepalen van begin- en einddatum)
Klantwaarde; waar hecht de klant veel waarde aan/ wat is voor hem belangrijk (kan
tentamenvraag zijn!) ◄
Marktbenaderingsconcepten;
1. Het productieconcept
2. Het productconcept
3. Het verkoopconcept (advertenties, heeft over het algemeen een slecht imago)
4. Het marketingconcept (kan tentamenvraag zijn!) ◄
5. Het maatschappelijke marketingconcept (societal marketingconcept)
De vier P's van de marketingmix; De drie R'en;
1. Product 1. Reputatie
2. Prijs 2. Relatie
3. Plaats 3. Ruil
4. Promotie/communicatie (persoonlijke verkoop valt hieronder)
Omgevingsniveaus;
1. De Micro-omgevingsvariabelen (intern)
2. De Meso-omgevingsvariabelen (extern)
3. De Macro-omgevingsvariabelen (destep; demografisch, economische, sociaal-
cultureel, technologische, ecologische, politiek-juridische variabelen)
imago= hoe de klanten daadwerkelijk over de onderneming denken
identiteit= hoe de onderneming graag wil dat haar klanten over de onderneming
denken
Missie= datgene wat de organisatie wilt uitstralen/uitdragen naar de buitenwereld.
Het geeft het bestaansrecht aan, een missie wordt zelden veranderd. (wie willen wij
zijn? en wat is ons doel?)
Formulering van een missie:
# Wat is ons werkterrein?
, # Wat is ons bestaansrecht?
# Wat zijn onze normen, waarden en overtuigingen?
# Wat zijn onze intenties en ambities?
visie= hoe een organisatie of onderneming zichzelf ziet gericht op de toekomst. Het
geeft aan waarvoor de medewerkers gaan binnen de organisatie, wat is hun
toekomstdroom? Tot in tegenstelling van de missie wordt de visie wel vaak veranderd,
omdat bepaalde zaken in de toekomst kunnen plaatsvinden.
Formulering van een visie:
# Hoe ziet de omgeving van onze organisatie er in de verre toekomst uit?
# Wat willen we als organisatie tegen die tijd bereikt hebben?
# Hoe en op welke manier gaan we dit bereiken?
Hoofdstuk 2 (marketingstrategie en marketingmanagement)
Drie methodes voor de marketingplanning;
1. Top-downplanning = een planningsvorm waarin een hoger hiërarchisch
niveau doelen/taken formuleert die op een lager niveau moeten worden
uitgevoerd. Het hoger management baseert zich bij het bepalen van de
doelen/taken onder meer op informatie die door lagere niveaus wordt verstrekt.
2. Bottom-upplanning = een lager gelegen hiërarchisch niveau in de organisatie
formuleert doelstellingen/taken, en biedt deze ter commentaar, aanpassing en
goedkeuring aan een hoger gelegen hiërarchisch niveau. Dit niveau beoordeelt
de plannen of deze van toegevoegde waarde zijn voor de organisatie.
3. Goals-down/plans-upplanning = het hoger gelegen hiërarchisch niveau geeft
de doelstellingen door aan het lager gelegen niveau. Dit lager niveau komt met
plannen om de doelstelling te realiseren. Deze plannen worden kritisch
doorgenomen op de doelstellingen realistisch zijn.
Strategisch marketingplan; (is op directie/hoogste niveau, vooral een lange
termijn-doel)
Tactisch marketingplan; (is op management niveau)
Operationeel marketingplan; (komt vooral voor op de werkvloer)
Stappen in het strategische marketingproces; (kan tentamenvraag zijn) ◄
1. missie, marktafbakening en resultatenanalyse
2. externe en interne analyse (resultatenanalyse)
3. SWOT (strenghts, weaknesses (intern) / oppurtunities, threats (extern))
4. Probleemstelling
5. Doelstellingen
6. Strategieën
7. marketingmixbeslissingen
8. implementatie, controle en bijsturing