LEERDOELEN PRIVAATRECHT
WEEK 1 TM 6
,Inhoudsopgave
LEERDOELEN......................................................................................3
PRIVAATRECHT WEEK 1............................................................................................. 3
PRIVAATRECHT WEEK 2............................................................................................. 5
PRIVAATRECHT WEEK 3............................................................................................. 6
PRIVAATRECHT WEEK 4............................................................................................. 8
PRIVAATRECHT WEEK 5............................................................................................. 9
PRIVAATRECHT WEEK 6........................................................................................... 10
, Leerdoelen
Privaatrecht week 1
Je weet de plaats van het verbintenissenrecht in je wetboek te
vinden.
Boek 6: algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht.
Je weet diverse rechtsfeiten te onderscheiden en te herkennen.
Zie: rechtsfeitenschema
Je weet de diverse soorten rechtshandelingen te onderscheiden en
te benoemen.
Het begrip ‘rechtshandeling’ wordt gedefinieerd in artikel 3:33 BW. Je hebt
eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen. Eenzijdige rechtshandelingen
kunnen gericht of ongericht zijn. Voorbeelden van een gerichte eenzijdige
rechtshandeling zijn een huur- of arbeidsovereenkomst of een
abonnement. Een ongerichte eenzijdige rechtshandeling wordt niet jegens
een specifieke andere persoon gedaan, zoals het maken van een
testament. Daarnaast heb je meerzijdige rechtshandelingen. Meerzijdige
rechtshandelingen bestaan uit overeenkomsten. Deze kunnen, maar
hoeven niet, verbintenis scheppend te zijn. Een huwelijk is bijvoorbeeld
een overeenkomst, maar er ontstaan niet rechtstreeks een verbintenis.
Verbintenisscheppende (obligatoire) overeenkomsten, zijn overeenkomsten
waaruit verbintenissen voortvloeien. Je hebt dan meerzijdige (wederkerige)
overeenkomsten, zoals een koopovereenkomst en enkelzijdige (niet-
wederkerige) overeenkomsten zoals een schenkingsovereenkomst. Zie
nogmaals het rechtsfeitenschema.
WEEK 1 TM 6
,Inhoudsopgave
LEERDOELEN......................................................................................3
PRIVAATRECHT WEEK 1............................................................................................. 3
PRIVAATRECHT WEEK 2............................................................................................. 5
PRIVAATRECHT WEEK 3............................................................................................. 6
PRIVAATRECHT WEEK 4............................................................................................. 8
PRIVAATRECHT WEEK 5............................................................................................. 9
PRIVAATRECHT WEEK 6........................................................................................... 10
, Leerdoelen
Privaatrecht week 1
Je weet de plaats van het verbintenissenrecht in je wetboek te
vinden.
Boek 6: algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht.
Je weet diverse rechtsfeiten te onderscheiden en te herkennen.
Zie: rechtsfeitenschema
Je weet de diverse soorten rechtshandelingen te onderscheiden en
te benoemen.
Het begrip ‘rechtshandeling’ wordt gedefinieerd in artikel 3:33 BW. Je hebt
eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen. Eenzijdige rechtshandelingen
kunnen gericht of ongericht zijn. Voorbeelden van een gerichte eenzijdige
rechtshandeling zijn een huur- of arbeidsovereenkomst of een
abonnement. Een ongerichte eenzijdige rechtshandeling wordt niet jegens
een specifieke andere persoon gedaan, zoals het maken van een
testament. Daarnaast heb je meerzijdige rechtshandelingen. Meerzijdige
rechtshandelingen bestaan uit overeenkomsten. Deze kunnen, maar
hoeven niet, verbintenis scheppend te zijn. Een huwelijk is bijvoorbeeld
een overeenkomst, maar er ontstaan niet rechtstreeks een verbintenis.
Verbintenisscheppende (obligatoire) overeenkomsten, zijn overeenkomsten
waaruit verbintenissen voortvloeien. Je hebt dan meerzijdige (wederkerige)
overeenkomsten, zoals een koopovereenkomst en enkelzijdige (niet-
wederkerige) overeenkomsten zoals een schenkingsovereenkomst. Zie
nogmaals het rechtsfeitenschema.