Korte inhoud:
• Risk Management, risicomanagement of risicobeheer: het uitsluiten of zoveel
mogelijk beperken van schade en verlies – en het leed dat hierdoor wordt
veroorzaakt – als gevolg van waargenomen risico’s
• Uitgangspunt: risicobeheer in de publieke ruimte van steden (verg. thema)
• IGOM-perspectief (individu, groep, organisaties en politiek of maatschappelijk
systeem)
• Onderwerpen: risicoanalyse in de veiligheidsketen, risico’s in het publieke
domein,‘urban risk management’, en de schaal waarop risico’s nog beheersbaar
(kunnen) zijn. Daarnaast is er aandacht voor de (neven-)effecten van
veiligheidsbeleid (risicoregelreflex).
Risico: Veiligheid: de effectieve bescherming van mensen tegen persoonlijk leed; tegen
aantasting van hun fysieke en lichamelijk integriteit. Risico is een kans op aantasting van
veiligheid, dus op persoonlijk leed. Het gaat ook over het effect. R(isico) = K(ans) x E(effect)
Veiligheidsrisico: de kans op een gebeurtenis die de veiligheid bedreigt (p) vermenigvuldigd
met de omvang van de schadelijke effecten die daarvan het gevolg zijn (E):
Risicobeheer: Het uitsluiten of zoveel mogelijk beperken van schade en verlies als gevolg van
waargenomen risico’s. Gebeurt op volgorde van: Doelstelling, identificatie, effectschatting,
beoordeling, beheersing, monitoring/evaluatie (risicobeheercyclus).
Risicoanalyse: Een methode om te bepalen tegen welke bedreigingen maatregelen nodig
zijn. Bijv. Risicoscenario’s
Risicocommunicatie: Communicatie over risico’s waaraan mensen blootstaan voordat zich
een calamiteit voordoet, waarbij de overheid meestal aangeeft wat burgers ingeval van een
calamiteit geacht worden te doen.
Risicocontouren: Denkbeeldige cirkels rondom een
object, waarbinnen in geval van een calamiteit de
bevolking ongewenste risico’s loopt.
Risicofactor: Factor die de kans op, bijvoorbeeld,
crimineel gedrag vergroot, of, bijvoorbeeld, de kans
op gezondheidsschade vergroot,
Meer in het algemeen: een factor die de kans op persoonlijk leed vergroot.
Restrisico: Risico’s die men kan vermoeden, maar waartegen redelijkerwijs geen afdoende
maatregelen kunnen worden genomen.
Risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE): Het in kaart brengen (inventariseren) en daarna
wegen (evalueren) van risicovolle situaties in een bedrijf.
, Les 2:
Igom (individu, groep, organisatie, maatschappij) -perspectief. Niveaus waarop je risico’s
waar kunt nemen.
• IGOM: individu
o Burger
Risico’s in publieke domein
Sociale en fysieke veiligheid (integraal), externe veiligheid
Rechtsbescherming (publiek recht)
o Consument
Veiligheid van producten en diensten
Ketenveiligheid (bv. voedselketen)
Verzekeringen en aansprakelijkheid
Rechtsbescherming (privaat recht)
o Werknemer
Risico’s in arbeidssituaties: arbeidsveiligheid
o Model van de rationele actor (of calculerende burger)
• IGOM: groep
o Teams in organisaties
o Actiegroepen en burgerinitiatieven (bv. Groningen)
o Groepsdruk en groepsdunk
• IGOM: organisatie
o Intra-organisatie: risicomanagement in een bedrijf
Bv. ISO 31000
o Inter-organisatie: netwerken en ketens van organisaties
Risicobeheer tussen organisaties in de veiligheidsketen
Risico’s van gemeenschappelijke projecten of programma’s
(samenwerking): kwaliteit, tijd en geld
• IGOM: maatschappij
o Risicomaatschappij
o Sociale rechtsstaat
o Netwerkmaatschappij en netwerkstaat
o Veiligheidsstaat
Frankrijk (noodtoestand)
Maatschappelijk perspectief (Wat is een risicomaatschappij?):
Een samenleving waarin technologische ontwikkelingen onbeheersbare risico’s met zich
meebrengen en waarin pogingen om deze risico’s te reduceren de overhand hebben
genomen in maatschappelijke ordeningsprocessen.