Aantekeningen hoorcolleges behorend bij de module
Jeugdrecht
Hoorcollege 1: Nederlands recht
Overheid: instellingen aan wie het gezag is toevertrouwd.
Recht: het geheel van overheidsregels dat de samenleving ordent.
Objectief: geheel van de algemene geldende regels.
Subjectief: het recht vanuit het eigen (subjectieve) standpunt bekeken.
Bronnen van recht:
Geschreven rechtsbronnen: de wet, verdragen, jurisprudentie (de
uitleg die de rechter geeft aan de inhoud van een wet).
Ongeschreven rechtsbronnen: gewoonterecht.
Verdragen
Verdragen worden gesloten tussen landen.
In sommige landen zijn de bepalingen uit de verdragen belangrijker
dan de nationale wetten (onder andere in Nederland en België).
Wetten: bronnen van recht
Formele wetten: gemaakt door de formele wetgever. Gaan ons
allemaal aan.
Lagere wetten: gemaakt door gemeenten, provincies en
waterschappen. Waar je woont bepaald wat er voor jou wel en niet
geldt.
Formele wetgevers
Tweede kamer (wordt gekozen door het volk): mag wetten bedenken
en aannemen.
Eerste kamer (de Senaat): mag de wetten keuren.
Staatshoofd: ondertekent de wetten.
Formele wetten: deze wetten gelden alleen binnen Nederland en niet in
heel het koninkrijk.
Wetten worden getoetst aan de verdragen en niet aan de grondwet.
Gewoonterecht: ongeschreven, een als recht aanvaarde praktijk, niet
nadrukkelijk opgeschreven Een als recht aanvaarde praktijk, die gewoonte
wordt ook als bindend voor de gemeenschap ervaren (bijv. rijden door
rood licht in Amsterdam).
Doel van het recht:
Het ordenen van de samenleving.
Het geven van regels om conflicten te voorkomen.
o Tussen burgers onderling
o Tussen overheid en burger
Rechtsgebieden
Recht wordt ingedeeld in vier verschillende onderdelen (rechtsgebieden):
1. Staatsrecht: geeft de basisregels voor de organisatie van de overheid.
Het gaat bijvoorbeeld om de taken van de regering en de Tweede
Kamer, over de positie van ons staatshoofd, over het
1
Jeugdrecht
Hoorcollege 1: Nederlands recht
Overheid: instellingen aan wie het gezag is toevertrouwd.
Recht: het geheel van overheidsregels dat de samenleving ordent.
Objectief: geheel van de algemene geldende regels.
Subjectief: het recht vanuit het eigen (subjectieve) standpunt bekeken.
Bronnen van recht:
Geschreven rechtsbronnen: de wet, verdragen, jurisprudentie (de
uitleg die de rechter geeft aan de inhoud van een wet).
Ongeschreven rechtsbronnen: gewoonterecht.
Verdragen
Verdragen worden gesloten tussen landen.
In sommige landen zijn de bepalingen uit de verdragen belangrijker
dan de nationale wetten (onder andere in Nederland en België).
Wetten: bronnen van recht
Formele wetten: gemaakt door de formele wetgever. Gaan ons
allemaal aan.
Lagere wetten: gemaakt door gemeenten, provincies en
waterschappen. Waar je woont bepaald wat er voor jou wel en niet
geldt.
Formele wetgevers
Tweede kamer (wordt gekozen door het volk): mag wetten bedenken
en aannemen.
Eerste kamer (de Senaat): mag de wetten keuren.
Staatshoofd: ondertekent de wetten.
Formele wetten: deze wetten gelden alleen binnen Nederland en niet in
heel het koninkrijk.
Wetten worden getoetst aan de verdragen en niet aan de grondwet.
Gewoonterecht: ongeschreven, een als recht aanvaarde praktijk, niet
nadrukkelijk opgeschreven Een als recht aanvaarde praktijk, die gewoonte
wordt ook als bindend voor de gemeenschap ervaren (bijv. rijden door
rood licht in Amsterdam).
Doel van het recht:
Het ordenen van de samenleving.
Het geven van regels om conflicten te voorkomen.
o Tussen burgers onderling
o Tussen overheid en burger
Rechtsgebieden
Recht wordt ingedeeld in vier verschillende onderdelen (rechtsgebieden):
1. Staatsrecht: geeft de basisregels voor de organisatie van de overheid.
Het gaat bijvoorbeeld om de taken van de regering en de Tweede
Kamer, over de positie van ons staatshoofd, over het
1