1) Variabelen benoemen op basis van een onderzoeksvraag
Variabelen: Grootheid met waarde die kan variëren; (persoons-)kenmerk
waarin mensen van elkaar verschillen
o Uitkomstvariabele: Beschrijving van wat uitkomst is die gemeten
gaat worden; Daadwerkelijke uitkomst in cijfers
Bijvoorbeeld: Wat is de invloed van roken op longkanker?
uitkomstvariabele is longkanker
o Splitsingsvariabele
2) Het meetniveau van de variabelen benoemen
Hoe hoger
meetniveau (nominaal ordinaal continu), hoe preciezer antwoord
Dichotoom: Nominale variabele die slechts 2 waarden kan aannemen
3) Een dataset maken in SPSS
4) De juiste beschrijvende statistiek toepassen (frequentie, centrum- en
spreidingsmaten)
o Cumulatief: Alle resultaten van het begin af aan bij elkaar opgeteld
Vaak uitgedrukt door middel van getallen, grafieken of tabellen
Frequentiematen
o
o Verschillende frequentiematen
Prevalentiemaat: Als in groep op bepaald moment of
bepaalde periode het aantal bestaande gevallen van ziekte
wordt geteld
Incidentiemaat: Als in groep het aantal nieuwe gevallen van
ziekte wordt geteld
1
, Risicomaat: Ze geven voor mensen die tot desbetreffende
groep behoren, aan wat kans is op krijgen van een ziekte
Centrummaten
o
o
o
Gemiddelde = mediaan = modus normale verdeling
Spreidingsmaten: Geven inzicht in spreiding van waardes van een variabele
in onderzoekspopulatie
o
2