persoonlijkheidsontwikkeling in de adolescentie
16.1 Identiteit: een antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’
In de adolescentie zijn de vragen ‘wie ben ik?’ en ‘waar hoor ik?’ heel
voorkomend. Deze vragen worden belangrijk omdat de adolescent volwassen
wordt en leert zich een plek te veroveren in de maatschappij. De identiteit van
een adolescent wordt belangrijk voor individu maar ook de uitstraling naar
anderen toen.
Adolescenten gaan zich omschrijven aan de hand van hun eigen perceptie en die
van anderen. Adolescenten gaan zichzelf op een meer gestructureerde en
samenhangende manier zien, en ze zien verschillende aspecten van hun ik
tegelijkertijd. Zo heeft een adolescent een fysiek zelfbeeld (‘ik kan goed
tekenen’), een sociaal zelfbeeld (‘ik heb weinig vrienden’) en een
schoolgebonden zelfbeeld (‘ik haal goede cijfers’). Bovendien veranderen
zelfbeschrijvingen in de loop van de ontwikkeling. Het gaat van fysieke en
activiteitengebonden kenmerken bij het jonge kind naar sociale en
psychologische kenmerken in de adolescentie.
Het zelfbeeld verandert tijdens de adolescentie, aan het einde leggen tieners zich
neer bij het feit dat verschillende situaties verschillend gedrag en gevoelens
oproepen en dat ze niet altijd zo kunnen zijn zoals zij willen zijn.
Adolescenten begrijpen steeds meer wie ze zijn, maar het accepteren van
zichzelf is niet altijd vanzelfsprekend. Vooral in de vroege adolescentie is de
eigenwaarde van meisjes lager en kwetsbaarder dan die van jongens. Dit komt
doordat meisjes zich meer zorgen maken over uiterlijk, sociaal succes en
schoolprestaties. Bij jongens speelt vooral het stereotype van stoer, zelfverzekerd
zijn.
In de latere adolescentie ontstaan er verschillen in eigenwaarde tussen hoge en
lage sociaaleconomische status, jongeren moeten dure kleding dragen om op te
vallen en bij de groep te horen. Etniciteit heeft niks te maken met meer of minder
eigenwaarde bij verschillende culturen, het is meer een combinatie van factoren.
‘ethgender’= combinatie van gender (geslacht) en etniciteit (vrouwen van
bepaalde culturen hebben minder eigenwaarde dan mannen van bepaalde
culturen).
Volgens Erik Erikson is de adolescentie de tijd van het stadium van identiteit-
versus-identiteitsverwarring = de periode waarin tieners erachter proberen te
komen wat hen uniek maakt en hen van anderen onderscheid, dit kunnen ze
vanwege de cognitieve vooruitgang. Ze proberen hun sterke en zwakke punten te
ontdekken en welke rol ze in hun toekomstige leven willen aannemen. > zoeken
naar eigen identiteit. Soms mislukt het zoeken naar een eigen identiteit, deze
jongeren zullen meer problemen krijgen in hun toekomst.
Het doorlopen van dit stadium en het stadium na deze (intimiteit versus
isolement) is verschillend bij jongens en meisjes.
De maatschappelijk druk is erg hoog in deze fase, adolescenten moeten
studiekeuze maken of gaan ze toch liever werken. Ook gaan de adolescenten
vrienden en leeftijdsgenoten steeds meer als informatiebron gebruiken en neemt
de afhankelijkheid van ouders af.
Door deze druk kiezen sommige jongeren voor het psychosociale moratorium.
Dit is een periode waarin adolescenten zich tijdelijk onttrekken aan de
verantwoordelijkheden van de volwassenheid en verschillende rollen en
mogelijkheden uitproberen.