Externe beïnvloeding cel functie
Hoorcollege 1: introductie
Cellen reageren voortdurend op signalen van de buitenwereld. Zoals hormonen of licht en
temperatuur.
Thema A: endogene beïnvloeding van de cel
- soorten signaalstoffen en receptoren
- signaaltransductiepaden
Ongeveer 10-100 biljoen cellen werken samen in een lichaam en communiceren met elkaar.
Het lichaam streeft naar optimale situatie: homeostase. Doormiddel van sensoren wordt de
situatie gemeten. Het wordt dan vergeleken met een normale situatie. Processen worden
dan geactiveerd of geremd zodat normale waarde bereikt wordt.
Pancreas meet glucose concentratie. Glucostase is de regulering van de glucose concentratie
in bloed door insuline/glucagon verhouding:
Diabetes mellitus ontstaat door pancreas die geen insuline maakt, doordat de insuline
receptor ongevoelig is of dat de receptor het signaal niet goed doorgeeft.
SOTR: signaal, ontvanger (receptor), transductie (intracellulaire doorgevers), respons
, Hoorcollege 3: signaaltransductie
S – Hormonen/neurotransmitters/cytokines:
Signaal moleculen kunnen over een korte of een lange afstand werken: endocrien (via
bloed), paracrien (naar cellen in omgeving), neuronaal (via neurotransmitters in zenuwen),
contact afhankelijk (cellen moeten elkaar aanraken), autocrien (communicatie met zichzelf)
Hormonen zijn gemaakt uit:
1) vetzuren bijv. prostaglandine
2) aminozuren bijv. epinephrine (adrenaline) en norepinephrine (noradrenaline) zijn thyroïde
hormoon gemaakt uit tyrosine
3) eiwitten, klein eiwit bijv. oxytocine of ADH door peptide hormoon en groot eiwit bijv. GH
of insuline door eiwit hormonen
4) steroïde hormonen die gemaakt worden uit cholesterol bijv. testosteron of estradiol
Mannen met 5-aplha-reductase deficiency ontwikkelen zich uitwendig als vrouwen in de
baarmoeder, omdat dit nodig is om testosteron om te zetten in het hormoon wat zorgt voor
mannelijke kenmerken.
Een receptor moet selectief zijn om het vrouwelijke hormoon estradiol te kunnen
onderscheiden van het mannelijk hormoon testosteron. Een receptor moet ook sensitief zijn
voor het juiste hormoon.
O – Receptoren:
2 soorten receptoren:
- intracellulaire receptoren: nucleaire receptoren, stikstofmonoxide receptoren
- membraan receptoren: ion kanaal gekoppelde receptoren, G-protein gekoppelde
receptoren of kinase gekoppelde receptoren.
Nucleaire receptoren:
Transcriptie factor gekoppelde receptoren. Dit zijn bijvoorbeeld thyroïde of steroïde
hormonen. Een nucleair receptoreiwit bindt aan de receptor en deze bindt aan transcriptie
factoren. Er treedt een confirmatie verandering op.
Stikstofmonoxide receptoren:
= guanylaat cyclase. Actief guanylaat cyclase maakt second messenger cyclisch GMP.
Ion kanaal gekoppelde receptoren:
Een hormoon bindt aan een ion kanaal, waardoor
het open zal gaan. Wordt behandeld in thema B.
Zorgt voor een membraan potentiaal.
G-protein gekoppelde receptoren:
7 transmembraan receptoren. Grootste familie
van eiwitten met meer dan 200 isovormen voor
hormonen en ongeveer 1000 voor externe stoffen.
Wordt geactiveerd door synthetische agonisten en
wordt geremd door antagonisten. Een G-protein
Hoorcollege 1: introductie
Cellen reageren voortdurend op signalen van de buitenwereld. Zoals hormonen of licht en
temperatuur.
Thema A: endogene beïnvloeding van de cel
- soorten signaalstoffen en receptoren
- signaaltransductiepaden
Ongeveer 10-100 biljoen cellen werken samen in een lichaam en communiceren met elkaar.
Het lichaam streeft naar optimale situatie: homeostase. Doormiddel van sensoren wordt de
situatie gemeten. Het wordt dan vergeleken met een normale situatie. Processen worden
dan geactiveerd of geremd zodat normale waarde bereikt wordt.
Pancreas meet glucose concentratie. Glucostase is de regulering van de glucose concentratie
in bloed door insuline/glucagon verhouding:
Diabetes mellitus ontstaat door pancreas die geen insuline maakt, doordat de insuline
receptor ongevoelig is of dat de receptor het signaal niet goed doorgeeft.
SOTR: signaal, ontvanger (receptor), transductie (intracellulaire doorgevers), respons
, Hoorcollege 3: signaaltransductie
S – Hormonen/neurotransmitters/cytokines:
Signaal moleculen kunnen over een korte of een lange afstand werken: endocrien (via
bloed), paracrien (naar cellen in omgeving), neuronaal (via neurotransmitters in zenuwen),
contact afhankelijk (cellen moeten elkaar aanraken), autocrien (communicatie met zichzelf)
Hormonen zijn gemaakt uit:
1) vetzuren bijv. prostaglandine
2) aminozuren bijv. epinephrine (adrenaline) en norepinephrine (noradrenaline) zijn thyroïde
hormoon gemaakt uit tyrosine
3) eiwitten, klein eiwit bijv. oxytocine of ADH door peptide hormoon en groot eiwit bijv. GH
of insuline door eiwit hormonen
4) steroïde hormonen die gemaakt worden uit cholesterol bijv. testosteron of estradiol
Mannen met 5-aplha-reductase deficiency ontwikkelen zich uitwendig als vrouwen in de
baarmoeder, omdat dit nodig is om testosteron om te zetten in het hormoon wat zorgt voor
mannelijke kenmerken.
Een receptor moet selectief zijn om het vrouwelijke hormoon estradiol te kunnen
onderscheiden van het mannelijk hormoon testosteron. Een receptor moet ook sensitief zijn
voor het juiste hormoon.
O – Receptoren:
2 soorten receptoren:
- intracellulaire receptoren: nucleaire receptoren, stikstofmonoxide receptoren
- membraan receptoren: ion kanaal gekoppelde receptoren, G-protein gekoppelde
receptoren of kinase gekoppelde receptoren.
Nucleaire receptoren:
Transcriptie factor gekoppelde receptoren. Dit zijn bijvoorbeeld thyroïde of steroïde
hormonen. Een nucleair receptoreiwit bindt aan de receptor en deze bindt aan transcriptie
factoren. Er treedt een confirmatie verandering op.
Stikstofmonoxide receptoren:
= guanylaat cyclase. Actief guanylaat cyclase maakt second messenger cyclisch GMP.
Ion kanaal gekoppelde receptoren:
Een hormoon bindt aan een ion kanaal, waardoor
het open zal gaan. Wordt behandeld in thema B.
Zorgt voor een membraan potentiaal.
G-protein gekoppelde receptoren:
7 transmembraan receptoren. Grootste familie
van eiwitten met meer dan 200 isovormen voor
hormonen en ongeveer 1000 voor externe stoffen.
Wordt geactiveerd door synthetische agonisten en
wordt geremd door antagonisten. Een G-protein