Natuurlijke materialen kun je in de natuur vinden, bijv. been, hout en steen.
Grondstoffen heb je nodig om materialen te maken die je niet in de natuur kunt
vinden.
Synthetische materialen ontstaat via chemische processen uit grondstoffen.
Kunststoffen (plastics) vind je bijna overal: kleding, voertuigen, elektronica,
keukenmateriaal. Kunstof wordt meestal gesynthetiseerd uit de grondstof aardolie.
Steeds vaker worden biologische grondstoffen gebruikt. Biologische grondstoffen zijn
hernieuwbare grondstoffen.
Materiaaleigenschappen:
- Dichtheid
- Elasticiteit
- Elektrische geleidbaarheid
- Hardheid
- Hydrofiel (absorbeert water + laat toe) / hydrofoob (waterafstotend)
- Kookpunt/smeltpunt
- Oplosbaarheid
- Warmtegeleiding
Een materiaal dat is samengesteld uit een mix van verschillende materialen om
betere materiaaleigenschappen te krijgen, heet een composiet.
, 1.2 Het deeltjesmodel
Het deeltjesmodel is een model dat ervan uitgaat dat alle stoffen zijn opgebouwd uit
een bepaald type kleinste deeltjes die met het blote oog onzichtbaar zijn. Deze
deeltjes bepalen de eigenschappen van de stof. De meeste stoffen zijn moleculair:
de kleinste deeltjes waaruit ze bestaan heten moleculen.
Het eenvoudigste deeltjesmodel ziet er als volgt uit:
- Elke stof is opgebouwd uit heel veel moleculen.
- Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen. Moleculen hebben een massa en
een vorm.
- Moleculen bewegen voortdurend en hebben daardoor een bepaalde
hoeveelheid bewegingsenergie. Deze bewegingsenergie bepaalt de
temperatuur van een stof. Als de moleculen heftiger bewegen, stijgt de
temperatuur.
- Moleculen trekken elkaar aan. Hoe dichter de moleculen bij elkaar zitten, hoe
sterker de aantrekkingskracht.
- Tussen moleculen zit afstand. De ruimte tussen de moleculen is afhankelijk
van de fase waarin de stof zich bevindt. Als een stof vast en vloeibaar is,
zitten de moleculen dicht tegen elkaar aan, in de gasfase zijn ze los van
elkaar en relatief ver van elkaar verwijderd.
Een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid = een model.
Het niveau van alles wat je waarneemt, is macroniveau
Het niveau van moleculen, is microniveau
Fase:
- Vast: De moleculen trekken elkaar zo stevig aan dat ze dicht op elkaar zitten en
niet van plaats kunnen wisselen.
- Vloeibaar: De moleculen trekken elkaar stevig aan zodat ze dicht bij elkaar zitten,
maar ze kunnen wel van plaats wisselen. De moleculen bewegen daardoor
voortdurend dicht langs elkaar heen.
- Gas: De aantrekkingskracht tussen de moleculen is te klein om ze bij elkaar te
houden. De moleculen zijn gelijkmatig verspreid over de beschikbare ruimte en
bewegen alle kanten op. Er is veel lege ruimte tussen de moleculen.
Tijdens het koken en smelten van water verandert de temperatuur niet, daarvoor en
daarna wel. Dat komt omdat tijdens het smelten en koken energie wordt gebruikt om
de moleculen los te halen.