Boek 1: Fundamentals of Strategy
Hoofdstuk 1
Strategie is cruciaal voor het overleven van organisaties in de toekomst. Het
middle management moet de strategische richting van de organisatie kennen,
zowel om het top management te ondersteunen als het uitleggen van de
strategie aan het ondersteunend personeel.
Strategie: is de lange termijn richting van een organisatie.
Je hebt 3 leidende denkers over strategie:
1. Alfred D. Chandler: de vastberadenheid van het lange termijn doel van
een onderneming is de aanpassing van de actie en de aanwending van
middelen die nodig zijn om deze doelen te bereiken.
2. Michael Porter: competitie strategie gaat over anders zijn. Je moet kiezen
uit een set van activiteiten om een unieke mix van waarden te creëren.
3. Henry Mintzberg: het is een patroon van beslissingen
Chandler geeft het belang aan van de vastberadenheid die je moet hebben om je
doelen te bereiken, met het aanwenden van middelen. Porter focust zich op vrije
keuzen, verschil en competitie. Mintzberg gebruikt het woord ‘patroon’ om te
laten zien dat strategieën niet altijd het logische en bedachte plan volgen. Soms
reflecteert de strategie een aantal incrementele beslissingen die alleen een
redeneer baar patroon of ‘strategie’ maken na een tijdje.
Het boek hanteert de volgende definitie van strategie: de lange termijn richting
van een organisatie. Dit heeft 2 voordelen:
1. Het omvat zowel de gewilde, logische strategie als de incrementele
patronen van strategie.
2. Daarnaast houdt de lange termijn richting beide strategieën in die verschil
en competitie inhouden, en strategieën die de rollen van samenwerking en
imitatie herkennen.
Three-horizons framework: een strategie focust zich op meerdere jaren. Het
belang van deze lange termijn strategie wordt duidelijk door middel van de
three-horizons framework.
Deze suggereert dat organisaties over zich zelf moeten denken als bestaande uit
3 typen van bedrijven of activiteiten, gedefinieerd als ‘horzions’ in termen van
jaren.
1. Horizon 1: de bedrijfsuitvoering is de kern van alle activiteiten. De
bedrijfsactiviteiten moeten beschermd en uitgebreid worden, maar de
verachting is dat op lange termijn de resultaten/winsten vlak of dalend zijn.
2. Horizon 2: bedrijfsuitvoering zijn opkomende activiteiten die nieuwe
bronnen en winst moeten opbrengen.
3. Horizon 3: mogelijkheden, maar niks is zeker. Dit is riskant research.
1
, De thee-horizon framework laat zien dat managers zich niet moeten focussen op
de korte termijn problemen, strategie houdt in om horizon 1 weg te duwen, zover
als mogelijk is, en tegelijkertijd het kijken naar horizon 2 en 3.
Managers en ondernemers proberen de richting van hun lange termijn doelen te
bepalen. Vaak is dit maximale winst. Maar winsten hoeven niet altijd het
strategische doel te zijn. Zo kan het doel van een voetbalclub bijvoorbeeld zijn
om naar een hoger team te gaan.
Bedrijven hebben complexe relaties, zowel intern als extern. Dit is omdat
organisaties veel stakeholders hebben, mensen en groepen die van de
organisatie afhankelijk zijn en waar de organisatie weer van afhankelijk is.
Strategie houdt in het managen van mensen, relaties en middelen en heet
daarom vaak ook ‘strategisch management’.
Levels van strategie:
1. Corporate-level: kijkt naar het geheel van de organisatie en hoe waarden
zijn toegevoegd aan het bedrijf en de organisatie als geheel. Corporate-
level strategie problemen houden geografische elementen, een diversiteit
van producten en diensten, de aanwending van middelen binnen de
organisatie etc. in.
2. Business-level: gaat over hoe een individueel bedrijf moet omgaan/
competitie voeren in hun markt. Hout zich bezig met problemen zoals
innovatie, de acties van concurrenten.
3. Operational level: houdt zich bezig met hoe de componenten van een
organisatie effectief hun corporate- en business-level strategieën kunnen
leveren in termen van middelen, processen en mensen.
Strategie statements: deze heeft 3 thema’s; de doelen (missie, visie ,
doelen), de scope of het domein van de acties van de organisatie en de
voordelen en mogelijkheden die al deze dingen kunnen brengen.
1. Missie: is gerelateerd aan de doelen. Het helpt de managers om gefocust
te blijven op wat centraal staat in hun strategie.
2. Visie: dit is ook gerelateerd aan de doelen, en is gerelateerd aan de
gewilde toekomstige staat van de organisatie. Het helpt om de energie en
passie van de leden van de organisatie te mobiliseren.
3. Doelstellingen: dit zijn de precieze en ideale kwantificeerbare statements
van de organisatie haar doelen over een bepaalde tijdsperiode.
Doelstellingen zorgen voor discipline voor de strategie.
4. Scope/bereik: de scope of het domein van de organisatie refereert aan 3
dimensies: klanten, de geografische locatie en de omvang van de interne
activiteiten (verticale integratie).
5. Voordelen: dit deel van de strategie kijkt naar hoe de organisatie zijn
doelen kan bereiken in dit domein. Dit heeft te maken met het
competitieve voordeel. Om een bepaald doel te bereiken moet de
organisatie beter zijn dan anderen die hetzelfde doel willen bereiken.
Exploring Srategy Model
1. Strategic position of an organisation: omgeving/ cultuur/
mogelijkheden etc.
2