Immunologie samenvatting
Circulatie
Hier wordt verteld over de samenstelling en transport van bloed, weefselvocht en
lymfe. Door circulatie blijft de samenstelling van het inwendig milieu constant
(homeostase). Ook worden afvalproducten afgevoerd door circulatie. En circulatie
zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de warmte over het lichaam.
Ribosomen + +
Bacteriën
Bacteriën behoren tot de prokaryoten.
Ze hebben dus geen kernmembraan.
Het verschil tussen prokaryote en
eukaryote cellen is de organisatie in
de cel. In eukaryote cellen zitten veel
organellen die door membranen
worden begrensd, prokaryoten
hebben zulke organellen niet, het
celmembraan is hun enige
membraan. Een prokaryote cel heeft
ook een celwand, een eukaryoot niet.
Bacteriën kun je identificeren door
gramkleuring. Er zijn grampositieve
bacteriën (paars) en gram negatieve
bacteriën (roze).
Grampositief heeft een dikke
peptidoglycan laag op het
cytoplasmamembraan. Gramnegatief
heeft tussen het
cytoplasmamembraan en buitenste
membraan een periplasmatische
ruimte met daarin een dunne
peptidoglycan laag.
Virussen
, Hebben een erg eenvoudige structuur. Ze bezitten DNA of RNA, nooit beide. Ze
bezitten geen organellen en zijn afhankelijk van de gastheercel die het virus
vermenigvuldigt.
Sommige virussen hebben een envelop (met spikes).
Bloed
Samenstelling van het bloed
Bloed heeft de volgende samenstelling:
- bloedplasma, heldere lichtgele vloeistof met de volgende samenstelling:
* water
* plasma-eiwitten
-albumine
-globulinen (alfa-, bèta-, gamma-globulinen)
-fibrinogeen
* zouten (ionen)
* voedingsstoffen (als glucose, aminozuren etc.)
* hormonen
* afvalstoffen (ureum, CO2 etc.)
- bloedcellen
* erytrocyten (rode bloedcellen)
* leukocyten (witte bloedcellen)
- granulocyten
- lymfocyten
- monocyten
* trombocyten (bloedplaatjes)
Functies van het bloed
De drie hoofdfuncties zijn:
-transport van o.a. gassen O2 en CO2 in opgeloste vorm, voedingsstoffen,
hormonen etc. Ook warmte wordt vervoerd.
-handhaven van een constant inwendig milieu ten aanzien van o.a. osmotische
waarde, pH en colloïd-osmotische druk.
-beschermende functie, bescherming tegen ziekteverwekkers en andere
lichaamsvreemde stoffen. Bescherming is ook in de vorm van bloed stelpen/laten
stollen.
Bloedplasma
Serum is bloedplasma zonder stollingseiwitten en fibrinogeen.
Hematocrietwaarde (Ht) is het deel van het bloedvolume dat in beslag wordt
genomen door de bloedcellen (uitgedrukt in L/L), gemiddeld is dit 0.45 L cellen
per liter bloed. Hematocrietwaarde wordt voornamelijk bepaald door rode
bloedcellen. Bij vochtverlies ligt de Ht waarde veel hoger.
Functie plasma-eiwitten:
- handhaving van de COD (colloïd osmotische druk)
- transportmiddel van o.a. lipiden, niet-wateroplosbare hormonen en ijzer.
Daarnaast zorg albumine voor het vervoer van galkleurstoffen, niet-
wateroplosbare geneesmiddelen.
- antilichamen: gammaglobulinen
- stollingsfactoren
- enzymen
Circulatie
Hier wordt verteld over de samenstelling en transport van bloed, weefselvocht en
lymfe. Door circulatie blijft de samenstelling van het inwendig milieu constant
(homeostase). Ook worden afvalproducten afgevoerd door circulatie. En circulatie
zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de warmte over het lichaam.
Ribosomen + +
Bacteriën
Bacteriën behoren tot de prokaryoten.
Ze hebben dus geen kernmembraan.
Het verschil tussen prokaryote en
eukaryote cellen is de organisatie in
de cel. In eukaryote cellen zitten veel
organellen die door membranen
worden begrensd, prokaryoten
hebben zulke organellen niet, het
celmembraan is hun enige
membraan. Een prokaryote cel heeft
ook een celwand, een eukaryoot niet.
Bacteriën kun je identificeren door
gramkleuring. Er zijn grampositieve
bacteriën (paars) en gram negatieve
bacteriën (roze).
Grampositief heeft een dikke
peptidoglycan laag op het
cytoplasmamembraan. Gramnegatief
heeft tussen het
cytoplasmamembraan en buitenste
membraan een periplasmatische
ruimte met daarin een dunne
peptidoglycan laag.
Virussen
, Hebben een erg eenvoudige structuur. Ze bezitten DNA of RNA, nooit beide. Ze
bezitten geen organellen en zijn afhankelijk van de gastheercel die het virus
vermenigvuldigt.
Sommige virussen hebben een envelop (met spikes).
Bloed
Samenstelling van het bloed
Bloed heeft de volgende samenstelling:
- bloedplasma, heldere lichtgele vloeistof met de volgende samenstelling:
* water
* plasma-eiwitten
-albumine
-globulinen (alfa-, bèta-, gamma-globulinen)
-fibrinogeen
* zouten (ionen)
* voedingsstoffen (als glucose, aminozuren etc.)
* hormonen
* afvalstoffen (ureum, CO2 etc.)
- bloedcellen
* erytrocyten (rode bloedcellen)
* leukocyten (witte bloedcellen)
- granulocyten
- lymfocyten
- monocyten
* trombocyten (bloedplaatjes)
Functies van het bloed
De drie hoofdfuncties zijn:
-transport van o.a. gassen O2 en CO2 in opgeloste vorm, voedingsstoffen,
hormonen etc. Ook warmte wordt vervoerd.
-handhaven van een constant inwendig milieu ten aanzien van o.a. osmotische
waarde, pH en colloïd-osmotische druk.
-beschermende functie, bescherming tegen ziekteverwekkers en andere
lichaamsvreemde stoffen. Bescherming is ook in de vorm van bloed stelpen/laten
stollen.
Bloedplasma
Serum is bloedplasma zonder stollingseiwitten en fibrinogeen.
Hematocrietwaarde (Ht) is het deel van het bloedvolume dat in beslag wordt
genomen door de bloedcellen (uitgedrukt in L/L), gemiddeld is dit 0.45 L cellen
per liter bloed. Hematocrietwaarde wordt voornamelijk bepaald door rode
bloedcellen. Bij vochtverlies ligt de Ht waarde veel hoger.
Functie plasma-eiwitten:
- handhaving van de COD (colloïd osmotische druk)
- transportmiddel van o.a. lipiden, niet-wateroplosbare hormonen en ijzer.
Daarnaast zorg albumine voor het vervoer van galkleurstoffen, niet-
wateroplosbare geneesmiddelen.
- antilichamen: gammaglobulinen
- stollingsfactoren
- enzymen