Versatest: esophagus and stomach
Het proces van het maagdarmkanaal begint in de mond met het toevoegen van speeksel en
het kauwen. Bij inslikken komt het voedsel in de slokdarm en wordt getransporteerd door
peristaltiek en komt in de maag. De maag mengt het voedsel en de chemische afbraak
begint. -> afgifte van zuren, enzymen en galzouten door spijsverteringskanaal en
hulporganen in het lumen.
Absorptie begint in de dunne darm en gaat door in de dikke darm. -> verplaatsing van kleine
organische moleculen, elektrolyten, vitamines en water door het spijsverteringsepitheel
naar het bloed en de lymfe. De laatste stap is de ontlasting, verwijderen van afvalstoffen.
Weefsellagen in deel
spijsverteringskanaal (slokdarm tot dikke
darm)
De binnenste laag is het slijmvlies/mucosa. Bestaat uit het epitheel en de lamina propria.
Muscularis mucosae is een gladde spierlaag die deel uitmaakt van de mucosa.
Submucosa, net buiten het slijmvlies, bestaat uit los bindweefsel en bloedvaten, klieren,
lymfoïde follikels, zenuwvezels en ganglioncellen.
Muscularis externa heeft 2/3 lagen spiercellen met wisselende oriëntatie (circulair/longitudinaal/schuin) en is
verantwoordelijk voor de peristaltiek. Ganglia tussen de spierlagen zijn nodig voor de innervatie van de darm.
De buitenste beschermende laag wordt afhankelijk van de positie in het spijsverteringsstelsel gevormd door de serosa of
adventitia.
Serosa: als de darmwand vrij en beweeglijk is. Bestaat uit bindweefsel/vetweefsel bedekt met een epitheellaag=
mesothelium.
Adventitia: los bindweefsel. In delen van de darm die verbonden zijn met andere structuren, zoals de slokdarm,
twaalfvingerige darm en delen van de dikke darm.
De esophagus/slokdarm is een gespierde buis. Wanneer het niet betrokken is bij de voortstuwing van voedsel, bevindt het
zich in een ingeklapte toestand. In het bovenste derde deel van de slokdarm passeert voedsel door te slikken (vrijwillig
proces). Verder naar beneden beweegt het voedsel naar beneden door onvrijwillige peristaltiek. De samentrekking van
longitudinale spiercellen veroorzaakt voortstuwing, terwijl samentrekking van de circulaire gladde spier de doorgang
vernauwt.
De contractie en ontspanning veroorzaakt een gold die het voedsel naar de maag brengt. Vlak voor de golf het einde van de
slokdarm bereikt, ontspant de onderste slokdarmsfincter reflexmatig om voedsel in de maag te laten komen.
Histologie slokdarm
1) Niet verhoornend plaveiselepitheel
2) Lamina propria
3) Muscularis mucosae
, Deze 3 lagen vormen het slijmvlies/mucosa wat de slokdarm mechanisch sterk maakt.
In de submucosa zijn verspreide kleine slijm producerende klieren te vinden. Deze scheiden slijm af dat het
oppervlakte epitheel smeert voor de doorgang van voedsel.
De buitenste spierlaag, de muscularis
externa bestaat uit twee lagen:
- Binnenste laag= cirkelvormig georiënteerd en dient om slokdarmlumen te vernauwen
- Buitenste laag= longitudinaal georiënteerde spiercellen. Deze laag regelt de lengte
van de slokdarm.
Het doorslikken van voedsel staat onder vrijwillige controle van dwarsgestreepte spieren.
In het bovenste derde deel van de slokdarm bevat de muscularis externa alleen
dwarsgestreept spierweefsel. In het middelste derde deel bevindt zich zowel
dwarsgestreept als glad spierweefsel. In het onderste derde deel komt alleen glad
spierweefsel voor. Vanaf dit deel gebeurt de beweging van voedselinhoud onvrijwillig.
Gestreept skeletspierweefsel wordt pas in de anale sluitspier teruggevonden.
Je ziet enkele venulen, arteriolen, lymfoïde infiltraten en de meyenterische plexus die de
muscularis externa innerveert. De lege plekken in de afbeelding zijn artefacten: plaatsen waar de weefsel laag is
beschadigd of losraakt van de aangrenzende laag
tijdens weefselverwerking.
Figuur 4 lymfoïde infiltraten
Figuur 3 Venulen en arteriolen
Figuur 1 circulair spiercellen Figuur 5 longitudinaal spiercellen
Figuur 2 meyenterische plexus
Het proces van het maagdarmkanaal begint in de mond met het toevoegen van speeksel en
het kauwen. Bij inslikken komt het voedsel in de slokdarm en wordt getransporteerd door
peristaltiek en komt in de maag. De maag mengt het voedsel en de chemische afbraak
begint. -> afgifte van zuren, enzymen en galzouten door spijsverteringskanaal en
hulporganen in het lumen.
Absorptie begint in de dunne darm en gaat door in de dikke darm. -> verplaatsing van kleine
organische moleculen, elektrolyten, vitamines en water door het spijsverteringsepitheel
naar het bloed en de lymfe. De laatste stap is de ontlasting, verwijderen van afvalstoffen.
Weefsellagen in deel
spijsverteringskanaal (slokdarm tot dikke
darm)
De binnenste laag is het slijmvlies/mucosa. Bestaat uit het epitheel en de lamina propria.
Muscularis mucosae is een gladde spierlaag die deel uitmaakt van de mucosa.
Submucosa, net buiten het slijmvlies, bestaat uit los bindweefsel en bloedvaten, klieren,
lymfoïde follikels, zenuwvezels en ganglioncellen.
Muscularis externa heeft 2/3 lagen spiercellen met wisselende oriëntatie (circulair/longitudinaal/schuin) en is
verantwoordelijk voor de peristaltiek. Ganglia tussen de spierlagen zijn nodig voor de innervatie van de darm.
De buitenste beschermende laag wordt afhankelijk van de positie in het spijsverteringsstelsel gevormd door de serosa of
adventitia.
Serosa: als de darmwand vrij en beweeglijk is. Bestaat uit bindweefsel/vetweefsel bedekt met een epitheellaag=
mesothelium.
Adventitia: los bindweefsel. In delen van de darm die verbonden zijn met andere structuren, zoals de slokdarm,
twaalfvingerige darm en delen van de dikke darm.
De esophagus/slokdarm is een gespierde buis. Wanneer het niet betrokken is bij de voortstuwing van voedsel, bevindt het
zich in een ingeklapte toestand. In het bovenste derde deel van de slokdarm passeert voedsel door te slikken (vrijwillig
proces). Verder naar beneden beweegt het voedsel naar beneden door onvrijwillige peristaltiek. De samentrekking van
longitudinale spiercellen veroorzaakt voortstuwing, terwijl samentrekking van de circulaire gladde spier de doorgang
vernauwt.
De contractie en ontspanning veroorzaakt een gold die het voedsel naar de maag brengt. Vlak voor de golf het einde van de
slokdarm bereikt, ontspant de onderste slokdarmsfincter reflexmatig om voedsel in de maag te laten komen.
Histologie slokdarm
1) Niet verhoornend plaveiselepitheel
2) Lamina propria
3) Muscularis mucosae
, Deze 3 lagen vormen het slijmvlies/mucosa wat de slokdarm mechanisch sterk maakt.
In de submucosa zijn verspreide kleine slijm producerende klieren te vinden. Deze scheiden slijm af dat het
oppervlakte epitheel smeert voor de doorgang van voedsel.
De buitenste spierlaag, de muscularis
externa bestaat uit twee lagen:
- Binnenste laag= cirkelvormig georiënteerd en dient om slokdarmlumen te vernauwen
- Buitenste laag= longitudinaal georiënteerde spiercellen. Deze laag regelt de lengte
van de slokdarm.
Het doorslikken van voedsel staat onder vrijwillige controle van dwarsgestreepte spieren.
In het bovenste derde deel van de slokdarm bevat de muscularis externa alleen
dwarsgestreept spierweefsel. In het middelste derde deel bevindt zich zowel
dwarsgestreept als glad spierweefsel. In het onderste derde deel komt alleen glad
spierweefsel voor. Vanaf dit deel gebeurt de beweging van voedselinhoud onvrijwillig.
Gestreept skeletspierweefsel wordt pas in de anale sluitspier teruggevonden.
Je ziet enkele venulen, arteriolen, lymfoïde infiltraten en de meyenterische plexus die de
muscularis externa innerveert. De lege plekken in de afbeelding zijn artefacten: plaatsen waar de weefsel laag is
beschadigd of losraakt van de aangrenzende laag
tijdens weefselverwerking.
Figuur 4 lymfoïde infiltraten
Figuur 3 Venulen en arteriolen
Figuur 1 circulair spiercellen Figuur 5 longitudinaal spiercellen
Figuur 2 meyenterische plexus