Nederlands leerstof toets H1/2 Grammatica en Spelling
Samengestelde zinnen
= Een zin met meer dan 1 pv. Vaak staat tussen de 2 delen een komma of een voegwoord
(allebei kan ook), maar dat hoeft niet. Een samengestelde zin heeft dus ook twee gezegdes.
Hoofdzin = Het onderwerp of de persoonsvorm staat op de 1ste of 2de plaats. Het
onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar.
Bijzin = het onderwerp en persoonsvorm staan niet naast elkaar of je kunt ze van elkaar
scheiden. Een bijzin kan nooit alleen voorkomen.
2 soorten samengestelde zinnen:
Nevenschikkend samengestelde zin = staan 2 hoofdzinnen.
En, wat, maar, of.
Hij houdt sowieso van tekenen, maar het liefst tekent hij strips.
Onderschikkend samengestelde zin =
1 hoofdzin en 1 bijzin.
De persoonsvorm staat op de (een na) laatste plek.
Doordat, zodat, nadat, omdat, totdat, voordat, aangezien, als, daarom, dan, hoewel,
indien, mits, tenzij, terwijl, toen, ofschoon, zodra.
Toen hij nog klein was, begon hij al strips te tekenen.
Samentrekking
= Een of enkele woorden die al eerder genoemd zijn, worden niet herhaald.
Je kunt er ook weer een gewone, onverkorte zin van maken. Vaak gebeurd dit bij
nevenschikkende samengestelde zinnen.
Alleen correct als: het weggelaten woord(en) dezelfde betekenis, vorm of grammaticale
functie hebben als de eerder genoemde woorden.
Ontleden
Samengestelde zin
Als een samengestelde zin uit een hoofdzin en een bijzin bestaat, ontleed je de hoofdzin. De
bijzin benoem je als zinsdeel van die hoofdzin.
Samengestelde zinnen
= Een zin met meer dan 1 pv. Vaak staat tussen de 2 delen een komma of een voegwoord
(allebei kan ook), maar dat hoeft niet. Een samengestelde zin heeft dus ook twee gezegdes.
Hoofdzin = Het onderwerp of de persoonsvorm staat op de 1ste of 2de plaats. Het
onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar.
Bijzin = het onderwerp en persoonsvorm staan niet naast elkaar of je kunt ze van elkaar
scheiden. Een bijzin kan nooit alleen voorkomen.
2 soorten samengestelde zinnen:
Nevenschikkend samengestelde zin = staan 2 hoofdzinnen.
En, wat, maar, of.
Hij houdt sowieso van tekenen, maar het liefst tekent hij strips.
Onderschikkend samengestelde zin =
1 hoofdzin en 1 bijzin.
De persoonsvorm staat op de (een na) laatste plek.
Doordat, zodat, nadat, omdat, totdat, voordat, aangezien, als, daarom, dan, hoewel,
indien, mits, tenzij, terwijl, toen, ofschoon, zodra.
Toen hij nog klein was, begon hij al strips te tekenen.
Samentrekking
= Een of enkele woorden die al eerder genoemd zijn, worden niet herhaald.
Je kunt er ook weer een gewone, onverkorte zin van maken. Vaak gebeurd dit bij
nevenschikkende samengestelde zinnen.
Alleen correct als: het weggelaten woord(en) dezelfde betekenis, vorm of grammaticale
functie hebben als de eerder genoemde woorden.
Ontleden
Samengestelde zin
Als een samengestelde zin uit een hoofdzin en een bijzin bestaat, ontleed je de hoofdzin. De
bijzin benoem je als zinsdeel van die hoofdzin.