Europees Staatsrecht
Leerdoelen
Aan het eind van de cursus ‘Staatsinrichting en staatsvormen’ kun je
van een aantal landen van de EU (o.a. België, Duitsland, Frankrijk, Italië,
en Groot Brittannië en Noord-Ierland) en van VS:
I - de staatsvorm benoemen en de kenmerken ervan beschrijven;
II - de constitutionele organen en instellingen benoemen en hun taken
en bevoegdheden beschrijven;
III - beschrijven hoe de grondrechten constitutioneel zijn verankerd en
beschermd;
IV - de constituties van deze landen kunnen beoordelen op de volgende
onderwerpen: de democratische waarborgen, de bescherming van
grondrechten en de mate van decentralisatie;
V - de constituties onderling vergelijken en met die van Nederland, en
de overeenkomsten en verschillen benoemen.
, BELGIE
Begrippen:
Staat; 3G’s
Grondgebied (afgebakend voor grenzen (juridisch en zichtbare grenzen)
Gezag (regering heeft het gezag)
Gemeenschap (in België haat het mis met de taalstrijd)
Constitutie
(VK heeft GEEN geschreven constitutie dus is een uitzonderingsland)
Artikel 1 Grondwet; België is een federale staat met gemeenschappen en
gewesten
Regeringsvorm
Democratisch, dus verkozen volksvertegenwoordiging. (autoritair=van boven
opgelegd)
2 kamers
-volksvertegenwoordiging (2e kamer)
-senaat (1e kamer)
Grondrecht
Fundamenteel
Ordonnanties
Wetten die door de Brusselse instellingen worden uitgevaardigd
Decreten
Wetten die door (andere) gemeenschappen en gewesten worden uitgevaardigd
Belangrijke jaartallen:
1830
België onafhankelijk.
Afscheiding van Nederland (Franstaligen nemen voortouw) Nederlandse
grondwet eerst niet erkend maar nu wel.
Eenheidsstaat
1945
Oorlog voorbij, koning wordt verdacht van verraad (collaboratie p.5 boek)
Na de oorlog treedt de koning af
1970
In Gw opgenomen dat er 4 taalgebieden zijn
Brussel 2 talig grondgebied
1980
Gemeenschappen: met autonomie (zelfstandige bevoegdheden)
Gewesten (eerder dan gemeenschappen)
(Gw kan je bevoegdheden overhevelen (zie hierboven) (er zijn ook provincies en
gemeenten)
1993
Leerdoelen
Aan het eind van de cursus ‘Staatsinrichting en staatsvormen’ kun je
van een aantal landen van de EU (o.a. België, Duitsland, Frankrijk, Italië,
en Groot Brittannië en Noord-Ierland) en van VS:
I - de staatsvorm benoemen en de kenmerken ervan beschrijven;
II - de constitutionele organen en instellingen benoemen en hun taken
en bevoegdheden beschrijven;
III - beschrijven hoe de grondrechten constitutioneel zijn verankerd en
beschermd;
IV - de constituties van deze landen kunnen beoordelen op de volgende
onderwerpen: de democratische waarborgen, de bescherming van
grondrechten en de mate van decentralisatie;
V - de constituties onderling vergelijken en met die van Nederland, en
de overeenkomsten en verschillen benoemen.
, BELGIE
Begrippen:
Staat; 3G’s
Grondgebied (afgebakend voor grenzen (juridisch en zichtbare grenzen)
Gezag (regering heeft het gezag)
Gemeenschap (in België haat het mis met de taalstrijd)
Constitutie
(VK heeft GEEN geschreven constitutie dus is een uitzonderingsland)
Artikel 1 Grondwet; België is een federale staat met gemeenschappen en
gewesten
Regeringsvorm
Democratisch, dus verkozen volksvertegenwoordiging. (autoritair=van boven
opgelegd)
2 kamers
-volksvertegenwoordiging (2e kamer)
-senaat (1e kamer)
Grondrecht
Fundamenteel
Ordonnanties
Wetten die door de Brusselse instellingen worden uitgevaardigd
Decreten
Wetten die door (andere) gemeenschappen en gewesten worden uitgevaardigd
Belangrijke jaartallen:
1830
België onafhankelijk.
Afscheiding van Nederland (Franstaligen nemen voortouw) Nederlandse
grondwet eerst niet erkend maar nu wel.
Eenheidsstaat
1945
Oorlog voorbij, koning wordt verdacht van verraad (collaboratie p.5 boek)
Na de oorlog treedt de koning af
1970
In Gw opgenomen dat er 4 taalgebieden zijn
Brussel 2 talig grondgebied
1980
Gemeenschappen: met autonomie (zelfstandige bevoegdheden)
Gewesten (eerder dan gemeenschappen)
(Gw kan je bevoegdheden overhevelen (zie hierboven) (er zijn ook provincies en
gemeenten)
1993