Opvoeding is een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is steun en
richting te geven aan het proces van volwassenwording.
Opvoeding is gebaseerd op de verantwoordelijkheid die concrete ouders of verzorgers, dan wel de samenleving
tot wie de betrokken jeugdigen behoren, dragen voor het welzijn van anderen toevertrouwde kinderen en
jeugdigen. Allemaal bepaald door de culturele context van de bettreffende samenleving.
Opvoedersbeelden volgens Malschaert en Traas – verschillende opvoeders met verschillende doelen
1. Timmerman – aanpassing
2. Tuinman – ontplooiing
Historie – Cultuur = cultuur historisch context 1.7
Doelstellingen
Middelen
Voorwaarden
Omstandigheden
‘Is opvoeding nodig?’ wordt de vraag ‘kunnen we ons aan opvoeding onttrekken?’
‘Verschil: verzorging en opvoeding… ja / nee?’
Conclusie = een kind is op opvoeding aangewezen
Maatschappelijke context
Opvoeding is een kwestie van de héle gemeenschap, opvoeding is een politiek item. Iedereen moet meewerken
aan deze pedagogische verantwoordelijkheid. Zoals ingrijpen bij kinderporno, kinderarbeid, leerplicht. De
overheid speelt dus een grote en bepalende rol.
Het gezin – veranderingen > structuur
De school – neemt steeds meer opvoedingstaken vd ouders over – leerstof en leerprestaties hebben
op zich een opvoedende functie
De buurt, de leeftijdsgroep – ieder een vormt elk ander – peergroup / jeugdcultuur
Opvoedingsdoelen
Verschillen in mate van bewustheid. Kenmerken van opvoeding:
Opvoeding is intentioneel >>> de opvoeder wil er iets mee bereiken
Iedere opvoeding heeft doelstellingen
Hoofdregel: Kinderen leren zich in de maatschappij te handhaven
Zij leren verantwoordelijkheid te dragen voor hun doen en laten
Zij leren zichzelf te ontplooien, hun mogelijkheden en kwaliteiten te ontwikkelen
Zij ontwikkelen een eigen identiteit
Verschillen in opvoeders: sommigen zullen de nadruk leggen op aanpassing en solidariteit, anderen op
meer vrije en individuele ontplooiing
Opvoedingsvoorwaarden
= omstandigheden of condities, die door de opvoeders worden geschapen om de opvoeding mogelijk te maken
= als deze voorwaarden worden gebruikt om bepaalde opvoedingsdoelen te bereiken = opvoedingsmiddelen,
zie verder hieronder >>> voorwaarden als:
1. Opvoedingsrelatie
, 2. Veiligheid
3. Uitdaging
4. Echtheid of authenticiteit
Opvoedingsmiddelen
Grens tussen middelen en voorwaarden niet bepaald waterdicht (geen verschil, in CH opvoedingsmiddelen =
opvoedingsvoorwaarden)
Voorbeeld: Vakantiereizen worden opvoedingsmiddelen als de opvoeders die inzetten om het kind een betere
kennis van en tolerantie voor andere culturen bij te brengen
‘’Niet opvoeden’’ en ‘’vriendschappelijk met hun kinderen omgaan’’ is juist opvoeden
Conclusie: Onze samenleving / Onze cultuur
Individualiteit en autonomie
Religie/Geloof bepaalt minder dan bij andere culturen, ons gedrag
Aanpassen voor allochtone gezinnen aan de westerse/Nederlandse situatie is vaak lastiger
Hoorcollege 1
PF1.1 Opvoeden in het Gezin, vak: Pedagogiek
Ch1 (Conceptueel hoorcollege 1)
Wat is goed opvoeden?
Het model van de 3 niveaus – praktijk – visie – wetenschappelijke theorie / 123
Hoofdvraag: Wat is goed opvoeden?
Jij wilt (een goede) hbo-pedagoog worden, een professional neemt honderden beslissingen per dag, die vaak
bepalend zijn voor kinderen / jongeren.
Is jouw handelen goed?
Hoe verantwoord je je handelen?
1. Goed waarnemen – aanvoelen
1a. waarnemen: zien/horen
Klein mens: die doet en beleeft
Omgeving: ruimte en materiaal
Andere mensen: die doen en zeggen
(grote en kleine)
Interacties en invloeden
1b. aanvoelen: inleven
Kinderlijke belevingswereld
Gevoelens / emoties
Gedachten (over de wereld, mensen, zichzelf)
Wil, wensen, strevingen
, 2. Visies afwegen
Denk na over / Reflecteer op de opvattingen van opvoeders:
ouders, professionals, markante pedagogen, jijzelf
Model Pedagogische Visie: hot saucing
Hoofdvraag: ’hoe reageren de omstanders?’
Moeder …
Ziet het kind als: incompetent en vormbaar
Ziet zichzelf als: dresseur = bepaler
Wil bereiken: aangepast ‘net’ persoon
Doet dat door: toespreken (bestraffende toon), hot-saucing, in de hoek
Verschillende elementen:
Kindbeeld
Opvoedersbeeld (mening moeder)
Opvoedingsdoelen (‘net’ en ‘verantwoord’)
Opvoedingsmiddelen (woorden en daden)
Visie van (veel) hedendaagse moeders/leidsters
Kindbeeld jongen = meisje (geen verschil, wij maken ze anders)
Opvoedersbeeld beschermer (tegen slechte invloeden)
Opvoedingsdoelen vreedzame man
Opvoedingsmiddelen geweld verbieden / afschermen en gender-neutraal
speelgoed
‘’Niet alleen rekening houden met de karaktereigenschappen maar ook op de jongenseigenschappen.’’ – dr.
Angela Crott
Kindbeeld jongen = wild, lui en agressief
Opvoedersbeeld terughoudend = ruimtebieder (x onderdrukker)
Opvoedingsdoelen ontspannen man (zonder frustraties)
Opvoedingsmiddelen ruimte geven
‘’Jongens zijn anders dan meisjes.’’ – Tjibbe Veldkamp –
Kindbeeld jongen = ruiger en beïnvloedbaar: stoerdere verhalen
Opvoedersbeeld sensitieve aanbieder
Opvoedingsdoelen man die leest
Opvoedingsmiddelen echte jongensboeken
‘de mooiste’ ‘best bewapende’ vis
Terug naar Casus A: Sjors – visies afwegen ‘wat is goed, wat willen we bereiken?’
3. Wetenschap benutten
Verdiep je in wetenschappelijke theorieën – Welke inzichten bieden onderzoekers:
Psychologie
Sociologie
Filosofie / Ethiek