Onderzoek
HC1: Kwalitatieve Methodologie &
Gezondheidsonderzoek (Ch1)
Essentie Chapter 1
1. Onderzoeksvragen komen voort uit en/of zijn gekleurd door theoretische
perspectieven
2. Bij kwalitatief onderzoek past een interpretatieve,
constructionistische benadering
3. Kenmerken
- Naturalisme
- Reflexiviteit
- Focus op betekenis en begrijpen
- Flexibele onderzoeksstrategie
Wat is Kwalitatief Onderzoek?
Onderzoek dat antwoord probeert te geven op vragen over het ‘wat’, ‘hoe’ of
‘waarom’ van een fenomeen, in plaats van vragen als ‘hoeveel’ en ‘hoe vaak’.
Complementair Kwalitatief & Kwantitatief
1. Kwalitatief vaak voorafgaand aan kwantitatief (exploreren; ontwikkeling
vragenlijsten)
2. Kwalitatief aanvullend op kwantitatief en bevestigend (beter beeld,
validerend (triangulatie))
3. Kwalitatief als kwantitatief onderzoek niet mogelijk is
- Organisatie & management
- Complex gedragingen, attitudes, interacties
Verschillen
Methode: interview/observatie experiment/survey
Vraag: Wat is X? hoeveel Xs
Redeneren: inductief deductief
Sampling methode: theoretisch statistisch
Kracht: validiteit betrouwbaarheid
Sociale wetenschappen
Kwalitatieve methoden afkomstig uit methodologische tradities van sociale
wetenschappen
Focus op gedrag in sociale, culturele en historisch context
Geaccepteerde methoden in: public health, primary care, health promotion,
nursing
Gezondheid & ziekte vanuit sociologie, antropologie & geschiedenis
geneeskunde al lang onderzocht
o Wat is gezondheidheid? Wat is ziekte? Wat betekent het om ziek te zijn?
Theoretische perspectieven (door welke ‘bril’ kijk jij?/’framing’)
, Welke ‘bril’ kleurde het onderzoek naar ‘gezondheid’ in de 20 ste eeuw?
Begin 20ste eeuw: standaard met was tot dan ‘mortaliteit’
ste
Midden 20 eeuw: focus kwam meer te liggen op ‘morbiditeit’
Laat 20ste eeuw: focus en verschuiving van ADL > QoL > Ind. QoL
(zelfrapportage)
Verschuiving plaats in het perspectief op het ‘individu’
Passieve individu: Stressor/drug individu
Interactieve individu: Stressor/drug individu
Intra-actieve individu (reflexiviteit): Stressor/drug individu
zelfzelf
Voorbeeld: het (over)etende individu
o Interactieve eter: meer gevoelig voor externe stimuli?
o Intra-actieve eter: gebrek aan zelfcontrole?
Onderzoeksvragen komen voort uit en/of zijn gekleurd door theoretische
perspectieven
Macro & middle-range theory
o Onbewuste aannames over de wereld/framing: arts-patiëntrelatie of
ziektegedrag
o Bewust gebruik theorie ter ‘inspiratie’ (sensitizing concepts)
Ondersteunend bij ontwikkelen onderzoeksdesign, etc.
Verschillende theorieën > verschillende brillen
Hoe komen we aan kennis?
In kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Constructie van theoretische concepten door inductie
Validering en operationalisering aan theoretisch concept door
deductie
De epistemologische bril
Positivisme / realisme
o Veronderstelling: werkelijkheid is stabiel en kan gekend worden
Potentieel 1 goede verklaring
Onderzoek met nadruk op dat wat geobserveerd kan worden
Één beste methode om dit onderzoek te doen
o Veronderstelling: hoe meer kennis beter begrip ziekte & gezondheid
o Veronderstelling: waardenvrij (objectief, rationeel en neutraal) (geen
theoretische bril)
o Passend bij natuurwetenschappen, niet goed bij sociale wetenschappen
Interpretatieve benaderingen
o Gericht op het begrijpen hoe mensen de werkelijkheid interpreteren.
Fenomenologie (Edmund Husserl)
Essentie ontdekken van
o Individuele geleefde ervaring van een bepaald fenomeen
o Betekenis sociale verschijnselen