Geschiedenis samenvatting hoofdstuk 3
Kenmerkende aspecten:
1. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
2. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
3. De verspreiding van het christendom in geheel Europa
4. Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Tijd van de monniken en ridders 500-1000
Gallië:
- Gallië was ongeveer 15 eeuwen onder Romeins bestuur
- Verschillende volken woonden hier: Keltische en Germaanse stammen samenwerking met
de Romeinen: betaalden belasting en leverden soldaten in ruil voor bescherming en het
delen van de welvaart
- Er was romanisering: Christendom staatsgodsdienst en Gallo-Romeinse elite. Cultuur,
bestuur en economie waren ook Romeins
- Volksverhuizingen en het wegvallen van grenzen in het noorden zorgt voor:
o Chaos: geen centraal Romeins leger meer om te beschermen
o Tekort aan voedsel en handel stortte in
o Hongersnoden, plunderingen, gevechten
Clovis (belangrijkste man Franken):
- Machtsvacuüm: Franken nemen de macht over (ook in Gallië)
- Clovis maakte gebruik van de kerk en de Gallo-Romeinse elite, maar ook van geweld
- Hij had een groot gebied onder zijn bestuur kon hij niet alleen vazallen (krijgslieden
maar ook ambtenaren). Ze moesten een eed van trouw afleggen en werden onderhouden
door de koning
- Na Clovis werd rijk verdeeld over zijn zoons = begin feodaal stelsel
Karel Martel:
- Het bestuur onder de zonen en kleinzonen van Clovis was niet erg succesvol
- Stabiliseert zich onder leiding van Karel
- Vocht in 720 tegen Arabieren vanuit Spanje in Portiers
- Om de soldaten / ridders aan zich te binden gaf hij grond te leen in ruil voor steun (= feodaal
stelsel)
Kenmerkende aspecten:
1. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
2. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
3. De verspreiding van het christendom in geheel Europa
4. Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Tijd van de monniken en ridders 500-1000
Gallië:
- Gallië was ongeveer 15 eeuwen onder Romeins bestuur
- Verschillende volken woonden hier: Keltische en Germaanse stammen samenwerking met
de Romeinen: betaalden belasting en leverden soldaten in ruil voor bescherming en het
delen van de welvaart
- Er was romanisering: Christendom staatsgodsdienst en Gallo-Romeinse elite. Cultuur,
bestuur en economie waren ook Romeins
- Volksverhuizingen en het wegvallen van grenzen in het noorden zorgt voor:
o Chaos: geen centraal Romeins leger meer om te beschermen
o Tekort aan voedsel en handel stortte in
o Hongersnoden, plunderingen, gevechten
Clovis (belangrijkste man Franken):
- Machtsvacuüm: Franken nemen de macht over (ook in Gallië)
- Clovis maakte gebruik van de kerk en de Gallo-Romeinse elite, maar ook van geweld
- Hij had een groot gebied onder zijn bestuur kon hij niet alleen vazallen (krijgslieden
maar ook ambtenaren). Ze moesten een eed van trouw afleggen en werden onderhouden
door de koning
- Na Clovis werd rijk verdeeld over zijn zoons = begin feodaal stelsel
Karel Martel:
- Het bestuur onder de zonen en kleinzonen van Clovis was niet erg succesvol
- Stabiliseert zich onder leiding van Karel
- Vocht in 720 tegen Arabieren vanuit Spanje in Portiers
- Om de soldaten / ridders aan zich te binden gaf hij grond te leen in ruil voor steun (= feodaal
stelsel)