(MLO)-opnamen herkennen op mammografiebeelden (standaardopnamen).
o CC-opname
▪ Afbeelding van volledige mediale zijde en zo veel mogelijk van laterale
zijde van borst
▪ De tepel wijst recht naar voren en is buiten borst geprojecteerd
▪ Indien mogelijk wordt m. pectoralis afgebeeld
▪ Geen overprojectie van onder andere kin, schouder, buik, haren of
sieraden
▪ Er mogen geen voorkoombare huidplooien zijn weergegeven
▪ Beide CC-opnamen zijn indien mogelijk symmetrisch
▪ De fibro-glandulaire driehoek (borstklierweefsel) is geheel afgebeeld
en zoveel mogelijk uitgestreken
▪
o MLO-opname
▪ Er dient zo veel mogelijk van m. pectoralis afgebeeld te zijn. Rand van
pectoralisspier loopt bij voorkeur door tot onder niveau van tepel
▪ Tepel wijst recht naar voren zonder overprojectie met borst
▪ Overgang van borst naar buik dient zo optimaal mogelijk in hoek van
90 graden afgebeeld te zijn
▪ Geen overprojectie van onder andere kin, de andere borst, haren of
sieraden
▪ Er mogen geen voorkombare huidplooien zijn weergegeven
▪ Beide MLO-opnamen zijn symmetrisch afgebeeld
▪ De fibro-glandulaire driehoek (borstklierweefsel) is geheel afgebeeld
en zoveel mogelijk uitgestreken
▪
o
, o Tomosynthese: Meerdere opnamen maken vanuit verschillende hoeken (low
dose). Is voor radioloog beter te beoordelen doordat je beetje door
mammogram kan scrollen
▪ Reconstrueert beelden van 1 mm en kan vanuit de plakjes CC- en/of
MLO-opnamen vormen
▪ Foto wordt zowel in CC- als MLO-opname gemaakt en vandaar uit
gereconstrueerd
o
• Beredeneren wanneer additionele opnamen gemaakt worden.
o Indien bepaalde laesies niet goed te zien zijn
o Cleopatra (LXCC of RXCC; Extra CC-opname)
▪ Te weinig afgebeeld van laterale zijde op CC-opname
▪ Vooral toegepast bij geopereerde borst
▪ Op MLO-opname is laesie zichtbaar in laterale deel van klierschijf
▪
o Cleavage (decolletéopname of CV-view)
▪ In craniocaudale richting meer van mediale zijde van borst af te
beelden, bijvoorbeeld als vrouw extra spier aan mediale zijde heeft
(sternalisspier)
▪
o Compressie (detailopname)
▪ Onduidelijke laesie
▪ Fijne microcalcificaties
o Lateromediaal
▪ Beter afbeelden van laesie in lager gelegen axillaire gebied
▪ Beter afbeelden van laesie bij borst-buikovergang
▪ Laesie is slechts zichtbaar in één van standaardprojecties
▪ Aantonen of uitsluiten van overprojectie